right-arrow

‘Het is nog nooit zo warm geweest in januari en ik woon hier al dertig jaar’ vertelt de vrouw met een Noord-Hollandse tongval. Ze bedient ons op het terras in Altea (een uur rijden ten noorden van Alicante) op dag twee van ons vriendinnenweekend weg. ‘Eergisteren was het zelfs 27 graden!’ We treffen het dus weer, ondanks dat dat niet echt een goed teken is: Spanje verdroogt helaas in een rap tempo.

Op donderdagmiddag komen we aan in Alicante en nemen een aankomstborreltje tegenover ons appartement bij Restaurant Distrikt 41. Ook daar worden we bediend door een Nederlander – Danny – die hier sinds drie jaar woont en vertelt verliefd te zijn op de horeca. Hij verhaalt vol passie over de witte wijn die hij ons inschenkt: Cigüeña (=ooievaar). Volgens hem een ode aan deze prachtige vogel die veelvuldig neerstrijkt in Spanje. Hij heeft dan ook niets teveel gezegd: de glazen zijn al snel leeg.

Bij het restaurant op nummer 40, er schuin tegenover, gaat het rolluik intussen open. Daar hebben we een tafel gereserveerd voor ons eerste tapas diner. Hier valt geen Nederlander te bekennen en de bediening spreekt alleen maar Spaans.

De stad verkennen

Alicante ligt halverwege de Costa Blanca, die zich uitstrekt over in totaal 244 kilometer in het zuidoosten van Spanje. Het mooiste aan Alicante is het fort, Castillo de Santa Barbara, bovenop de berg Benacantil, van waar je op zo’n 160 meter hoogte uitzicht hebt over de stad en de diepblauwe zee. Het stamt oorspronkelijk uit de 9e (!) eeuw.

Langs reusachtige kerstengelen, die kleurrijk her en der verspreid staan door de stad, beginnen we de volgende ochtend aan de klim. Via  kronkelende trappen langs de charmante witte huisjes van Barrio Santa Cruz, het historische hart van Alicante, komen we steeds hoger. Voorgeveltjes zijn met bloemen en planten versierd en hier en daar hangt een Spaanse vlag.

Je zou niet zeggen dat het hier ook winter is als we – eenmaal boven – onze natte ruggen laten opdrogen in de zon. Voor onze benen is het ook fijn dat er picknickbanken staan. En gelukkig verkopen ze er flesjes water, want daar hadden we zelf niet aan gedacht. Het is daarna heerlijk rondslenteren in en rondom het fort, dat gratis te bezoeken is.

Omdat we de zee niet alleen willen zien maar ook voelen, lopen we richting strand via de Passeig Esplanada d’Espanya. Op deze met palmen omringde boulevard lijk je op wolken te lopen. We worden er zelfs een beetje misselijk van. Maar wat een plaatje! Het is druk op het strand en er wordt zelfs gezwommen. Ook het enige terras direct aan het strand zit stampvol. Hier hadden we niet op gerekend. Je zou bijna vergeten dat het nog maar januari is.

Verstopt tussen de straatjes ligt het romantische Plaça Gabriel Miró. Hier vind je giganten van vijgenbomen. Wat zullen deze kanjers niet allemaal meegemaakt en te vertellen hebben? We hebben het ze niet gevraagd en ook al zijn we geen kinderen meer, natuurlijk doen we ook de Calle de las setas aan, de beroemde paddenstoelenstraat. Grappig wel om doorheen te lopen als je er toch bent.

Overdag is het steeds zo’n 20/21 graden, maar het voelt voor ons, komend uit dat koude kikkerlandje, veel warmer aan. We missen onze korte broeken en moeten stiekem lachen om de dikke winterjassen van de lokale bevolking. ’s Avonds koelt het wel wat meer af, maar bij een heater en een sjaal om of vestje aan is het goed uit te houden op een terras tot elf uur. De meeste terrassen sluiten dan ook, wat ons bevreemdt, gezien het late tijdstip waarop Spanjaarden gewend zijn hun diner te nuttigen. Want als wij Nederlanders het restaurant na een avond dineren verlaten komen de Spanjaarden pas binnen toch?

Altea en omgeving

De volgende dag huren we een auto: we gaan naar Altea en omgeving, een uur rijden ten noorden van de stad. Het kasteel van Guadalest ligt er vlakbij, net als de Fonts d’Algar (watervallen). Beide zijn kennelijk bekende trekpleisters hier. Je moet er niet aan denken om hier in het hoogseizoen te komen, wat zal dat dan een drukte zijn!

Het kasteel laten we rechts liggen, naar binnen gaan met deze zomertemperaturen vinden we een straf. En het uitzicht over het nabijgelegen stuwmeer is de moeite meer dan waard.

Bij de watervallen van Algar, zo’n 20 kilometer boven Benidorm (dat lijkt intussen echt op Manhattan) heb ik spijt dat ik mijn badpak niet heb meegenomen. Diepblauw kristalhelder water, niet al te koud, begeleidt ons richting watervallen. Wat een paradijs! Het laatste stukje naar het eind van de kloof is het even klauteren en klimmen, maar wat een schoonheid wacht je daar!

Laat lunchen doen we op een terras aan zee in het historisch witte dorp Altea. Hier dwalen we wat rond en beklimmen zo af en toe nog een trap. Ook hier is het op hoogte genieten van het uitzicht over zee. De naderende zonsondergang geeft de kerk met haar glanzende tegeltjes een gouden gloed. Desondanks besluiten wij op te stappen, het is nog een uur rijden naar Alicante en we zijn graag voor het donker ’thuis’. Morgenochtend vliegen we – voorzien van de nodige vitamine D – weer terug naar het natte Nederland.

Info

  • We verbleven in een appartement met vier personen, drie slaapkamers (er zijn er ook met vier) en twee badkamers. Verwacht er geen ultra luxe maar het is lekker ruim en ze liggen centraal in Calle Navas. Bijna alles is op loopafstand;
  • In de buurt zijn verschillende gezellige ontbijtrestaurantjes, zoals bijvoorbeeld La Bona (Calle Navas 32);
  • Tussen Spanjaarden tapas eten in een typisch Spaans restaurant kun je bij La Taverna del Racó del Pla, iets verderop in de straat op nummer 40;
  • Lekker lunchen met pinchos doe je bij Lizarran. Er zijn verschillende filialen door de stad heen;
  • Super dineren doe je bij La Quinta del 89 (Calle del Médico Pascual Pérez 25). Een echte Gastrobar met fijne prijzen en dito bediening. Genieten!

  • In Altea deelden we vis- en mixed porties tapas op het terras van Grand Café Rouge aan het strand (Calle Conde de Altea 38);
  • Een taxi vanaf de luchthaven naar het centrum regel je ter plekke voor nog geen 25 euro. Er vertrekt ook iedere 20 minuten een bus (lijn C6).
  • Een auto huren kun je bij het station. Rondom vind je verschillende verhuurbedrijven. Ook is hier een taxi standplaats voor je eventuele rit terug naar de luchthaven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *