right-arrow

‘Kiekeboe’ hoor ik als ik de voordeur van mijn moeders appartementje open. Mijn moeder kijkt me met een blij gezicht om de hoek van de deur aan met op haar arm een fel gekleurde speelgoedpapegaai. ‘Kiekeboe’ zegt de papegaai. ‘Leuk hè’ zegt mijn moeder, ‘hij kan echt praten’. Ze gaat op de bank zitten, met aan haar voeten een knuffelhond die op Lassie van vroeger lijkt en naast haar een babypop, die ze iedere dag wel een ander pakje lijkt aan te trekken: ik kan me namelijk niet herinneren dat ik dit rozige jurkje eerder heb gezien. 

‘Mam, je hebt een nieuwe fiets gekocht hoorde ik vanmiddag van de fietsenmaker?’
‘Jazeker, de mijne was weg, gestolen denk ik.’ 
‘Waar stond hij dan? Weet je dat nog mam, want je was winkelen begreep ik?’ 
‘Hij kan echt praten hoor en voel eens hoe lekker zacht hij is. Had ik je toch mooi tuk hè, met mijn nieuwe vriend.’ 
Ze knipoogt naar me. 
‘Mam, het gaat even over de fiets. Ik heb hem gevonden namelijk. Ik denk dat je niet meer wist waar hij stond, dus we kunnen de nieuwe terugbrengen, dan houd je weer wat geld over.’ 
‘Dat is fijn kind, dan kunnen we meteen een nieuwe afstandsbediening kopen, want die doet het niet meer. En je weet: ik geef nooit teveel geld uit. Je vader zei altijd al dat hij zo blij was met me, omdat ik zo goed met geld kan omgaan.’ 
‘Ik weet het mam, maar zullen we de fiets dan even terugbrengen? En met de afstandsbediening is trouwens niets mis, er zitten alleen geen batterijen in.’ 
‘Oh, dat ben ik vergeten dan, ja, dat geheugen hè, dat is niet meer wat het geweest is. Maar ik zal mijn jas pakken.’ 
‘Wat zit er in die zak mam, hij staat helemaal bol.’ 
‘In die zak? Daar is niks mis mee toch.’ 
‘Jawel, kijk mam, je hebt een grote leverworst in je zak zitten, ben je vandaag ook boodschappen wezen doen?’ 
‘Kind, een leverworst in mijn zak, je denkt toch niet dat ik gek ben, waarom zou ik een leverworst in mijn jaszak doen?’ 
‘Nou kom mam, we gaan, die leverworst gooien we zo wel weg.’ 
‘Maar je vader is zo gek op leverworst!’ 
‘Ja mam, papa is er toch niet, dus laten we nu maar gaan.’ 
‘Ok, ik kom eraan, maar mag mijn papegaai dan mee?’ 

(i.k.v. de schrijfwedstrijd Ma, opgenomen in de bundel ‘Ik ken jou’
met een voorwoord van Hugo Borst)

September 2015


Vorig verhaal
«
Volgend verhaal