right-arrow

‘Wacht, ik schrijf mijn email wel in je telefoon’, zegt ze, tussendoor likkend aan haar ijsje. Dat smelt, want het is nog heet zo vroeg op de avond. Ze zit op de rand van een kloof in de Sierra de Urbasa (Navarra) samen met haar vriend en hun hondje. De aanblik is zo idyllisch dat ik ze vraag of ik een foto van ze mag maken. Gelukkig mag dat.

Ook de dieren genieten van de beginnende afkoeling aan het eind van een warme dag. De gieren – die we eerder vandaag in groten getale boven ons hoofd zagen rondvliegen – rusten uit op een richel in de kloof. Een vreedzaam moment hier. Zeldzaam mooi.

Roadtrip

We maken een roadtrip door Noord Spanje. Zeven (autonome) regio’s doen we hierbij aan: Navarra, Baskenland, Cantabrië, Asturias, Galicië, Castilië en León en La Rioja. Een fikse roadtrip voor Europese begrippen, want van San Sebastian in het oosten tot aan Santiago de Compostella in het westen is het ruim 700 kilometer rijden langs de Atlantische kust. En dan moet je ook nog terug.

Noord Spanje is een regio op zich, gelegen aan een onherbergzame kust. Zo staat de Golf van Biscaje bekend om haar grillige weerbeeld en heeft dit noorden daarom minder zonne-uren dan de bekendere Spaanse costa’s aan de oost- en zuidkust van het land.  Stranden zijn er vaak beperkt tot kleine baaien en dan verschilden ‘onze’ zeven regio’s onderling ook nog eens behoorlijk van elkaar. Vaak tref je letterlijk om iedere hoek weer een ander beeld aan. Ergo: een reis van hoogtepunten!

De grote steden

Baskenland

Vitoria-Gasteiz

Deze stad ademt vrijheid, vrij denken en activisme. Alles wat je ziet in het straatbeeld wijst hierop. Je vindt er veel muurschilderingen en je eet hier pintxos (spreek uit: piensjos) bij je Txakoli wijn. Beiden zijn Baskische uitvindingen. De eerste zijn een soort van tapas, specifiek voor País Vasco ofwel Baskenland. Vitoria is de hoofdstad van de autonome regio Baskenland en staat wat dat betreft een beetje in de schaduw van grote zus San Sebastian (culinair, mondain en liggend aan de kust). Desondanks is deze middeleeuwse stad de moeite waard om aan te doen als je in de buurt bent. Zeker ’s avonds als de stille straten (van tijdens de siësta) veranderen in rumoerige terrassen.

La Coruña

A Coruña, ofwel La Coruña (de eerste is Galicisch, de tweede de Spaanse benaming) in het westpuntje van Noord Spanje heeft een klein historisch centrum. Het leukste aan deze stad ligt er wat mij betreft buiten, aan zee. Je kunt er ook naar het strand, net als in San Sebastian. Langs de kust vind je verderop veel vogels, natuur en kunst. Grote menhirs domineren een rotspunt in zee. Ik zal verder niet veel verklappen want dan is de verrassing weg, mocht je erheen gaan. Een hele belevenis is verder het eten van de alom verkrijgbare pulpo (octopus), die we naar oud gebruik niet met bestek maar met een cocktailprikker moeten wegwerken. Onze gastvrije ober van de Pulpeira legt het ons met een knipoog nadrukkelijk uit. De wijn komt er in kommen en je zit er op houten banken, maar we hadden het niet willen missen.

Santiago de Compostella

Bereid je voor op pelgrims die afgemat op de grond tegen een muurtje of op een plein zitten bij te komen van een vermoeiende Camino. Mensen vallen elkaar soms huilend in de armen. Aandoenlijk dus. Fraai om te zien, net als de stad zelf, die als een van meer dan tien Spaanse steden op de UNESCO Werelderfgoed lijst is opgenomen. Het oude centrum is helemaal autovrij: wat een genot. Ondanks al haar bezoekers ervaar je de stad niet als ultra toeristisch: de rust overheerst er. Zelfs de opbouw van een podium voor de finalisten van de Vuelta de dag erna kon dat wat ons betreft niet verstoren. Een magische stad.

Castilië en León

León

Alleen al voor de kathedraal wil je bij een rondreis door Noord Spanje León niet overslaan. Zo hoog en zo licht heb ik ze nog nooit gezien. Vol van glas in lood van boven tot onder: onvoorstelbaar dat ze dat al konden in de 13e eeuw. Verder is de stad één groot terras tussen een kleurenpalet aan huizen. Je krijgt bijna de kans niet om er rond te lopen, want voor je het weet, zit je weer.

Burgos

Ook deze stad herbergt een kathedraal. En wat voor één. We waren te laat om hem van binnen te bezichtigen (of liever gezegd men ging te vroeg dicht, wat niet vaak voorkomt in Spanje, meestal is het andersom) en van buiten is eigenlijk al genoeg. Wat een kolos. In alle straten eromheen heerst alleen maar gezelligheid. We hebben hier onze eigen tapastour gedaan. Niet te doen, want je kunt niet stoppen. De oude stadspoort is trouwens een plaatje.

Het platteland

Baskenland

Groen, groener, groenst kenmerkt Euskadi (Baskisch voor Baskenland). De heuvels zijn er spaarzaam bebouwd met witte vakwerkhuizen veelal voorzien van donkerrode of donkerblauwe luiken. Je vindt er natuurparken, bergen en dalen en een woeste kust met diepe inhammen in het landschap, waar eb en vloed het beeld bepalen.

Wij wandelden hier naar het oog van Aitzulo en bewonderden er Gaztelugatxe. De laatste op afstand weliswaar, want deze populaire plek blijkt druk bezocht. Al dan niet door fans van Game of Thrones, waar deze plaats zich voordoet als Dragonstone. Je moet ervoor reserveren: wij konden dus niet dichterbij komen. Afgelopen januari vond hier een aardverschuiving plaats waardoor ze pas in juli weer open konden gaan. Wellicht hangt het daarmee samen. Verder maakte ik er een wandeling naar het gelaagde rotsstrand Playa Muriola (en waande me daar even op het South West Coastpath in Engeland). De hei bloeit hier aan de kust van Noord Spanje bijna overal weldadig.   

Oog van Aitzulo

Cantabrië

Hier bewonderden we van achter een groot zandkasteel op Playa de la Arena de heuvels rondom de azuurblauwe zee. In Santillana del Mar liepen we tussen de toeristen, begrijpelijk, want het dorp werd al in de 6e eeuw rond het robuuste klooster Santa Juliana gebouwd. We bezochten het bijzondere stadje Comillas, waar Gaudí een herenhuis (El Capricho) in allerlei kleuren en materialen heeft gebouwd. Helaas zagen we het van de achterkant, want de rij ervoor was minstens tien keer zo lang als het huis groot is. Dit is geloof ik het enige bouwwerk van de kunstenaar buiten Catalonië. Andere bezienswaardigheden hier, zoals bijvoorbeeld Sobrellano Palace of de parel van een begraafplaats, vonden we minstens zo mooi of misschien zelfs wel mooier (sorry voor mijn morbide afwijking).  Dat de getijden ook hier het landschap bepalen wordt nog eens goed benadrukt door San Vincente de la Barquera: een schilderij van een stadje.

Vanaf het hoogste punt van de kabelbaan bij Fuente Dé in de Picos de Europa liepen we een route naar beneden: wat een onvoorstelbare schoonheid. Het nabijgelegen stadje Potes is bijzonder, maar erg druk naar mijn mening. Onze tweede wandeling hier was die rond het dorpje Brez. De wolken hingen erg laag toen, echt betoverend.

Asturië

In Las Arenas de Cabrales in de Picos drinkt iedereen cider. Je kunt wel spreken van een cidercultuur: er zijn meerdere sidreria’s. Met veel verve wordt de fles ver boven het glas uitgeschonken.  Onze fles ging niet leeg: wij vonden het naar de schimmelkaas smaken die erbij wordt geserveerd (Queso Cabrales).

Wandelen kun je als de beste in deze woestenij van bergen, waarvan de hoogste 2648 meter is. De Picos de Europa strekken zich uit over drie regio’s (Asturië, Cantabrië en León). In de eerste regio is de Ruta del Cares erg populair en niet voor niets: lopend langs de lange en diepe kloof, uitgesleten door de rivier Cares, voel je je nietig in dit ruwe, onstuimige landschap. Last van andere wandelaars heb je er eigenlijk niet: er is ruimte genoeg. Pas na aankomst in Caín de Valdión treffen we elkaar weer. Tijdens een andere hike hadden we uitzicht op de gigant Naranjo de Bulnes (ruim 2500 meter hoog).

Het lieflijke en veelkleurige dorpje Cudillero aan de kust is veel drukker en de rust ter hoogte van Ribadesella is dan weer hemels. Best raar, bij een punt waar de kliffen van de hel zich bevinden (Acantilados del Infierno).

Galicië

En dan Galicië, met zijn eigen taal (Gallego) en cultuur. Al meer dan dertig jaar geleden mocht ik kennismaken met deze verrukkelijke regio en nam ik mij voor er ooit terug te keren. Galicië heeft meer dan 1000 kilometer aan woeste en ruige kust met een groot aantal rias (breed uitmondende rivieren), stranden, kliffen, eilanden en vissershavens. Aan de Costa da Morte (doodskust) zijn veel schepen vergaan, waar evenzovele kruizen op de rotsen aan helpen herinneren. In het binnenland rijd je er door glooiende valleien, bezaaid met oude kloosters, dorpjes, kruizen en hórreos (oude graanvoorraadhuisjes). Het is dus lastig hier een keuze te maken welke plaatsen te bezoeken.

Wij zagen de gekleurde huisjes van Ribadeo, verwonderden ons over de schoonheid van rotsenstrand As Catedrais en bezochten Castillo de San Felipe bij Ferrol in de stromende regen (want het kan hier best spoken). We liepen er over glas op Playa de los Cristales* en over wit zand bij de duinen van Laxe, waar we ons opeens even aan de Nederlandse kust waanden.

Vuurtorenland

Je zou deze kust ook Vuurtorenland kunnen noemen: er staan er ontelbare. Wij bezochten Faro do Roncudo, fonkelend wit afstekend tegen de bruine reuzenrotsen eromheen. In Muxia kwam de immense kerk op ons af en in Finisterre zagen we even het verschil niet meer tussen lucht en zee, zo mooi kwam de mist er opzetten. De waterval van Ézaro is een juweeltje: vanaf 40 meter hoogte valt het water langs de rotsen in meerdere stromen rechtstreeks in een zeearm.

Faro do Roncudo, waar vergane schepen tot op heden worden herdacht

Vanuit het dorp Xillán daalden we de berg af tot aan Castro Candaz in het reservoir van Belesar (hier ligt namelijk een stuwdam in de Rio Miño). Alleen met laag water kun je hier de overblijfselen van een pre-Romeins fort en later middeleeuws kasteel zien. Wij hadden geluk. Zwemmen deden we in de rivier Miño. Ze hebben er speciaal een heerlijk strandje met restaurant en barretje voor aangelegd (Praia da Coba).

Ribeira Sacra wijnstreek

Een zijtak van de Miño (Rio Sil) heeft een diepe kloof uitgesleten in het landschap: Sil Canyon. Hier kun je vanaf meerdere Miradouros de omgeving verkennen. De streek rondom de Miño en de Sil heet Ribeira Sacra, waar je eeuwenoude wijngaarden, bodega’s en Romaanse monumenten kunt vinden. Ribeira sacra betekent heilige oever (vanwege de grote hoeveelheid kerken en kloosters in deze regio). Het tot Parador (hotel) omgebouwde klooster Santo Estevo is zo’n beetje de grootste trekpleister hier en met recht.

Bij Rio Mao start een houten vlonderpad hoog boven de rivier door het bos, de kloof in. Wij hebben dat deels gelopen: Pasarela do Rio Mao. In mijn volgende stuk zal ik de meeste wandelroutes gedetailleerder beschrijven voor de liefhebbers.

Castilië en León

In Las Médulas vind je een merkwaardig landschap dat we te danken hebben aan de Romeinen. Hier bevond zich namelijk hun belangrijkste goudmijn en die heeft de streek voorgoed aangetast. Hun techniek van bergen doorboren en water door het gebied laten lopen deed ze instorten. Men zegt dat er bijna twee miljoen kilo goud is gedolven. Nu is het een natuurpark, waar sommige kanalen nog te zien zijn. Er groeien kastanjebomen en men heeft het tot Werelderfgoed benoemd. Het is hier nu geweldig wandelen tussen al die oranje bergen met groen begroeid. Het deed mij aan Arizona denken.

Voor het Efteling gevoel kun je naar Ponferrada. De orde van de Tempeliers vestigde zich hier in de 12e eeuw en bouwden er een fort om de pelgrims van de camino te beschermen. Dit machtige kasteel staat op een heuvel tussen twee rivieren en torent nog altijd boven de Rio Sil uit.

De Rioja

In Haro, de ‘hoofdstad’ van de Rioja wijnen (ca. 11.000 inwoners) kun je de wijn bijna ruiken. In deze hele streek staan de wijnranken zover je kunt zien om je heen. Er is ook een wijnmuseum, in Briones, naast alle bodega’s, die overal netjes met wijnrode borden worden aangegeven. Het land is er glooiend en wordt in het noorden begrensd door een hoge steile bergketen. Deze vormt letterlijk een muur, zo lijkt het tenminste als je erlangs rijdt. Wij moesten nog rijden dus de wijnproeverijen waren even niet aan ons besteed.

We lunchten in Elciego, wellicht bekend van Hotel Marques de Riscal. Het oudste wijnhuis in de Rioja-streek, dat werd ontworpen door de beroemde architect Frank Gehry (Guggenheim, Bilbao). Samen met de plaatselijke bevolking zaten we op een terras, wat verder weg van de toeristische proeverijen aan de rand van dit dorp, dat net over de grens in Baskenland ligt.

San Vincente de la Sonsierra is een fotostop waard. Het stadje ligt hoog op een heuvel aan de rivier de Ebro, omringd door wijnbouw met op de achtergrond die loodrechte bergwand van de Sierra de Cantabria. Het petieterige geelgouden Sajazarra in het meest noordelijke gedeelte van de Rioja Alta is één openluchtmuseum. Dat je een dergelijk groot kasteel aantreft in zo’n klein dorpje mag een wonder heten. De familie die dit kasteel destijds opkocht trof er wijn aan in de kelders en zo kan het dat je hier tegenwoordig Castillo de Sajazarra Reserva kunt kopen.

Navarra

En dan het toetje, Navarra. Het lijkt wel een filmset. Hier vind je het sprookjeskasteel van Olite om je even Doornroosje te kunnen voelen. En in de woestijn van Las Bardenas Reales aan de grens met Aragón lijkt het of je in een wildwestfilm meespeelt. Houd je meer van The Birds van Hitchcock ga dan naar Mirador del Balcón de Pilatos in natuurpark Urbassa y Andia. De gieren scheren hier over je hoofd.

Voor een soort van Blue Lagoon experience tot slot kan de rivier Uredera wellicht zorgen: je maakt hier een wandeling door het bos, langs aquamarijn blauwe poelen en watervallen bij de bron van deze rivier (Nacedero Urederra).

* Playa de Los Cristales is bezaaid met glas dat is aangespoeld. Door de branding is het allemaal afgerond.

Info:

Wij verbleven op heerlijk rustige campings in de natuur, in stadshotels en in bijzondere hotels op het platteland (zoals bijvoorbeeld schitterende oude verbouwde kloosters). Alles is goed betaalbaar. Mocht je zelf naar Noord Spanje willen gaan dan mag je de info altijd bij me opvragen. Datzelfde geldt voor de route, er zijn een aantal bijzonder aantrekkelijke trajecten om te rijden.

NB: niet alles wat we bezocht hebben is in dit verslag te vinden, dat wordt teveel voor deze plek. Wel volgt nog een apart verslag van de wandelingen die we in Noord Spanje gemaakt hebben. Dus houdt het in de gaten!

25 september 2021.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *