Noord Italië heeft het allemaal!
Noord-Italië is een verrukkelijke regio van contrasten: je vindt er meren, steden, bergen, zee en wijngaarden. En denk ook aan die heerlijke keuken waar je elke keer opnieuw voor valt. Ik heb er veel fijne herinneringen liggen, die me al sinds mijn vroege jeugd bijblijven. Dit keer trek ik door Piemonte, Ligurië, Lombardije en Veneto. Maar nu eerst: het Orta meer (Lago d’Orta). Een bekoorlijk meer dat (nog) niet wordt overspoeld door massatoerisme.

Tip 1: Valle Verzasca – Zwitserse schoonheid vlakbij
Op weg naar het Ortameer? Rij dan zeker via Valle Verzasca in Ticino (Zwitserland). Dit dal is pure pracht: granieten bruggen, kraakhelder blauwgroen water en oude dorpen die tegen de berghelling lijken geplakt. Het is er tegenwoordig wel druk, zelfs nu nog in september. Dankzij Insta vrees ik. Maar toch: je rijdt via de westkant van het Lago Maggiore, slaat daarna vervolgens bij Verbania rechtsaf en rijdt via Fondotoce naar het Orta meer. Een kleine omweg voor een stukje Zwitserse pracht in je Italiaanse trip.



Tip 2: Orta San Giulio – Charmant en verstild
Orta San Giulio lijkt rechtstreeks uit een oud Italiaans prentenboek te komen. Het is een stadje op een schiereiland met hooguit 1200 inwoners. Denk daarbij aan smalle, geplaveide straatjes, kleine pleinen met cafés, boetieks waar je producten vindt uit de streek en sfeervolle restaurants met gerechten uit Piemonte. Bezoek de kerken, geniet van de kleurrijke architectuur en ervaar de langzame levensstijl hier. Hier hangt een ontspannen sfeer die je nog zelden vindt in Italiaanse merenplaatsen.




Tip 3: Isola San Giulio – Eiland van stilte
Het is niet te missen: vanaf de super gezellige Piazza Mario Motta varen de boten naar het tegenover gelegen eilandje San Giulio. Dit eiland was eeuwenlang een belangrijk kloosterlijk centrum vanaf de 4e eeuw na Christus. Volgens de overlevering zou Sint Julius van Novara hier toen naartoe zijn gekomen om het christendom te verspreiden (en bouwde hij hier destijds al een kerkje). Er woonden ook lange tijd monniken. Het klooster van de Heilige Maagd Maria wordt tegenwoordig bewoond door een congregatie van zusters. Dat is niet vrij toegankelijk, maar het draagt wel bij aan de zalige serene sfeer op het eiland.








Tip 4: Wandeling rond het schiereiland
Maak vooral een rondje over het schiereiland en geniet de hele weg van uitzichten over het water. Het wandelpad is vlak, goed aangegeven en slechts 4 kilometer lang. Je kunt hem dus in een uurtje gelopen hebben (tenzij je veel op rustplekken wilt uitblazen, talloze foto’s gaat maken zoals ik of gewoon wilt zitten en staren naar het meer).




Tip 5: Isola Bella – Glamour en drukte aan het Lago Maggiore
Vanuit Stresa (ruim 20 kilometer vanaf Orta San Giulio) vertrekken boten naar de zogenaamde Borromeïsche eilanden. Een klassieker. Ik ben als kind ooit op Isola Bella geweest (ik kan me dat nog deels herinneren) en wil er graag eens terug. Helaas herken ik na aankomst niets. Het is er dan ook een drukte van jewelste: de kramen met kleding, sieraden en andere souvenirs zijn niet te ontwijken. Ondanks dat ademt het eiland nog steeds een aangenaam sfeertje met die gekleurde huisjes, bijna naar beneden vallende planten op en aan de balkons en gezellige terrasjes in de smalle straatjes waar cappuccino drinken een ritueel lijkt.






Tip 6: Palazzo Borromeo en tuinen
Dit palazzo, gesticht door de adellijke Italiaanse familie Borromeo (die bankiers werden in de 14e eeuw en nog steeds eigenaars van het paleis zijn) zou ik niet overslaan. De tuinen zijn alleen al de moeite waard. Die herken ik dus onmiddellijk weer vanuit mijn vroege jeugd (en dat wil heel wat zeggen in mijn geval 😉). Barok, groen, fontein: je waant je hier even een koningin. Binnen is het een en al pracht en praal, soms houd ik ervan!











Tip 7: Spazzacamino! Het schoorsteenveger festival
Spazzacaminooooo!! roepen de mannen vooraan de parade met roetvegen op hun gezicht en touwen om de nek. Thuis had ik al gelezen over een internationaal schoorsteenveger festival dat drie/vier dagen duurt en jaarlijks plaatsvindt in Santa Maria Maggiore, een dorpje op een uur rijden vanuit Orta San Giulio. Voor ons net te ver om in de korte tijd dat we hier zijn heen te rijden, maar niet getreurd: de mannen met de hoge zwarte hoeden zouden Stresa ook met een parade aandoen. Een optocht die je doet glimlachen van oor tot oor met een bijzonder stukje Europese geschiedenis ook*. In Santa Maria Maggiore zelf is een museum aan het ambacht gewijd.






Tip 8: Sacromonte – kunst, kitsch en bezinning
Bovenop de heuvel bij Orta San Giulio ligt dit rooms-katholieke complex, bestaande uit maar liefst 20(!) kapellen, waarvoor het idee al ontstond in 1583. De bouwsels zijn gewijd aan episodes uit het leven en de wonderen van Sint Franciscus van Assisi. In verschillende architectuur stijlen van laat-Renaissance tot Barok en zelfs Rococo invloeden vind je in de kapellen groepen levensgrote gekleurde beelden en evenzo vele fresco’s. Loop hier vooral rond, want de bosrijke omgeving met rustplekken en mooie uitzichten over het Ortameer leent zich daar uitstekend voor. Wat een serene plek, zelfs voor niet-gelovigen. Bonuspunten voor de begraafplaats: daar word je echt zen van!












Tip 9: Wandel in Nationaal Park Val Grande
Het is fijn wandelen in de bergen van Nationaal Park Val Grande. Wij deden dat o.a. bij Alpe Ompio Rifugio (berghut) Fantoli. Gun jezelf hier voor de lunch in ieder geval de kaasplank, wat een traktatie! Vanaf Monte Faie heb je (met helder weer!!) een panoramisch uitzicht over de meren beneden. Goede schoenen zijn aangeraden! Denk eraan voor je aan een wandeling begint: de bergen hier zijn niet verlegen om een stevige klim (of afdaling)!







Tip 10: Camping Cusio
Natuurlijk wil je – als je tenminste een kampeerder bent – het liefst op een camping aan het meer. Maar die bleken vol. Gelukkig maar, want een eindje heuvelop vind je deze parel. Wat een droom. Alsof de tijd 40 jaar heeft stilgestaan. Met toch alle faciliteiten. Heerlijke rust, mooie en ruime plekken, schoon sanitair, een goed zwembad en een gezellig restaurant. Kleine maar smakelijke kaart en lieve familie. Intussen zwaait de derde generatie de scepter hier. En spreekt bovendien vloeiend Nederlands (de moeder van de huidige beheerder is een Nederlandse).




Tot slot
Onze roadtrip zag er ongeveer als volgt uit:

Dit is deel 1 van onze roadtrip door Noord-Italië. Deel 2 brengt me onder andere naar de geur van de zee in Ligurië en zal op niet al te lange termijn verschijnen. Houd daarom mijn facebook en insta in de gaten!
*Waarom kwamen zoveel schoorsteenvegers uit Italië?
Veel schoorsteenvegers in Nederland kwamen vroeger uit Val Vigezzo, een bergdal bij Stresa. In de 19e eeuw heerste daar grote armoede: de grond was onvruchtbaar, werk schaars en de winters streng. Door die omstandigheden trokken veel Italianen – vooral jonge jongens – als seizoenarbeiders naar rijkere landen als Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Nederland.
Waarom juist dit beroep?
Huizen werden toen gestookt met hout en kolen, waardoor schoorstenen regelmatig geveegd moesten worden om brand te voorkomen. Het werk was vies, zwaar en gevaarlijk. Door de nauwe schoorstenen waren kleine, lenige lichamen nodig – en dat is waar de jonge spazzacamini (Italiaans voor schoorsteenvegers) in beeld kwamen. Sommigen waren nog maar 8 of 9 jaar oud.
Een geluksbrenger in het zwart
De traditie dat schoorsteenvegers geluk brengen, komt waarschijnlijk voort uit hun rol in het voorkomen van brand – een schone schoorsteen betekende veiligheid.
6 oktober 2025
Geweldige uitleg ! Prachtige foto’s.
Dank je wel Joke voor je mooie compliment!