Om de inmiddels bekende grensperikelen te ontwijken (en onze paspoorten wat rust te gunnen), nemen we de binnenbocht richting de baai van Kotor (Montenegro). Bij Stolac (Bosnië en Herzegovina) gooien we het stuur naar links — de binnenlanden in. Minder douaniers, meer charme.
Dit is deel 7 van een reeks over onze roadtrip over de Balkan. Deel 2 vind je hier.


We slingeren door dorpjes via stoffige wegen, zien kerkjes bovenop heuvels, en bergen die soms nét iets te dichtbij komen. Geen snelwegen, geen strandstoelen — nog niet. Alleen wij, onze auto en uitzichten waar Google Maps geen idee van heeft.




Bij Bileća doen we een koffiestop vlak voor de grens met Montenegro. Daar ligt het Bilećko Jezero: een meer zo blauw dat je even checkt of je zonnebril wel echt op sterkte is. In de tuin van het restaurant met uitzicht over het meer zitten veel vlinders. De weg daarna blijft maar mooier worden — alsof de Balkan zijn mooiste kant voor het laatst bewaart.
Baai van Kotor en Budva
En dan ineens ligt daar de baai van Kotor onder ons. Azuurblauw, met zonlicht dat onze ogen aanvalt in glinsterende stralen. Het mediterrane gevoel komt als een warme hand op je schouder. De zonnebrand ligt al klaar in het dashboard.


We laten Kotor nog even links liggen en rijden door naar Budva, op aanraden van een vriendin (‘Kotor is prachtig maar druk. Budva is ook prachtig en iets minder druk’).




Ons verblijf in Budva voelt als een mini-oase: zwembad, kleine bungalowtjes met druivenranken, een schattig zitje, en nul geluid van de doorgaande weg die ervoor ligt. Het strand? Gewoon aan de overkant. Zwembroek en zonnebrand, check. Wij zijn klaar voor zon, zout en zeebries.




’s Avonds zwem ik nog even in het zachte licht van het zwembad. Net gegeten in Budva – mosselen! Eindelijk weer. Zo hoort vakantie te smaken.









Kotor









De volgende ochtend wacht er een ontbijtbuffet op ons dat grenst aan het absurde. Alles erop, eraan, en ernaast. We kunnen maar moeilijk kiezen … daarna besluiten we naar Kotor te gaan. Het is nog vroeg, en dat blijkt een gouden greep: het stadje slaapt nog half en we struinen er vrijwel alleen rond.






Kotor voelt meteen vertrouwd. Alsof we het al kennen, terwijl we er nog nooit zijn geweest. Het doet Italiaans aan — Venetiaans zelfs. Niet zo gek, want sinds de middeleeuwen was Kotor een kolonie van Venetië, daarna kwam het afwisselend onder Oostenrijks en Italiaans bestuur, en in 1918 bij het toen opgerichte Koninkrijk Joegoslavië*.
En overal zijn katten. Véél katten. Cats of Kotor is blijkbaar een officieel ding, inclusief merchandise. Ze zien er ook allemaal glanzend uit. Als kattenliefhebber zeg ik: meer van dit graag.



’s Middags lunchen we aan zee (vis! vis! en schelpjes!), lezen, zwemmen, dutten en sluiten af met een diner bij ons hotel. Klaar voor de een-na-laatste rit van de reis: terug naar Shkodër in Albanië.


Langs het Skadar meer
Normaal twee uurtjes. Maar wij zijn natuurlijk niet normaal, dus kiezen we de panoramische route langs de linkerkant van het Skadarmeer. Resultaat: 4,5 uur rijden. De weg is smal, hobbelig en eigenlijk op geen kaart echt serieus genomen.


Halverwege vragen we ons af: waarom doen we dit ook alweer? Maar dan komt het: waanzinnige uitzichten waar je stil van wordt. We willen een bootje huren in Karuč — een gehucht waar hopelijk wat minder toeristen zijn dan in het iets bekendere Virpazar. Volgens de verhalen leven hier zelfs pelikanen aan de noordzijde van het meer!




Als we de grote weg verlaten en de doodlopende zijweg naar beneden naar Karuč inrijden, weten we nog niet wat ons te wachten staat. Maar wat we daar aantreffen — wow. Nog mooier dan gehoopt. Ongerept, rustig en zó fotogeniek dat je bijna vergeet dat je auto ergens tussen twee rotsen geparkeerd staat.







Maar goed. Kijk vooral naar de foto’s. Die zeggen het beter dan wij ooit kunnen.
Wat een idylle. Even zen. Rietpluimen die wiegen, water dat glinstert, stilte die nergens haast heeft.
Nog even varen …
Maar een bootje? Dat blijkt schrikbarend duur met z’n tweeën, voor een uurtje varen. En er is niemand om de kosten mee te delen — behalve een paar libellen en een hond in de verte. Licht teleurgesteld sjokken we terug naar de auto.
Tot er ineens een jong stel komt aanlopen. Spontaan vragen we in ons beste Engels of zij toevallig…
‘Ja hoor, dat is best leuk toch,’ zegt de vrouw tegen haar vriend — in vlekkeloos Nederlands.
Natuurlijk herkenden ze ons accent al meteen. Bizar toch dat je elkaar hier tegenkomt?
Twee minuten later zitten we met zijn vieren in een speedboot, bestuurd door een man die opgetrommeld wordt alsof dit weleens vaker gebeurt. Engels spreekt hij niet, maar hij wijst trots zijn huis aan op de oever (je zal daar toch wonen!) en vaart vrolijk met ons tussen het riet en de waterplanten. Soms valt de motor stil. Dan pulkt hij er iets uit, start weer, en varen we verder.

Er vliegen vogels voorbij — reigers, futen, van alles — maar de mythische pelikanen laten zich niet zien. Toch is het heerlijk: wind door je haar, zon op je schouders, gezelschap van toevallige reisgenoten en het gevoel dat dit tóch precies is wat we zochten.
Eindeloos en eindelijk: de laatste loodjes naar Shkodër
Na het varen rijden we door naar Virpazar, en eenmaal op de dijk over het meer daarna begint het grote aftellen. Nog een uur — of iets minder als we doorrijden (en dat doen we). We willen gewoon naar ons paradijselijke plekje bij Shkodër.
Een half uurtje voor Virpazar stoppen we nog even voor het uitzicht over de Montenegrijnse versie van de beroemde Horseshoe Bend. Allemachtig wat prachtig!



Bij de grens met Albanië is het druk, wachten, wachten, wachten. Maar we mogen door. Nu nog het allerlaatste stukje naar het resort. Daar wacht ons huis op palen. Het meer. De stilte. De zon die straks ondergaat terwijl we nog één keer zwemmen.
Als we daar aankomen voelt het als thuiskomen. Lake Shkodra Resort — een naam die misschien wat groot klinkt, maar voor ons voelt als klein geluk. We eten en drinken op het terras aan het water en mijmeren over de afgelopen weken.






De Balkan heeft ons geslingerd, verrast, verbrand en verwend. We hadden het voor geen goud anders gewild.
*Joegoslavië was een koninkrijk voor de Tweede Wereldoorlog en werd een communistische federatie van zes republieken vanaf 1945. Na de dood van leider Tito in 1980 en met het einde van de Koude Oorlog in zicht, ontstonden spanningen tussen de verschillende etnische groepen en republieken. In de jaren ’90 begonnen sommige republieken onafhankelijkheid na te streven. Dit leidde tot conflicten, vooral omdat grenzen niet samenvielen met etnische bevolkingsgroepen. Lees hierover vooral het deel over Bosnië Herzegovina.
Info:
- Lake Shkodra resort is een heerlijke camping. Je kunt er met je eigen kampeermiddel terecht of glampen, zoals wij in een boomhut (ergo: huis op palen). Het eten is er erg goed op het terras aan het meer (en ja: ook het ontbijt!). Fijne bediening ook!
- Zo’n beetje iedereen gaat het Skadar meer op vanaf Virpazar. Daar staat het straatje vol met aanbieders voor boottrips. Wil je een meer privé beleving tijdens je tripje, ga dan inderdaad naar Karuč en onderhandel;
- De route langs de linkerkant van het Skadarmeer neemt dus veel tijd in beslag en is lastig rijden maar de beloning is er: de uitzichten zijn fenomenaal. Route vanaf Karuč is dan: Pavlova Strana Rijeka Viewpoint – Rijeka Crnojevica – Rijecani – Poseljani – Komarno – Krosevica – Virpazar;
- Ons hotel in Budva was echt top: onder de druivenranken verblijf je in een rustig bungalowtje aan het zwembad vlakbij het strand. De keuze is reuze bij het ontbijtbuffet en het personeel super vriendelijk;
- Wij waren in juni op de Balkan en hebben het heel erg heet gehad. Dus ik denk dat je – als je kunt – de maanden juli en augustus hier beter kunt mijden als je nog iets wilt zien/doen;
- De grove route die ik tevoren had uitgestippeld bedroeg ruim 1.300 kilometer. Uiteindelijk hebben we er in bijna drie weken 2.500 aangetikt (waarvan 20 kilometer snelweg, vanaf Tirana naar Shkodër en nog een keer 20 tussen Sarajevo en Mostar). Onze hele route was zoals eerder gezegd vanaf Danilovgrad (Montenegro) alleen maar mooi, mooier, mooist. Je rijdt aan één stuk door over, door en langs afwisselende bergen, kloven en rivieren. De Balkan is hier ook één grote bergketen. De zogenaamde Dinarische Alpen lopen van Kroatië, door Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Zuidoost-Servië, tot aan Albanië. De Albanese Alpen in Noord-Albanië zijn ook onderdeel van de Dinarische Alpen.

Dit is het laatste deel van onze roadtrip over de Balkan. Deel 1 vind je hier. In totaal zijn er zeven delen.
15 juli 2025.