right-arrow

‘Helaas is mijn hele druivenoogst dit jaar mislukt: er heerst een nare ziekte’, vertelt de eigenaar van Quinta da Azenha in de Douro vallei ons bij vertrek. We nippen aan zijn port, ’s ochtends na het ontbijt. Hij wil dat we hem nog even proeven voordat we vertrekken…

Douro vallei

De Douro vallei is zo’n beetje het bekendste deel van Noord-Portugal, samen met de een na grootste stad van Portugal: Porto. De Douro ontspringt in Spanje, op ruim 2000 meter hoogte in de Sierra de la Demanda aan de rand van het Rioja gebied. Daar heet ze nog de Duero. Ze doet er bijna 900 kilometer over om uiteindelijk in de Atlantische Oceaan bij Porto uit te monden.

Haar steile hellingen zijn hier bedekt met wijnranken, zover het oog reikt. De weg langs de Douro rivier tussen zo’n beetje Mesao Frio en Pinhao biedt alleen maar van dit soort panorama’s over het unieke landschap. Af en toe is er een afslag naar een Quinta*. Douro betekent trouwens ‘gouden rivier’. Logisch dat dit wijngebied op de UNESCO werelderfgoedlijst is opgenomen.

Douro vallei met Quinta op een schiereiland

Druivenpluk

De druivenpluk is nu – begin september – in volle gang, dus we boffen. Vanuit Pinhao maken we een boottochtje. Vanaf het water heb je toch weer een andere kijk op de terrasvormige wijngaarden. Hier ben je in het hart van de regio waar de oorsprong van de portwijn ligt. Het dorpje zelf heeft, bijzonder genoeg, nog geen 1.000 inwoners. Het water blijkt er kraakhelder. Zwemmen doen we echter bij ons verblijf: Quinta da Azenha in Folgosa, een authentieke wijnboerderij met zwembad, tussen de druiventerrassen, uitkijkend over de Douro.

Zo’n 20 km vanaf Pinhao ligt Sao Jao de Pesqueira. Heb je tijd, sla Sao Jao dan niet over want het blijkt een van de mooiste dorpspleinen van Portugal te herbergen. Haar historisch centrum is klein maar fijn.

Peso dá Regua

Ter hoogte van Peso dá Regua liggen drie enorme bruggen achter elkaar, die ook nog eens weerspiegelen in het water van de rivier eronder. Zo lijken ze nog een keer zo groot. Het is hier zo sereen. Niet zo gek, want Portugal heeft ruim 10 miljoen inwoners op een oppervlakte tweemaal zo groot als Nederland. En naar wat wij ervaren hebben, is de Portugese volksaard ook niet al te druk.

Porto

Porto daarentegen, gelegen aan het eind van de rivier, daar waar zij haar weg naar de Atlantische Oceaan vindt, is wat drukker bezocht. En toch hangt er ook een kalme en vredige sfeer. Alleen het geroep van de jongens die bovenop de brug staan en hun duik tegen betaling willen ondernemen doorkruisen deze soms.

Geld verzamelen en dan duiken vanaf de brug

Aan de noordkant van de Douro straalt een kleurenpalet aan huisjes, gebouwd tegen de bijna loodrechte heuvels, in de zon. Aan de kade van de zuidoever liggen donkerbruine, verweerde port schepen (rabelos).  Hiermee kwam de port uit de terrassen van de Douro vallei verder landinwaarts naar ‘Gaia’. Een liefkozende naam voor de stad aan de overkant van de rivier: Vila Nova de Gaia. Hier vind je de porthuizen, waar het rijpingsproces van de wijn begint en de port verder op smaak wordt gebracht.

Rabelo

Gaia

Overal in Porto struikel je bijna over de terrassen. Zo ook hier. Voordeel van aan deze kant zitten is dat je dan pas goed zicht hebt op de stad. ‘s Avonds is het goed vertoeven in het park, waar een zanger zichzelf begeleidt op gitaar bij ondergaande zon. En ja, natuurlijk zijn er meer mensen, maar hoe gezellig is dat! Bovendien is er genoeg ruimte voor iedereen. Zeker in deze Coronatijd geen luxe.

Om er te komen loop je reus Ponte Luiz I over. Kies zelf op welk niveau, beneden waar de auto’s rijden of boven waar de metrolijnen liggen, uitkijkend over de Douro en de stad. In Porto struin je rond, vooral in de wijk Ribeira. Er zijn niet heel veel bijzondere gebouwen maar om elke hoek van de straat word je weer verrast.

Espinho

Badplaats Espinho, zo’n twintig kilometer ten zuiden van Porto, heeft een breed strand met fijn zand van zo’n acht kilometer lang. De plaats zelf is niet bijzonder, maar de zee daarentegen … Een duik nemen in de stevige golfslag is leuk, maar een borstcrawl is soms wat lastig. En de temperatuur van het water nog ietsje meer. Gelukkig maken de azuurblauwe kleur van de zee en de dieprood gekleurde zonsondergangen een hoop goed. Zeker als deze vergezeld gaan van een verse vis boven barbecue kolen. In Bairro dos Pescadores, het visserskwartier, liggen fleurig beschilderde bootjes op het strand, hangt de was aan lijnen op de stoep en zit iedereen gezellig te keuvelen op een stoeltje voor het huis.

Viana do Castelo

Ten noorden van Porto, in Viana do Castelo, waait een straf windje. Surfers vormen een regenboog met hun kleurige kitesurfkites. Hier en daar hangt iemand een tijdje in de lucht. De golven zijn dus vaak iets te hoog om lekker te kunnen zwemmen. Daarom is even relaxen bij het enige barretje op het strand wel zo lekker.

Kitesurfers bij Viana do Castelo

Sommigen noemen dit stadje het kroonjuweel van de Costa Verde (groene kust). Dat komt ook deels omdat aan de overkant van de riviermonding – hoog boven Viana – de Santuário de Santa Luzia op ons neerkijkt. Eén van de meest beroemde monumenten van Portugal. Gebouwd op het westelijke puntje van Monte de Santa Luzia en een fraai staaltje van neogotische en neoromaanse architectuur. Vooral in donker als hij helemaal wordt uitgelicht.

Parque nacional Peneda-Geres

Rijdend door dit natuurpark waan je je soms in Zuidwest Amerika. Hoog in het park liggen giganten van rotsen, geflankeerd door dennenbomen, als uitgestrooide broodkruimels langs de weg. Lager doet het soms denken aan de jungle, zó dicht is de begroeiing hier. Je vindt er ook metershoge watervallen, met turquoise poelen, als uit de reclames. Nog verder naar beneden liggen Noord Italiaans aandoende (stuw)meren, waar bootjes en waterscooters het helder blauwe water doorkruisen. Hiken kun je hier als de beste. Badderen ook, al moet je wel goed uitkijken bij het afdalen naar deze watervallen, klauterend over stenen en boomwortels. We hebben een aantal prachtige wandelingen gemaakt in dit gebied.

Strandje bij Hotel Beira Rio do Geres

Braga en Guimaraes

Braga en Guimaraes worden vaak bezocht tijdens een rondreis door Noord-Portugal. En met recht. In Braga staan voor toeristen gelukkig nog steeds de letters van de stad op een fraaie plaats. Iets wat men in Amsterdam al heeft afgeleerd. Hier kan het nog. Het is een relaxte stad en je voelt je er meteen thuis, zeker als je zoals wij in een hotel midden in het centrum zit.

Twee dingen zijn hier een must: Bom Jesús do Monte en Palácio do Raio. Beklim samen met hardlopers in de vroege ochtend de trappen van de eerste en neem ’s middags een kijkje bij de tweede. Het blauw van dit barokke pand knalt je tegemoet. Daarna doe je een drankje in de buurt van de kathedraal en je dag kan niet meer stuk.

Bom Jesús do Monte

Twee kilometer voorbij Bom Jesús ligt Santuário do Sameiro. Een in de zon schitterend wit gevaarte. Als je niet gelooft zou je het hier bijna gaan doen. Je kunt je niet anders dan nietig voelen bij dit religieuze monument ter ere van Maria.

Guimaraes wordt ook wel de wieg van Portugal genoemd. De eerste koning van Portugal, Afonso Henriques is hier namelijk geboren. Al zijn de meningen daar buiten Guimaraes over verdeeld. Zijn kasteel kun je bezoeken en het grootste en gezelligste plein – Largo da Oliveira – is een middeleeuws gotisch plaatje.

Lamego en Amarante

In Lamego, zo’n 12 kilometer vanaf de oevers van de Douro kun je ook trappen lopen. Dit keer naar de Santuário de nossa Senhora dos Remédios. Tijdens pauzes van de beklimming kun je genieten, want ieder niveau is bewerkt met de beroemde wit/blauwe tegeltjes.

Amarante staat bijna nergens vermeld en dat is geheel onterecht. Wat een stadje! Met een brug die hoog boven de rivier hangt, die iets verderop in een behoorlijke stroom verandert. In het doorschijnende water kun je tussen rotsen zwemmen. Het strandje bij de watermolen langs de rivier leent zich daar uitstekend voor.

Op een terras worden we aangesproken door een Nederlandse. Zij woont hier al dertig jaar: ‘heel Portugal heb ik zo’n beetje gezien, maar hier houd ik het meeste van. Het ongepolijste en rauwe Portugal. Al iets verderop geweest richting Vila Real? Daar worden veel traditionele feesten gevierd en gaan ze nog wandelen met de koeien’.

Parque natural Montesinho – Braganca

In het uiterste noordoosten van het land ligt Branganca, aan de voet van Parque Natural de Montesinho. Op haar heuvel prijkt een fort, omringd door forse wallen. Daarbinnen vind je nog een heus dorpje, bestaande uit wit gepleisterde huisjes. Een sprookje.

In park Montesinho vind je verschillende wandelroutes en (verlaten) dorpjes in de bergen als schilderijen uit een ver verleden. Als je hiervan houdt bezoek dan zeker Montesinho, Rio de Onor en Guadramil.

Viseu

Onderweg vanuit Lamego naar Viseu besluiten we Mondim da Beira nog aan te doen. Op weg ernaartoe worden we behoorlijk door elkaar geschud in de auto. Maar zoals je ziet hebben we daar geen spijt van gehad!

Het hart van historisch Viseu bevindt zich rondom Praca da Sé en Praca Dom Duarte. Hier staan de mooiste gebouwen. Slenter door de smalle straatjes en proef er vooral een Ginja bij een van de standjes. Deze kersenlikeur wordt geserveerd in een eetbaar chocoladebakje. Ik vond hem verrukkelijk (en ik houd niet van kersenbonbons).

Fiais da Beira

Onderweg naar Manteigas in de Serra da Estrela bezoeken we mijn oud collega in Fiais da Beira. Hoe dichterbij we komen hoe donkerder de lucht wordt. Even denken we aan een hoosbui, maar dan verschijnt er ook een oranje gloed aan de horizon die steeds groter wordt. Een vreemde combinatie van zwart en oranje geeft de omgeving een onheilspellende sfeer.  

Het is lastig rijden over de smalle, met kasseien belegde straatjes omringd door hoge wallen van stenen. Het dorp lijkt rechtstreeks uit de strips van Asterix en Obelix te zijn gestapt. Als we uiteindelijk hun huis vinden iets buiten het dorp zien we erachter ook een aantal oude stenen (graan)schuren op een kolossale rots staan.

Bosbranden

Dichtbij blijken forse bosbranden te zijn. Vandaar de vreemde lucht. Bosbranden zijn jammer genoeg een veel voorkomend fenomeen in Portugal en ze hebben er zelfs een site voor: fogos.pt. Hier vind je alle details van een brand. De overheid stimuleert nu het terugdringen van eucalyptusbomen die zijn geplant voor de papierindustrie. Het schors en sap van deze snelgroeiende soort zijn namelijk licht ontvlambaar in tegenstelling tot bijvoorbeeld dat van eikenbomen. Die kunnen grote branden zelfs stoppen. Mijn oud collega plant de laatste dus graag.

Serra da Estrela – Manteigas

De weg naar Manteigas gaat langs diepe ravijnen en over hoge kale bergen waar de wind overheen raast. De uitzichten zijn fenomenaal. Deze weg (N339) kan wat mij betreft dan ook concurreren met Transfagarasan, door velen benoemd tot de mooiste weg van Europa in Roemenië. Het dorp met witte huizen en oranje daken ligt op bijna 800 meter hoogte aan het uiteinde van een voormalige gletsjer.

In de Serra da Estrela – ’s lands grootste bergketen – vind je ook de hoogste berg van Portugal. Je kunt er heerlijke wandelingen maken, zelfs zonder al teveel hoogteverschil.

We treffen er Maria weer aan. Ditmaal uitgehouwen in rotsen, op 1850 meter hoogte, dichtbij het hoogste punt van de Serra. Het beeld werd in 1946 gehouwen en is bijna acht meter hoog. Naast haar knielen twee herders, want Maria is patroonheilige van de schaaphoeders in de Estrela. Toen we dan ook geloei hoorden dachten we eerst dat de schapen van slag waren…

Oh ja, en die port die we moesten proeven bij Quinta da Azenha? Die hebben we niet gekocht. Heeft waarschijnlijk niets te maken met de kwaliteit ervan. Hij viel ons alleen wat rauw op de maag op dat vroege tijdstip.

*Een Quinta is een wijnboerderij of wijnhuis.

Info:

Porto ligt op zo’n 2.000 kilometer rijden vanaf Utrecht. Dat is best goed te doen als je tussentijds een overnachting pakt. Bovendien rijd je de vijf uur in Spanje zo door, de snelwegen zijn vrijwel leeg. Datzelfde geldt voor Portugal. Voor wie toch liever een vliegtuig pakt in deze Coronatijd: een ticket naar Porto is goedkoop en een auto huren is ook niet duur.

Een indruk van onze route (niet exact weergegeven), entree via Braganca en retour via Ciudad Rodrigo in Spanje

Covid-19:

Portugezen houden zich keurig aan de regels van mondkapje in gesloten ruimtes tot afstand houden.

Verblijf:

Hotels zijn niet duur in Portugal. Je verblijft al voor zo’n 70 euro gemiddeld in een mooi hotel met ontbijt. Aanraders wat mij betreft zijn o.a.:

  • Quinta da Azenha in de Douro vallei (Folgosa), houten meubels, uitzicht over de Douro vanaf het zwembad en de eigenaars verbouwen en verkopen wijn en verwennen je met ontbijt op de binnenplaats;
  • Hotel Beira Rio Geres, waanzinnig uitzicht over het super heldere meer, strandje naast het hotel en lopend naar het diner. De vriendelijke eigenaars brengen je ontbijt op het terras, uitkijkend over het meer;
  • Hotel Internacional in Porto, super centraal, heerlijk ontbijt en prima bedden;
  • Hotel Berne in Manteigas, Zwitserse precisie in Portugal. Overheerlijk ontbijt, zalige bedden en uitzicht over het dorp en de vallei vanaf je balkon;
  • Hotel Dona Sofia in Braga, achterlijk grote kamer en badkamer, geweldig ontbijt en lieve receptie.

Eten en drinken:

Overal in Noord Portugal kun je lekker eten en drinken. Sangria, wijn, port, koffie, thee, alles is ook goedkoop. Vooral vis eten kun je hier goed. Voor een liefhebber als ik is dat een feestje.
Leuke restaurants zijn bijvoorbeeld:

  • Casa Locas in Espinho, buiten de drukte van de boulevard. Er zitten alleen Portugezen en de inrichting is niet fancy. Wel is de vis er super vers, rechtstreeks van de kolen barbecue. Je mag hem zelf eerst uitzoeken. Ook de clams vooraf zijn niet te versmaden en de bediening heet je van harte welkom;
  • Cavado in Rio Caldo (Geres). Ook niet fancy maar alles is vers en de bediening gezellig. Proef er vooral de vleesspiezen van de barbecue (en neem de clams vooraf);
  • Cozinha da Sé in Braga: neem plaats op het prachtige terras. Een fancy restaurant met waanzinnig lage prijzen en overheerlijk eten;
  • Praca 63 in Porto: lekker terras en de gastheren verwennen je graag met overheerlijke inktvis.
  • En daarna een drankje bij Base, de mojito is er goed en goedkoop!

28 september 2020

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. Wat een geweldige reis! Je zou er zo heen willen. Prachtige foto’s. Heerlijk eten en drinken zo te zien.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *