right-arrow

Na een uitgebreid ontbijtbuffet in de tuin van Garden Inn Resort vertrekken we uit Sevan. De zon straalt alsof ze gisteren geen tijd had. Jammer, want juist daar hadden we graag een duik genomen. Het zou ons eerste zwembad én de eerste zwemplek in het Sevanmeer zijn geweest. Helaas.

Het Zwitserland van Armenië

Vandaag rijden we naar Dilijan. Naar zeggen het ‘Zwitserland van Armenië’. De route is in ieder geval prachtig. We slingeren door de bergen, dalen van zo’n 1.900 naar 1.500 meter en kijken onze ogen uit. Vlak voor Dilijan staat in bijna elke haarspeldbocht een klein kraampje waar mais wordt verkocht. Waarom juist daar? Geen idee.

Na een route van nog geen drie kwartier komen we na een rit de berg op – over niet al te best asfalt – aan bij onze accommodatie. En eerlijk? Het is echt een plaatje. Zo’n plek waarvan je meteen denkt: hier houden we het wel even vol.

Haghartsin klooster

Het hek zit wel dicht dus even appen maar. Het duurt een tijdje voor we naar binnen kunnen en daarbij moet ook Google Translate ons weer eens helpen. Maar uiteindelijk kunnen de tassen naar binnen en de camera mee en kunnen we op naar het kloostercomplex van Haghartsin. Midden in de bossen, omringd door groen en verrassend levendig. De priester begroet iedereen alsof hij je al jaren kent. Voor de lunch kopen we er gata, Armeens gebak gevuld met abrikoos en thijm. Een bijzondere combinatie en gevaarlijk lekker.

Wandelpoging

Daarna rijden we terug richting Dilijan. We willen we nog een wandeling maken, maar dat blijkt makkelijker bedacht dan gedaan. Armenië is (niet alleen) op wandelgebied nog niet toeristisch ingericht. Bewegwijzering is schaars en de routes die we wél vinden beginnen ongeveer bij twintig kilometer. Dat bewaren we maar voor een volgende vakantie. Want ik loop sinds dag één met een indrukwekkende blaar, waardoor mijn wandelschoenen al dagen werkloos in de auto liggen. Mijn touw-espadrilles zijn op deze reis officieel gepromoveerd tot blijvend vakantieschoeisel.

Onderweg zijn we inmiddels gewend aan koeien, schapen en paarden op de weg. Maar de koeien bij Dilijan tillen het naar een hoger niveau. Doodgemoedereerd liggen ze herkauwend midden op het asfalt van het uitzicht te genieten. Wij remmen af en zij kijken ons aan met een blik van: hebben jullie ergens last van?

Koeien op de weg

Regen

Terug in het dorp begint het zachtjes te regenen. Tijd voor koffie. Of iets wat daarop lijkt. We belanden bij een zaak met een trotse Tripadvisor-sticker op de deur. Hippe inrichting ook. Mijn milkshake blijkt echter vooral een herinnering aan een milkshake te zijn. Het bevestigt weer waarom Tripadvisor voor mij al een hele tijd geen heilige graal meer is.

Zodra het droog wordt, gaan we op zoek naar een restaurant voor vanavond. Als mensen met ‘het Zwitserland van Armenië’ de prijzen bedoelen, snap ik de vergelijking ineens een stuk beter. We bekijken een heel gezellig restaurant, maar de menukaart is nét iets minder gezellig. Uiteindelijk kiezen we een restaurant aan het water. Minder Zwitserse en meer Amerikaanse sfeer met al dat grove hout, maar ook dat is prima.

Beelden op de rotonde

Op het centrale plein – eigenlijk gewoon de rotonde waar iedereen langs komt – staan grappige dierenbeelden én een bronzen beeldengroep van drie mannen waar iedereen vrolijk naast poseert. Nieuwsgierig als altijd zoek ik op wie het zijn. Het blijken de hoofdpersonen uit een beroemde – naar het schijnt humoristische – Sovjetfilm, waarin een Armeense boer bevriend raakt met een Rus uit Moskou. Zo’n detail dat een plek net wat meer betekenis geeft.

In het park aan de overkant van de straat staat ook een groot portret van Ruben Vardanyan, voormalig staatsminister van Nagorno-Karabach. Hij zit in Bakoe een gevangenisstraf van twintig jaar uit. Met het monument wordt aandacht gevraagd voor de vrijlating van Armeense gevangenen. Het laat zien hoe dicht de recente geschiedenis hier nog onder de oppervlakte ligt.

Oud-Dilijan

Als we Oud-Dilijan inlopen, breekt gelukkig de zon weer door. Meteen ziet alles er mooier uit. We drinken thee op een fijn terras en slenteren door de straatjes met hun karakteristieke houten balkonnetjes. Net als in Goris valt op hoeveel historische gebouwen hier met zorg zijn opgeknapt. Er zijn ook duidelijk meer toeristen. Vooral Russen, wat eigenlijk logisch is, gezien de gezamenlijke geschiedenis binnen de voormalige Sovjet-Unie.

Oud-Dilijan voelt sfeervol, kleinschalig en ontspannen. En hoewel het voor ons misschien niet echt op Zwitserland lijkt, is het zonder twijfel een plek waar we met plezier nog wat langer zouden blijven hangen. Gelukkig hebben we dus twee nachten hier.

Wandelpoging nummer 2

Vandaag wagen we weer een poging tot een wat langere wandeling. Mijn blaar lijkt eindelijk vrede te hebben gesloten met mijn wandelschoenen, dus dit is hét moment. We kiezen de route van Lake Parz naar Goshavank klooster, dwars door de bergen. Hij zou erg mooi moeten zijn.

Dat plan houdt precies een tijdje stand. Want: de regen van gisteren heeft het pad veranderd in een glijbaan van modder. Het is steil, spekglad en met iedere stap zakken we verder weg. We geven het nog een eerlijke kans, maar ergens moet je ook gewoon toegeven dat de berg vandaag wint. Met lichte tegenzin draaien we om. Soms is heelhuids beneden komen gewoon de verstandigste keuze.

Gelukkig bestaat er ook zoiets als een auto.

Goshavank klooster

Via een heerlijke route rijden we alsnog naar Goshavank (betekent ‘klooster van Gosh’). Eigenlijk is de aankomst alleen al de moeite waard. Het klooster ligt prachtig verscholen in een kom tussen de bergen. Op het pleintje ervoor is het gezellig druk. Niet toeristisch druk, maar levendig. Dorpsbewoners maken een praatje, gidsen hangen in hun jeep, taxichauffeurs wachten op klanten en tussendoor wandelen ook nog een paar soldaten over het plein. Het voelt heel vanzelfsprekend. Alsof iedereen hier gewoon even langskomt.

En dan het klooster zelf.

We vragen ons inmiddels serieus af wanneer we eraan gewend raken. Tot nu toe is het antwoord: niet. Elk klooster heeft weer iets eigens. De ligging, de sfeer, het licht, de details in het steen. En iedere keer staan we toch weer met open mond rond te kijken.

Het is eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Je zou denken dat je na een paar dagen wel genoeg kerken hebt gezien. Dat dachten wij eerlijk gezegd ook. Maar het tegenovergestelde gebeurt. Met ieder klooster worden we alweer nieuwsgierig naar het volgende.

Wandelpoging nummer 3

Omdat onze eerste wandelpoging letterlijk in het water valt, besluiten we de wandelschoenen toch maar aan te houden. We lopen vanaf Goshavank een stuk de berg op. Misschien kunnen we de route andersom oppakken. Hier schijnt de zon volop en de paden zien er een stuk droger uit. Hoop doet wandelen.

Het pad klimt stevig omhoog en dat hebben we er graag voor over. Achter iedere bocht wacht weer een nieuw uitzicht. En overal staan wilde bloemen. Groot, klein, paars, geel, wit, rood. Alsof iemand hier met een enorm kleurenpalet aan de slag is geweest. De natuur in Armenië blijft ons verbazen. We hebben al zoveel moois gezien, maar iedere dag is op haar manier weer indrukwekkend.

Thee met gata

Toch moeten we uiteindelijk ook hier onze meerdere erkennen. Zodra het pad het bos in duikt, verandert de ondergrond opnieuw in een modderbad. Nog een keer glibberend naar beneden lijkt ons geen geweldig plan. Met frisse tegenzin keren we dus weer om. Beneden hebben we een prima manier gevonden om zo’n kleine wandelteleurstelling te verwerken: thee met gata. Bij het winkeltje aan het plein blijken ze wel twintig verschillende varianten te verkopen. Vandaag kiezen we er eentje met abrikoos en walnoot. Ook een combinatie die ik thuis niet zo snel zou bedenken, maar die weer verrassend lekker is. We drinken de thee op het terras van een gezellige houten uitspanning. Zo’n plek waar je zonder moeite een uur langer blijft zitten dan gepland.

Daar is hij weer

Terwijl ik wat rondkijk, valt mijn oog ineens op een fotocollage aan de muur. En jawel, daar is hij weer: Charles Aznavour. Blijkbaar is hij ook ooit voor Gosh gevallen. We kunnen hem geen ongelijk geven.

Terug bij onze accommodatie pakken we nog even een stoel op het terras. Met de benen op een krukje, uitzicht op de bergen en een voorzichtig zonnetje is dat bepaald geen straf.

’s Avonds eten we opnieuw bij het restaurant aan het water. De keuze van gisteren blijkt een schot in de roos, dus waarom iets veranderen dat goed bevalt?

Als we na het eten terugrijden, kleurt de hele hemel diep oranje. De zon zakt langzaam achter de bergen en zelfs de rit naar huis voelt alsof hij onderdeel van het programma is.

Al moeten we eerst nog even geduld hebben.

Koeien

De weg omhoog wordt namelijk geblokkeerd door een kudde koeien. Niet omdat ze koppig zijn, maar omdat ze gewoon onderweg naar huis zijn. Zonder haast klimmen ze in optocht naar boven. Onze overbuurvrouw blijkt de eigenaresse te zijn en haar koeien weten de route – en ik denk ook de tijd – feilloos zelf te vinden. Ik stap uit, maak duidelijk dat ik het prachtig vind om te zien en krijg een glimlach terug die geen vertaling nodig heeft.

De koeien blijven ondertussen rustig voor het hek staan wachten. Even later begrijp ik waarom. Achter een tweede hek staan de kalfjes ongeduldig te drentelen. Zodra het hek opengaat, mogen ze één voor één naar hun moeder om te drinken. En aan de andere kant melkt de buurvrouw zittend op een krukje tegelijkertijd mee…. Ik blijf er ademloos naar kijken. Zo’n simpel tafereel, maar het raakt me meer dan ik had verwacht.

Thuis zijn we zo gewend geraakt aan die enorme stallen en kalfjes die vrijwel direct van hun moeder worden gescheiden, dat dit bijna onwerkelijk voelt. Hier speelt het zich gewoon af langs de weg, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

En misschien is dat ook wel zo.

Onverwachte momenten

Het zijn precies dit soort onverwachte momenten die een reis bijzonder maken. Niet de highlights uit een reisgids, maar iets waar je toevallig tegenaan loopt en dat je nog lang bijblijft.

De volgende ochtend worden we opnieuw compleet in de watten gelegd. Onze gastvrouw, haar dochter en haar zus zetten samen een ontbijttafel neer die nóg uitgebreider is dan gisteren. Op een gegeven moment vraag je je serieus af hoeveel ontbijt er op één tafel past. Het antwoord blijkt: in Armenië altijd nog iets meer.

Gastvrijheid is in Armenië duidelijk geen loze kreet.

Na een laatste kop overheerlijke thee, met bloemblaadjes en al,  pakken we de koffer weer in. Vandaag rijden we door naar ons laatste verblijf, in Vanadzor. We zijn benieuwd wat dit laatste stukje Armenië ons nog gaat laten zien.

Dit was deel zes van onze roadtrip door Armenië. Deel 1 vind je hier. Deel zeven verschijnt binnenkort weer.

7 juli 2026.

Doe mee met de conversatie

2 reacties

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *