Dus jullie willen een wandeling in de zon, niet teveel stijgen en ruim twee uur lopen? Dan raad ik jullie de route vanaf Rifugio Boffalora naar Rifugio Venini aan, vertelt Matteo ons. We staan dan boven in de bergen tussen het Comomeer en het Lago di Lugano in.
Verblijf in Porlezza

Verblijven doen we in Porlezza: mijn jeugdliefde van weleer. Zeker tien jaar heb ik hier heerlijke zomers met mijn ouders doorgebracht op de camping aan de Italiaanse kant van het meer van Lugano. Toch ben ik – gek genoeg – nooit eerder op deze plek geweest.
Vanuit Porlezza rijden we langs het turquoise glinsterende lago richting de bergen. De weg kronkelt omhoog, door gezellige dorpjes en een zee van groen. Hoe hoger we komen, hoe smaller en hobbeliger het asfalt wordt — een subtiele hint dat niet elke auto hier blij van wordt.




Rifugio Alpe di Colonno
Bij Rifugio Alpe di Colonno worden we meteen getrakteerd op een uitzicht dat bijna te mooi is om waar te zijn: het Comomeer ligt beneden ons te schitteren als een ansichtkaart. Tijd voor koffie, vinden wij. Matteo, de uitbater met karaktervolle wenkbrauwen, vraagt droog: ‘Cappuccino? Nee, die heb ik niet. Wel bier.’ We besluiten het bier maar even uit te stellen en luisteren braaf naar zijn wandeladvies.


De wandeling
Achter de rifugio staat een kerk en een stukje verder rijden we langs een Mariakapelletje naar Rifugio Boffalora dus. We parkeren bij een charmant Alpenkerkje en beginnen onze tocht op zo’n 1.250 meter hoogte. Na een paar haarspeldbochten duikt Alpe d’Ossucio (1.315 m) op: hier staat een boerderij – waarvan de boerin druk in de weer is met de stal en waar ze streekproducten verkopen die je spontaan doen watertanden.


We wandelen verder door het bos – schaduw die we stiekem best waarderen, want het is hier in september nog lekker warm – en komen bij Alpe di Lenno (1.495 m). Hier lopen geitjes rond die duidelijk weten wat lekker eten is. Hun melk wordt omgetoverd tot kaas die, als we de geur mogen geloven, verrukkelijk moet zijn.




Even verderop drinken koeien uit bakken met koel bergwater en staan ze op hellingen die zó steil zijn dat je je afvraagt of ze niet per ongeluk richting het meer rollen. Zwetend maar voldaan klimmen we door, tot we eindelijk Rifugio Venini (1.576 m) in zicht krijgen. ‘Bijna daar’, denken we optimistisch – minstens vijf keer.

Eenmaal boven ploffen we neer in het gras. Wat. Een. Uitzicht. Twee meren, strakblauwe lucht en een panorama dat zelfs Matteo’s bier waardig is. Toch houden we het nog maar even op een frisje: de terugweg is nog lang genoeg.




We scharrelen nog wat rond op deze plek en genieten van de koeien hier – en de vele tapuiten die er rondvliegen. Ook zien we er boven de vallei – tot onze verbazing – niet één, niet twee maar zelfs drie steenarenden rondvliegen.



De terugweg
Die terugweg gaat wel heel rap – misschien iets té rap, dus we houden de benen in de remstand. Dan ineens: geritsel in het hoge gras. Een koppie steekt op. Een parelhoen? Een fazant? Voor we het weten schieten er acht tot tien kleine pluizebolletjes over het pad, alsof ze auditie doen voor Fast & Furious: Bird Edition.



Maar dan begrijpen we waarom: boven ons cirkelt een steenarend. We houden de adem in terwijl hij sierlijk over de helling glijdt. Gelukkig kiest hij eieren voor zijn geld en laat de vogelfamilie met rust. Wij blijven even stil, compleet onder de indruk van dit stukje wilde natuur. Dan passeert ons hortend en stotend een auto en die is zo vriendelijk om te stoppen als wij dat vragen. ‘Weten jullie misschien wat voor een vogels hier rondlopen in het hoge gras op de hellingen?’. ‘Certo, che sono pernice‘ antwoordt de bestuurder. Patrijzen dus.



Onderweg kruisen we nog eenmaal rinkelende belletjes van een kudde geitjes. Twee kleine zwarte liggen midden op het pad uit te rusten en een grote witte kijkt ons aan van: jullie ook hier?
Met een grote glimlach dalen we verder af naar Rifugio Alpe di Colonno, waar Matteo ons ontvangt met een koel biertje en een bord dampende polenta* met wild zwijn. Simpel, stevig, hemels. Op de terugweg door de Valle Intelvi stoppen we voor een laatste gelato. Morgen weer naar huis – maar onze harten (en camera’s) zitten vol.
Arrivederci Italia!
*polenta is een gerecht dat wordt bereid met maisgriesmeel, ter vervanging bijvoorbeeld van aardappels.
Info
Deze wandeling duurt ongeveer drie uur met tussenstops en fotomomenten (en een drankje met uitzicht). Je stijgt zo’n 300 meter gestaag over een pad waarbij je niet kunt verdwalen en loopt dan iets meer dan tien kilometer (heen en terug). Vanuit Porlezza is het zo’n 50 minuten rijden naar Rifugio Boffalora, vanuit Argegno aan het Comomeer zo’n 40 minuten.




Dit was deel 7 en meteen het laatste deel van onze roadtrip door Noord-Italië. Deel 1 vind je hier.
9 november 2025