right-arrow

Bosnië en Herzegovina is een land van contrasten. Van weelderige valleien en ruige bergpassen tot levendige steden en stille dorpen waar de tijd soms lijkt te hebben stilgestaan. Je rijdt langs rivieren die glinsteren in het zonlicht, terwijl hier en daar een vervallen gebouw of een kogelgat in een muur herinnert aan een oorlog die dertig jaar geleden woedde. Maar dit is geen land dat zich laat definiëren door zijn verleden — integendeel. Tijdens onze roadtrip leerden we een Bosnië kennen dat veerkrachtig, gastvrij en ongelooflijk mooi is. Een plek waar het heden hoopvol samenleeft met de herinnering, en waar je als reiziger steeds weer verrast wordt — vaak precies op het moment dat je denkt: “Waar zijn we eigenlijk beland?”

Višegrad – Bosnië Herzegovina

Zo kwamen we, op aanraden van onze Servische buren (en hun overtuigende “Nee echt, dat móét je zien!”), in Višegrad terecht — een klein stadje aan de Drina, op nog geen half uur van Mokra Gora (Servië). We hadden er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar het schijnt dus wereldberoemd te zijn. In Bosnië. En in de literatuur.

VišegradBosnië Herzegovina

Centraal in Višegrad ligt de beroemde brug over de Drina, een elegant staaltje Ottomaanse bouwkunst uit de 16e eeuw. De grootvizier Mehmed Paša Sokolović, van Bosnische afkomst, gaf de opdracht tot de bouw, omdat hij waarschijnlijk met iets blijvends wilde bijdragen aan zijn geboortestreek. Zijn standbeeld staat fier aan de oever van de rivier, met een glanzend gepolijste rechterknie. Waarom die knie? Blijkbaar vindt iedereen het nodig om eroverheen te wrijven. Voor geluk, of gewoon omdat het kan. Geen idee.

De brug werd echt beroemd door het boek De brug over de Drina van Ivo Andrić, die er in 1961 een Nobelprijs voor kreeg. In de roman vertelt hij de geschiedenis van de regio in Bosnië Herzegovina aan de hand van wat zich rondom de brug afspeelt, verspreid over vier eeuwen. Geen lichte kost, maar wél een indrukwekkend werk over identiteit, cultuur en conflict in deze vaak vergeten hoek van Europa. Misschien moet ik het boek inderdaad maar eens gaan lezen als ik weer thuis ben.

Andrićgrad – Bosnië Herzegovina

Ik neem nog even kort een kijkje in Andrićgrad, een stenen stadje-in-een-stad, gebouwd als eerbetoon aan de literaire wereld van Nobelprijswinnaar Ivo Andrić. Gebouwen, straten, zelfs het plein zijn geïnspireerd op zijn verhalen en personages. Een beetje kitsch? Misschien. Maar zeker origineel. En natuurlijk maken we de verplichte foto van de brug van grootvizier Sokolović — die mag niet ontbreken.

We stappen alweer in de auto richting Sarajevo, maar nog geen kwartier later trekken we spontaan aan de handrem. Schuin onder ons lonkt een terras aan het water. Perfect voor een koffiestop. Ooit was dit een camping, al lijkt de laatste gast net bezig met zijn definitieve vertrek. Een oude man, met dito caravan, is in alle rust bezig zijn spullen los te schroeven en in de kofferbak te schuiven. Het terrein wordt inmiddels herontwikkeld tot vakantiehuizen. Net als bij ons op de Veluwe, eigenlijk.

Koffie met uitzicht

De koffie is verrassend goed en het uitzicht minstens zo interessant. Op de rivier zien we een jongen in een rubberbootje takken en drijvend afval verzamelen uit het snelstromende water van de Drina. Aan de overkant liggen vakantiehuisjes, die waarschijnlijk alleen per boot bereikbaar zijn. Wat een droomvakantie lijkt me dat een keer … Aan de bar vertelt een man dat er grote meervallen in de rivier zwemmen — en om zijn verhaal kracht bij te zetten, wijst hij op een gigantisch exemplaar dat rondzwemt in een bassin bij het restaurant. Niet te geloven dat die dingen echt bestaan. Brrrr.

Het verleden is nooit ver weg in Bosnië Herzegovina

Een klein uurtje later worden we opnieuw verrast: op de top van een heuvel schittert een goudkleurig koepelkerkje in de zon. We besluiten tóch nog een keer te stoppen. Van binnen is het sober — de muurschilderingen zijn nog niet af. Je ziet de contouren van wat er komt, maar de muren wachten nog op kleur. Dat maak je niet vaak mee.

Buiten verandert de toon. Op een grote marmeren plaat naast de kerk staan foto’s en namen gegraveerd van mannen, gevallen tijdens de oorlog tussen 1991 en 1995: leden van het lokale strijdcomité van Bjelosavljevići. Onze eerste echte confrontatie met het verleden dat hier nooit helemaal ver weg is. En ook al weten we dat het komt, het grijpt je toch naar de keel.

We vervolgen onze weg, die vanaf Danilovgrad (Montenegro) via Mokra Gora (Servië) eigenlijk alleen maar uit hoogtepunten bestaat — letterlijk én figuurlijk. Bergen, dalen, rivieren… het houdt niet op. Elke bocht biedt weer een nieuw uitzicht dat je doet vergeten dat je al uren in de auto zit.

Sarajevo – Bosnië Herzegovina

Eenmaal aangekomen bij ons appartement in Sarajevo worden we opnieuw aangenaam verrast. Wat een verblijf! Een gigantische kamer, van alle gemakken voorzien, én een dakterras met uitzicht over de stad. Enige nadeel: we zitten op een heuvel. Maar ja — Sarajevo is één grote heuvel. Prachtig gelegen tussen de bergen, maar met 38 graden voel je elk hoogteverschil. De eigenaresse raadt ons direct aan om vanavond met de taxi terug te komen. ‘Kost maar twee euro,’ zegt ze. Klinkt aanlokkelijk … maar we kijken wel.

Naar beneden gaat in elk geval moeiteloos — we rollen de straat bijna af. We eten een hapje aan het water, op een boot bij de stadspoort. Onze Servische buren hadden het er al steeds over: ‘Sarajevo, daar móét je de Ćevapčići eten!‘ En gelijk hadden ze. Hier zijn ze perfect gekruid — kruidiger, sappiger, gewoon net even beter dan overal waar we ze tot nu toe hebben geproefd.

We lopen ons eten eraf met een avondrondje door de oude stad (Bascarsija). Langs de indrukwekkende Gazi Husrev-beg moskee, het prachtig versierde stadhuis en natuurlijk de rivier die zich door de stad slingert. Het genocide museum willen we ook bezoeken. Maar lang houden we het daar niet vol. De verhalen, de beelden… het is ronduit hartverscheurend. Je loopt er zwijgend naar buiten, met een brok in je keel.

Pigeon Square Sarajevo

’s Avonds komen we uit op Pigeon Square. Wat een levendige plek — vol duiven, flanerende mensen en overvolle gezellige terrassen. Zó druk, dat we even moeten schakelen. We zijn het massatoerisme duidelijk ontwend. Na wat zoeken in de oude stad vinden we een vrij tafeltje. Nou ja — eigenlijk staan er net wat Nederlandse dames op, dus ik vraag ze hoe het eten was. Er valt een kleine stilte.

‘Uhh… ja… goed,’ zegt één van hen uiteindelijk.
‘Bosnisch gegeten dus,’ merkt mijn partner droogjes op.
‘Precies,’ lacht ze, een tikje schuldbewust.
Tsja… Balkan food. Niet direct een droomkeuken voor foodies, maar wél eerlijk, stevig en altijd met liefde gemaakt.

We besluiten meteen voor morgenavond een tafel te reserveren bij het beroemde Inat Kuća — het restaurant dat letterlijk uit koppigheid is gebouwd tegenover het stadhuis*. Typisch Bosnië: met een verhaal, een beetje eigenwijs, en altijd de moeite waard.

Stadhuis van Sarajevo

Tunnel of Hope Sarajevo

De volgende ochtend gaan we op zoek naar de Tunnel of Hope – de tunnel die tijdens de belegering van Sarajevo letterlijk het verschil maakte tussen leven en dood. Onvoorstelbare verhalen wachten ons daar. Het huis waar de tunnel begint, staat er nog, en de muren zitten vol kogelgaten. Hier groeven 300 man, in slechts vier maanden tijd, een tunnel onder het VN-gebied en de startbaan van het vliegveld door. Zo konden voedsel, munitie en wapens de belegerde stad in worden gesmokkeld. Vooral het beeld van de mevrouw die de mannen – die naar boven komen uit de ondergrondse tunnel – opvangt met een kopje water maakt indruk.

De oorlog voor Sarajevo

Als achtergrond hierbij in het kort het verhaal van de oorlog voor Sarajevo:

Het was tot dan toe de langste belegering in de moderne geschiedenis: duurde bijna 4 jaar (1992-1996). Servische troepen omsingelden de stad en voerden dagelijks beschietingen en sluipschutter aanvallen uit. Dit leidde tot ongeveer 11.000 doden, onder wie veel burgers en kinderen. Gebrek aan voedsel, water, elektriciteit en medische hulp. Inwoners leefden vaak ondergronds of in ruïnes. Culturele en religieuze gebouwen (moskeeën, kerken, bibliotheken) werden zwaar beschadigd of vernietigd. Na de oorlog raakt Sarajevo etnisch gescheiden: veel Serviërs vluchtten naar omliggende gebieden, terwijl Kroaten en Bosniakken de stad bleven bewonen. Heropbouw begon snel, maar spanningen en trauma’s zijn nog steeds voelbaar.

We hebben dit verhaal – ondanks alle beelden uit de jaren ’90 – nooit echt goed meegekregen. Maar nu, nu we hier zijn, het geen ver-van-mijn-bed-show meer is en we het met eigen ogen aanschouwen, komt het rauw binnen. We zijn er stil van.

Eigenlijk is het lunchtijd, maar eerst moeten we onze zinnen even verzetten — en zorgen dat onze maag weer terug op z’n plek komt.

Markt en begraafplaatsen Sarajevo

Terug in de stad maken we een rondje over de markt. Opvallend: we zijn de enige buitenlanders. Het massa­toerisme blijft hangen in de oude stad, en dat vinden wij helemaal niet erg. Even rust en afschakelen. Al duurt die afschakeling niet lang: aan weerszijden van de markt liggen grote begraafplaatsen (Gradsko Groblje Sveti Josip). Normaal kan ik daar best van genieten met m’n licht morbide neiging tot reflectie, maar vandaag wordt het een beetje veel.

Gelukkig wenkt er een vriendelijke man op de hoek (Casper Restoran Pizzeria, Ciglanska 2). Hij heeft lekkere pasta’s en goede koffie, zegt hij. Klinkt precies als wat we nu nodig hebben. Binnen loeit de airco heerlijk fris — goddelijk met deze temperaturen. We ploffen neer en komen langzaam weer bij. De pasta is heerlijk en de koffie? Die is Bosnisch zullen we maar zeggen (zijn espresso machine is ook kapot).

Waterval en wandeling – Bosnië Herzegovina

We besluiten de hitte van de stad te ontvluchten en een wandelbestemming te zoeken in het bos. Het wordt een Skakavac-waterval in Bosnië Herzegovina. Grappig genoeg heette de waterval bij Mokra Gora (Servië) ook al zo — die hebben we toen overgeslagen, dus dit voelt als een herkansing.

De weg naar boven is spannend: smal, geen zicht, haarspeldbochten waar je spontaan je adem bij inhoudt. Maar we bereiken het startpunt van de hike. Na een halfuurtje lopen besluiten we dat het genoeg is geweest. Skakavac blijkt weer niet aan ons besteed. Het is weer simpelweg too hot to handle vandaag. We keren om, op naar de airco in ons appartement. Herkansing mislukt.

Laatste avond in Sarajevo

’s Avonds dwalen we nog een laatste keer door die heerlijke oude stad. Wat een mix van culturen herbergt deze stad in Bosnië Herzegovina toch. We schieten wat plaatjes en nemen de bijzondere sfeer graag nog even in ons op. Morgen rijden we door naar Mostar. Daar wordt het nóg warmer: 40, misschien 41 graden. Dat wordt afzien — of beter gezegd: uitzweten.

Raki en Souvenirs onderweg

Als we de stad de volgende ochtend verlaten, worden we nog eenmaal stil van wat Sarajevo achterlaat. Langs Sniper Alley – bijnaam voor de brede boulevard die dwars door de stad loopt van oost naar west – zie je de littekens van het verleden nog altijd duidelijk. Gebouwen met gaten in het beton, gevels vol kogelsporen. Hier werden tijdens het beleg vele onschuldige burgers beschoten door scherpschutters vanuit de omliggende bergen. Het voelt wrang om er gewoon met de auto langs te rijden.

Gelukkig brengt de weg richting Konjic iets meer luchtigheid. Iets voorbij het stadje komen we langs een geweldige souvenirkraam aan de kant van de weg. Wat een spullen! Ik heb zelden zo’n bonte verzameling gezien. We worden vriendelijk onthaald door het echtpaar dat de stand runt — en in no time zijn we van voor tot achter door hun mini-museum van vazen, geweien, opgezet wild, zelfgehaakte kleedjes, honing en uiteraard: zelfgestookte raki. Het is half elf ’s ochtends.

‘Proeven?’ vraagt de man, terwijl hij al met de fles in de hand staat. ‘Eh… nee, dank u,’ zeggen we bijna tegelijk. We moeten tenslotte nog een bergweggetje of wat overleven. Maar voor we iets kunnen doen, schenkt hij een dopje in, gooit het achterover en glimlacht alsof het water is. We hopen voor zijn vrouw dat er niet al teveel klanten langs komen vandaag.

Mostar – Bosnië Herzegovina

Rond lunchtijd rijden we Mostar binnen. Het is meteen duidelijk: ook hier is het levendig — om niet te zeggen druk. Parkeerwachten staan op elke straathoek te zwaaien en roepen dat je bij hen moet staan. Wij negeren ze stoïcijns en vinden zelf onze weg naar het hostel.

En dat blijkt wéér een schot in de roos. Het gebouw is omringd door een prachtig terras in drie niveaus, verscholen onder schaduwrijke bomen en houten pergola’s. Binnen is het klassiek ingericht met donker hout en warme kleuren. In de hal ligt een groot fotoboek. Zwart-witbeelden tonen hoe Mostar eruitzag in de jaren ’90 — of beter gezegd: hoe de stad compleet in puin lag. Ook hier is de oorlog dus niet ver weg.

De oorlog voor Mostar

Als achtergrond hierbij ook het verhaal van de slag om Mostar (1992-1995) in het kort:

In eerste instantie vochten Bosniakken en Kroaten samen tegen de Serviërs, maar later brak ook een conflict uit tussen Kroaten en Bosniakken. Hevige gevechten in de stad zelf tussen deze twee groepen. De stad werd letterlijk in tweeën gesplitst: oostelijke deel (Bosniakken) en westelijke deel (Kroaten). De historische Stari Most (oude brug), gebouwd in de 16e eeuw, werd in 1993 opzettelijk vernietigd door Kroatische troepen. De brug was een symbool van eenheid tussen culturen en werd een symbool van verdeeldheid en haat. In 2004 is de brug herbouwd en heropend als teken van verzoening. De stad is nog steeds etnisch verdeeld in een Bosniakse en een Kroatische kant. Samenwerking op politiek en sociaal vlak verloopt moeizaam. Toch is er langzaam herstel, mede dankzij internationale hulp.

De contrasten blijven indrukwekkend: de littekens zijn zichtbaar, maar op dit moment leeft, ademt en verwelkomt Mostar ons met open armen (en een glas raki, als je niet oppast).

Magisch Mostar

Too hot to handle

De stad is loeiheet ’s middags, eigenlijk niet te doen. We zien mensen met paraplu’s op de stad door sjokken. De witte stenen geven gewoon warmte af, mijn shirt en mijn haren zijn drijfnat. Dit gaat hem niet worden: vanavond komen we wel terug. Dan zullen ook de meeste dagjesmensen wel verdwenen zijn en kunnen we in alle rust genieten van deze monsterlijk mooie stad.

Ook ’s avonds blijkt Mostar nog altijd druk, vooral rond de beroemde brug. Toeristen slenteren over de glinsterende keien, selfies worden op elke hoek genomen, en de terrassen zitten behoorlijk vol. Maar dan — een gelukje uit het niets.

We kiezen een terras dat nét buiten de loop ligt. En wat blijkt: het is echt een van de mooiste plekken waar je kunt eten. Vol in de schaduw, eerste rang uitzicht op de Stari Most — de meest iconische brug van de Balkan — en er is helemaal níemand. Op een van de drukst bezochte plekken van het land. Wat een geluk. Wat zijn we toch een stel enorme bofbipsen!

Onze tweede dag in Mostar brengen we liever niet weer in die gloeiend hete stad door en de Kravica watervallen staan ook nog op ons lijstje, dus de keuze is snel gemaakt.

Een Dag in het Paradijs (met een kleine zonnesteek als toegift)

Na een bezwete afdaling vanaf de parkeerplaats – die, zoals altijd, boven ligt – vallen we bijna achterover van verbazing. Watervallen in een halve cirkel storten om ons heen naar beneden, alsof Moeder Natuur besloten heeft een live-show voor ons op te voeren. En wij? Wij mogen daar gewoon in zwemmen!

Kravica watervallen

We trekken snel onze zwemkleren aan en nestelen ons op ouderwetse houten strandstoelen met een lap stof erin – je kent ze wel, die vroeger altijd scheurden zodra je er nat op ging zitten. Maar vandaag houdt de mijne het opvallend goed omdat ik voorlopig niet ga zwemmen. Mijn aandacht wordt namelijk gegrepen door een wolk azuurblauwe beek- of bosjuffers die vlak voor ons rondfladderen bij een struik in het water. Ik pak meteen mijn camera.

Onder de watervallen zwemmen mag helaas niet. Ze zijn afgezet, en er vaart regelmatig een streng kijkende wachter langs in een kano – klaar om in te grijpen als iemand tóch denkt: Ach joh, één keertje onder de waterval… En dat gebeurt dus ook een paar keer die dag.

Wat een feest om hier te zijn, zeker met zo weinig mensen. Maar rond een uur of half drie lijkt er een toeristenbus te zijn leeggeschud, want ineens wordt het (te) druk. Tijd voor ons om op te breken.

Počitelj en Blagaj Tekija

Op ons toeristische rondje willen we nog twee plekken meepakken: Počitelj, een plaatje van een dorpje, en Blagaj Tekija, dat minstens zo mooi is. Maar man, wat blijft het heet. We ploffen neer op een schaduwrijk terras en tikken snel een koud biertje achterover – het enige juiste antwoord op 36 graden in de schaduw.

’s Avonds terug in Mostar hebben we slim gereserveerd aan de rivier, bij de charmant genaamde Scheve brug. Prachtig plekje. Alleen… ik ben inmiddels een soort menselijke rozijn geworden. De hitte heeft me te pakken: duizelig, geen hap door mijn keel, en gewoon niet helemaal lekker. Dus schuiven we het diner aan de kant en keren terug naar het hotel – waar hopelijk een koud glas water, de airco en wat rust weer voor wonderen zorgen.

Wat een dag. Wat een plek. En wat een temperatuur!

Mostar, een afscheid in stijl (en zweet)

Als de airco me weer op aarde heeft teruggezet besluiten we nog één laatste rondje door deze waanzinnig mooie stad te lopen. En Mostar heeft nog een verrassing voor ons in petto.

Onder bij de rivier blijkt ’s avonds een concert aan de gang en vanaf het terras – dat we subtiel hebben gekaapt – zie ik ineens derwisjen verschijnen. Derwisjen! Turkse dansers die ik al jaren fascinerend vind, maar nog nooit live heb gezien. Nu dus wel.

Onder begeleiding van melancholische Balkanmuziek draaien de derwisjen hun eindeloze rondjes – één hand reikt naar de hemel, de andere wijst naar de aarde. Al eeuwenlang dansen ze zo, in een trance die het goddelijke met het aardse verbindt. En wij mogen toekijken. Wat een cadeau op onze laatste avond. Van schrik vergeet ik een foto te maken.

Wervelende derwisjen (foto: syd.trgt)

Morgen vertrekken we weer naar Montenegro. Maar deze keer wel richting de kust – we willen zee, zout en zeebries. Het binnenland was prachtig, maar we zijn voorlopig even klaar met deze hitte die je uitwringt als een vaatdoek.

Bye bye Mostar, wat was je bijzonder. We zullen je niet vergeten!

De volgende ochtend rijden we door een landschap dat zó schilderachtig is, dat het lijkt alsof we een toeristische brochure zijn binnengereden. Na Stolac zien we rijen cipressen over de heuvels uitgestrooid alsof iemand per ongeluk Toscane op de verkeerde plek heeft afgeleverd. Wat een pracht, wat een land.

Van derwisjen naar geopolitiek en… vlinders

Maar hoe verder we de Servische Republiek binnenrijden – Bosnië en Herzegovina bestaat namelijk uit twee autonome entiteiten: de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Republika Srpska (=Republiek Servië) – hoe kouder we het krijgen. En dan heb ik het niet over het weer.

Kaartje van Bosnië Herzegovina waarop de twee autonome entiteiten goed te zien zijn

Op verkeersborden en muren duikt steeds vaker een rode Z op, het inmiddels beruchte symbool van steun aan de Russische inval in Oekraïne. Plots is de wereldpolitiek geen ver-van-ons-bed-show meer, maar zit gewoon langs de snelweg.

Als we een koffiestop maken op een terras tegenover een militaire basis, voel ik me ongemakkelijk. Gelukkig ontdek ik vlinders in de tuin beneden en grijp ik naar mijn camera. Struisvogelgedrag? Absoluut. Maar soms is de kop in het zand gewoon even nodig om het hoofd koel te houden.

Tijd voor lucht, licht en zout op de huid. We zetten koers naar de baai van Kotor (Montenegro), op zoek naar verkoeling en zwoele avonden aan zee. Het binnenland was indrukwekkend, intens zelfs – maar nu willen we golven horen en glazen laten klinken op een zacht verlicht terras. Op naar de kust!

*Toelichting:

Inat Kuća, oftewel huis van koppigheid, is een restaurant in Sarajevo dat bekend staat om zijn interessante verhaal. Het is gelegen aan de oevers van de Miljacka rivier, tegenover het voormalige stadhuis, en is gebouwd op een plek waar eerst een ander gebouw stond. Een molen die moest wijken voor de bouw van het stadhuis, maar de eigenaar – Benderija – weigerde zijn huis te verkopen en te verhuizen. Hij eiste dat al het bouwmateriaal voor zijn nieuwe huis, inclusief de stenen, met de hand over de brug naar de overkant werd gedragen. Tot groot ongenoegen van de autoriteiten, werd het inderdaad op de nieuwe plek herbouwd. 

Het verhaal van Inat Kuća is een voorbeeld van de inat (koppigheid) die kenmerkend is voor de cultuur van Sarajevo. De bewoners van de stad staan bekend om hun vastberadenheid en hun bereidheid om tegen de stroom in te gaan, zelfs als dit tot ongemak leidt. Het is nu een restaurant dat traditionele Bosnische gerechten serveert. 

Info Bosnië Herzegovina:

  • In Sarajevo verbleven wij in een luxe en betaalbaar appartement (Apartman Amalfi, Vrbanjusa 9). Het is even terug lopen vanaf Pigeon Square, maar wij vonden dat de moeite meer dan waard;
  • Ons hostel in Mostar (Pansion Oscar, Onešćukova 33), midden in het centrum, is dus centraal en gezellig. Nadeel is de muziek op het terras ’s avonds, die weliswaar om 24 uur stopt. Aan de andere kant van de kloof maakt een loungebar echter lawaai tot zeker één uur ’s nachts. Er liggen niet voor niets gratis oordoppen op het kastje in je kamer. Desondanks is het er, zoals gezegd, gezellig en smaakt de pizza van het bijbehorende restaurant prima!
  • Meer weten over de Tunnel of Hope (Tuneli 1, Ilidža – Donji Kotorac (net buiten Sarajevo))? Toegang is ongeveer vijf euro pp, cash betalen en het parkeren kost je iets van twee euro. Helaas is er geen Engelstalige website;
  • Onze wereldplek aan tafel in Mostar die we met niemand hoefden te delen was bij Restoran Konoba Mlinica Neretva. Een adres heb ik niet, want alle restaurants in de oude stad hebben 88000 Mostar bij hun adres staan;
  • Wordt het jou ook te heet onder de voetjes in Mostar ’s zomers? Er is een strand onderaan bij Stari Most (oude brug), je kunt het bijna niet missen. Let wel op: het water is erg koud en de stroming fiks.

Dit was deel 6 van de serie over onze Balkan roadtrip. Deel 1 vind je hier. Er verschijnt nog één deel, over onze belevenissen in Montenegro en Albanië op het eind van onze trip. Houd daarvoor mijn facebook in de gaten.

13 juli 2025

Doe mee met de conversatie

2 reacties

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *