right-arrow

‘Ik snap het. Hongaars is zelfs voor Hongaren moeilijk’, vertelt Tibor, onze taxichauffeur, onderweg naar de luchthaven. Gelukkig wordt er veel Engels gesproken, anders hadden we deze donkere dagen voor Kerst in Boedapest vast niet zo licht ervaren.

Andrassy Boulevard

Pest

Het is maar anderhalf uur vliegen vanaf Düsseldorf naar de hoofdstad van Hongarije. Als we ’s avonds na aankomst Andrassy Boulevard aflopen richting ons hotel lijken we omsingeld door reuzenbomen uit Lord of the Rings. Hun grillige takken zijn versierd met lichtjes, waardoor het soms wel dieren lijken. Olifanten en giraffen staan achter elkaar en dat minstens een kilometer lang. Metershoge panden omsluiten deze brede laan met enkele groteske beelden van mannen en vrouwen die als steunpilaar dienen.

Op het kerstmarktje precies voor ons hotel roept een man in een folkloristisch Hongaarse outfit ons naar zijn kraam. Verstaan doen we hem niet, evenmin zijn naam, maar er liggen wel heerlijke worsten. Beetje zuurkool met een augurkje erbij, een schnapps en we kunnen er weer tegen. De man zelf niet. Zo te zien zijn we vandaag niet de eerste klanten waarmee hij een glaasje nuttigt.

Sint Stephanus Basiliek

In de Sint Stephanus Basiliek is het een en al goud wat er blinkt. Bovenin de lichtkoepel schittert het edelstaal dat de heiligen omringt je tegemoet. In combinatie met de aankleding in gloedvol steenrood en warm groen kan onze lichaamstemperatuur weer een beetje herstellen van het winterse weer buiten.

Onderaan de trappen begint de kerstmarkt. Er worden voornamelijk zelfgemaakte spulletjes verkocht als ringen, kettingen en poppenhuisjes ter grootte van een sigarendoosje. Naast touwslingers met gedroogde vruchten, voor een kerstgeur in je kamer. In het midden ligt een ijsbaantje om een kerstboom van zo’n vier meter hoog. De bogen van kerstgroen (of eigenlijk zilverwit) bij de entree en de uitgang van de markt maken het anders dan anders. Net als witte slingers aan de daken van de houten huisjes. Wit kan warm zijn.

Boedapest Eye en kerstmarkt

Wij wisten niet dat Boedapest zijn eigen Eye heeft. Het reuzenrad is half zo hoog als dat in Londen en het staat op Erzsebet square, waar het in het voorjaar vast heel groen is en aangenamer om een ritje te maken. Op het plein bevindt zich de Danubius fontein, die nu stilstaat. Erlangs ligt een uitgestrekt terras een paar meter boven de grond. Overdag valt het niet op dus loop hier vooral na zessen een rondje: voor je het weet sta je aan de rand van een vijver. Daaronder zie je kleurige lichten en mensen. De club onder water heeft de toepasselijke naam: Akvárium ofwel Aquarium. Mensen in plaats van vissen kijken.

Deze kerstmarkt loopt naadloos over in die op Deák Ferenc tér. Bezoek hem liever na zonsondergang: een azuurblauwe kerstboom is best bijzonder. De handel bestaat voornamelijk uit natuurlijke materialen: horens van koeien, houten poppenhuisjes in pasteltinten, poppetjes, oorbellen en de geurige vruchtenslingers, die we eerder al zagen.

Fashion Street

Aangrenzend flonkert de overdadige kerstversiering van Fashion Street ons al tegemoet, waar werkelijk alles van lampjes is gemaakt. Enkele meters boven de straat hangen cadeau dozen met strik, stiletto’s, engelen, je kunt het zo gek niet bedenken. De kerstboom in het midden van de straat is zilverwit met gouden ballen en verandert voortdurend van kleur: van oranje tot roze tot geel en groen en blauw. Datzelfde geldt voor de kerstlampjes aan het pand waar de bekendere dure merken gevestigd zijn. De knalrode Mercedes op het podium verderop in de straat is versierd met een lichtslinger. En op zijn nummerbord staat Merry Christmas. De Mercedes pick up truck vrijwel aan het eind draagt zelfs pakjes en vermeldt Ho-Ho-Ho! We zijn verrast en vermoeden een sponsor voor deze weelderige decoratie.

Vörösmarty kerstmarkt

Vörösmarty wordt gedomineerd door: ETEN! Achter de reuzenkerstboom die een pyramide benadert staat een kraam met hapjes in felle kleuren, die sterk geuren. Dat kriebelt de maag. Mannen en vrouwen in witte bloezen met zwarte schorten rangschikken de etenswaar die niet echt lijkt. Daar zijn vast stylistes aan te pas gekomen. Bij een kraam verderop is het zwart ingeruild voor bordeauxrood maar voor de rest zijn er geen verschillen. Ik doe geen poging het verder uit te leggen: kijk naar de foto’s en je begrijpt wat ik bedoel.

Koffie

Voorbij het Parisi Udvar Hotel, gelegen in een van de meest iconische panden van de stad, bezoeken we Jégbufé. Het tentje is bescheiden maar ze schenken er overheerlijke koffie. In tegenstelling tot het veelal aangeprezen New York café, waar mensen in de rij staan voor een kopje van tien euro. Bij dit tentje kun je tussen Hongaren lekkere taart uitzoeken voor weinig en een aantal barkrukken bij de hoge ronde tafels is geregeld leeg. 

Grote markthal

De grote markthal is gedecoreerd met diamantvormige lichtkettingen en opvallend is dat het er niet ruikt zoals in veel markthallen. Er liggen Hongaarse specialiteiten tentoongesteld als paprikapoeder in linnen zakjes, salamiworsten, Cabanossi en erg veel vlees. Hert, rund, konijn, eend, het kan niet op. Ganzenlever in blik ligt er keurig op kleur opgestapeld.

Lunch en Poesta’s

Onze lunch is bij Esetleg aan de Donau. ’s Zomers kun je lekker buiten op het terras, dat er nu een beetje verdrietig bij ligt met al die stoelen opgestapeld onder een opgerold zonnescherm dat drupt. Geen probleem voor ons: binnen is het warm en behaaglijk. Winterse plaatjes van besneeuwde berghutten en kerstbomen tegen ondergaande zon worden er geprojecteerd op de muur. En de bediening is sympathiek: we leren zelfs nog een paar woordjes Hongaars.

De goulashsoep is om te smullen. Die werd uitgevonden op de poesta’s: het Wilde Westen van Hongarije (puszta betekent leegte in het Hongaars). Al liggen deze grote lege grasvlakten in het oosten van het land. Daar leven al duizenden jaren ruiters met hun paarden en herders met kuddes. Wat voorhanden was werd – met paprikapoeder natuurlijk – in een ketel boven het vuur verwarmd. De Shop of Hungarian Folk Art heeft allerlei souvenirs rondom deze cowboys van de poesta. Ofwel csikós, zoals ze in dit land genoemd worden.

Grote Synagoge

De grote synagoge in de Joodse wijk. Niet gek dat men hem zo noemt. Het is de grootste van Europa en de op één na grootste ter wereld. De Moorse gevel is bekleed met blauwe, gele en rode bakstenen, de kleuren uit het stadswapen van Boedapest. Twee torens voorzien van uivormige koepels omringd met goud staan aan beide zijden van de ingangsboog. We staan hier in het voormalige getto, dat op 18 januari 1945 door het Sovjetleger werd bevrijd. Naast de synagoge zijn in de herinneringstuin duizenden – onbekende en niet meer te identificeren – mensen begraven. Je vindt er ook de heldentempel, het gedenkteken voor de 10.000 soldaten die hun leven gaven voor Hongarije in WOI én de zilveren treurwilg. De namen van slachtoffers van de Holocaust staan in haar bladeren gegraveerd. Je hoeft niet eens naar binnen om de zwaarte van dit gebouw te voelen.

Ruin Bars

Tijd voor een drankje, ofwel Szimpla Design Galeria. Een van de zogenaamde Ruin Bars in de stad. Verlaten gebouwen zijn vanaf ongeveer 2000 in gebruik genomen als drank- en uitgaansgelegenheid en met de jaren verder uitgebouwd. Uniek voor Boedapest. Mijzelf doet dit denken aan Camden Market/Lock in Londen, maar dan net even anders. Misschien een hapje bij de buren, bij Karavan? Het straatje met foodtrucks, waar je de beroemde Chimney cake (schoorsteen cake) kunt krijgen? Er staat al een rij mensen te wachten dus wij slenteren verder door de Joodse Wijk en komen veel street art tegen.

Boeda

Boedapest is een eigenlijke samenvoeging van drie steden: Buda, Obuda en Pest (sinds 1873). Pest ligt aan de oostelijke oever van de Donau, de andere twee aan de westelijke. Vandaag gaan we daarom de rivier over via de Kettingbrug, die de brede stroom groots overspant met aan weerszijden reuzenleeuwen op sokkels. In tegenstelling tot het oosten is de westkant heuvelachtig, dus we moeten omhoog. Vanuit het tandradbaantje kijk je over de Pestzijde uit. Links van ons ligt het Parlementsgebouw, bijna 300 meter lang en ruim 100 meter breed. Bovenaan lopen we door een monumentale poort het terrein van het kasteel van Buda op, onder het toeziend oog van soldaten op wacht die niet verblikken of verblozen.  

Uitzicht over Kettingbrug en Basiliek vanaf Buda Castle

Kasteel van Buda en Vissersbastion

Best een saai gebouw, dit koninklijke paleis op de burchtheuvel, een beetje kleurloos. Ik begrijp heel goed dat Sissi (Elizabeth, koningin der Hongaren en keizerin van Oostenrijk) dit paleis het liefst ontweek als ze in Hongarije was. De tuinen en pleinen eromheen zijn gratis. Wat een uitzicht over de stad en het water heb je vanaf deze plek! Achterlangs zie je Buda liggen, minder spectaculair. En daar is al de Matthiaskerk, waar Sissi en Franz Josef ooit tot koning en koningin werden gekroond. De sneeuwwitte kerk met haar felgekleurde dakpannen in patroon gelegd is een aandachtstrekker. Zelfs naast het overweldigende Vissersbastion, met haar gangen, trappen, arcaden, doorkijkjes en torentjes in de vorm van zo’n vilten herdershoed die je wel kent van de verkleedwinkel. Het werd gebouwd om de kerk extra aanzien te geven. De grote trap leidt vanaf hier naar de Waterstad beneden, het domein van de vissers.

Pest

Parlementsgebouw

Via de stalen Margit brug (opvallend geel en met een bocht erin, omdat hij halverwege een aftakking heeft naar het gelijknamige eiland in de rivier) bereiken we het plein achter het immense Parlementsgebouw. Een grotendeels leeg plein met aan haar randen verschillende beelden. Die van Guyula Andrassy – vermeend minnaar van Sissi, Hongaars magnaat en opstandeling tegen de Oostenrijkse keizer, bovendien premier van 1867 tot 1872 –  staat pontificaal aan de zuidkant van het pand. Dat was lang niet zo: in 1945 haalden de Communisten het weg en in 2016 werd hij in ere hersteld.

Parlementsgebouw

Selfiemomentjes

Wie van selfies houdt kan zijn telefoon er in Boedapest mee vullen. Voorbij Andrassy kun je op schoot bij dichter Attila Jozef of je loopt met Reagan hand in hand iets verderop op het Vrijheidsplein. Beelden te over, waar je ook bent. Typerend voor de stad.

Schoenen op kade

Vlakbij vind je zestig paar stalen schoenen op de kade aan de Donau, een herdenkingsmonument voor de Joden, Roma en andere slachtoffers die zijn gefusilleerd tijdens het bewind van de Pijlkruisers (Hongaarse fascistische beweging) aan het eind van WO II. Ze werden gedwongen zich uit te kleden en op de rand van de kade te gaan staan voordat het schot viel en de stroming hun lichamen meenam. Een schril contrast met de dag van vandaag: de zon staat hoog aan de hemel en het panorama over de rivier en Buda aan de overkant is hemels.

Herdenkingsmonument

Chimney Cake (Kürtöskalács)

Op de markt voor ons hotel heeft een Chimney cake ofwel Kürtöskalács bakker de kolen heet. Ik móet hem gewoon proeven om zeker te weten dat die in Roemenië van een paar jaar geleden niet gewoon zuur was. De cake is zo populair, het kan gewoon niet zo zijn dat ik hem vies vind. Overal vind je stalletjes met houtskool en ijverige deegbewerkers aan de gang. En rijen wachtenden.

De link met Roemenië begrijp ik nu: met name in Hongaars sprekende delen van het land is deze soort van holle deegbuis geliefd. Het deeg dat om een stalen buis boven de houtskool wordt verwarmd en bestrooid met vanille (kaneel of zelfs chocola naar keuze) smaakt me ditmaal verrukkelijk. Krokant van buiten en zacht en warm van binnen. Let op bij het aanpakken: de rook slaat eraf!

Kersttram

Een ritje met de kersttram willen we niet missen. Tramlijn 2 schijnt overdag al geweldig te zijn en ’s avonds rond Kerst is hij waarschijnlijk nog mooier. Versierd met honderden kerstlampjes aan de buitenkant en gouden sterren, kerstgroen en rode kerstballen van binnen levert dit een welkome afwisseling op van de intussen mistige en duistere avond.

Parlementsgebouw gehuld in avondmist

Boeda

Badhuis

Aan de overkant van de Vrijheidsbrug ligt aan de voet van de Gellértheuvel een badhuis in Art Nouveau stijl. Alleen de entree is al een feestje met haar goud met geel beschilderde koepels. Eenmaal binnen tref je een filmdecor aan: zuilen aan beide zijden van een zwembad, een lichtkoepel erboven uitgespannen, water spuwende vissen, fonteintjes langs aquablauwe baden van 36 en 40 graden en een stoombad, zo heet, als ik het nog nooit ervaren heb. Nog lichter en warmer dan we al waren rijdt Tibor ons, nadat de zon is ondergegaan, de winterse stad uit.

Info:

Alternatieven voor de taxi (ca. 30 euro totaal):
buslijn 100 naar het centrum vanaf de luchthaven (nog geen 3 euro pp) of
metro en bus 200 (rond de 2 euro pp).

Wij verbleven in Medos hotel, Jókai tér 9. Rondom dit hotel is een aantal eetgelegenheden.
Onze aanraders daar (aan het nabijgelegen Frans Liszt plein):
Menza (reserveer zo mogelijk tevoren, weekenden zijn druk) en Incognito
Andere tips voor diner of lunch (beiden in de Joodse wijk): Mazel Tov en Gettó Gulyás

In Goszdu Udvar zijn veel bars
Badhuizen in Boedapest vind je hier
Voor info over schaatsbanen kun je hier terecht
Op de Basiliek wordt ieder half uur een lichtshow geprojecteerd tussen 16.30 en 22.00 uur

15 december 2019

Doe mee met de conversatie

4 reacties

  1. Prachtig beschreven Monique 👍
    Een stad die iedereen gezien moet hebben. En zeker met zoveel sfeer en lichtjes in deze tijd van het jaar🎄🤩

  2. Wat mooi geschreven Monique. Budapest staat op de bucketlist. Dan kan ik tezijnertijd mooi je blog meenemen voor alle ideeën 💡

    Fijne feestdagen gewenst!

    1. Dank je wel Carolina en als je de kans krijgt zeker doen! Voor jullie ook fijne feestdagen!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *