right-arrow

“Ze hebben wàt gedaan, met je föhn????” riep ik uit. “Ontploffen”, zei ze, “ze hebben hem laten ontploffen”. Onvoorstelbaar, maar waar. Je bent in Israël op vakantie en komt dus gewoon zonder föhn thuis. Is de föhn aangezien voor een bom?  

We staan in augustus 1993 op het vliegveld van Eilat. Klaar voor de terugreis naar Tel Aviv, vanwaar we naar huis vliegen. Het Amerikaanse meisje dat zich bij ons heeft aangesloten kennen we vaag van het hotel. Pas op het vliegveld bij vertrek spreken we elkaar. Ze was hier voor vakantie en heeft een Palestijnse pen vriendin.  

Waren we op de heenweg vanuit Nederland al helemaal doorgezaagd over onze bedoelingen bij deze reis naar Israël, de terugweg is er niet minder om. “Waar kennen jullie dit meisje van? Hoe lang zijn jullie met elkaar opgetrokken? Heeft zij soms een Palestijnse vriend?”

De heren van El Al blijkt niets te dol. We kennen haar echter niet en hebben haar hier op de luchthaven voor het eerst gesproken. Dat lijkt voldoende voor dit moment.  

Israël is een schitterend land om te bereizen. Historie, cultuur, landschap en ook de uiterst vriendelijke en gastvrije, voornamelijk Palestijnse, mensen maken het tot een waar genoegen. Ik had nooit gedacht dat ik van zand kon houden, maar hier raak ik verliefd op de woestijnen. Alle soldaten in de straten wennen uiteindelijk ook, al heb ik daar lang moeite mee.

Oslo akkoorden

Augustus 1993 was weer hot in Israël en niet alleen vanwege de temperaturen. Wij waren op dat moment niet op de hoogte van het feit dat er in Noorwegen al geheime besprekingen plaatsvonden (die uiteindelijk zouden resulteren in de ondertekening van de zgn. Oslo-akkoorden. 13 September 1993 werden zij officieel ondertekend door de PLO en de Israëlische regering). De spanning op straat was in die dagen gewoon te voelen. In de week voordat wij er waren, hadden er nog beschietingen plaatsgevonden in Qiryat Shemona, in het noorden tegen de Libanese grens aan.

We reisden van kibbutz naar kibbutz met een huurauto. Toen we die kregen tekende de dame achter de balie grote cirkels om een aantal gebieden op de kaart. “You don’t go in that area”, zei ze, “they throw the stones, you know”. Dat viel uiteindelijk reuze mee. We werden vaker met een kopje thee en lekker eten ontvangen dan met stenen. Dat was ook het geval toen we terugkeerden vanuit Jordanië, waar we wereldwonder Petra hadden bezocht. Tijdens het lange wachten aan de grens kregen we van Jordaanse douaniers zelfs een kopje thee.  

In Eilat was het zalig duiken. De duikleraar was onder de indruk van ons. “Dutch people are always good divers” zei hij. “Geen wonder”, zei ik, “met al die groene plompen bij ons”. Hier kon je meters ver kijken. Thuis zag je nog niet één meter ver. Daarmee verrijk je je duikvaardigheden natuurlijk behoorlijk.  

Voordat we in Eilat onze reis zouden afsluiten, hadden we zo’n beetje het hele land gezien. De Jordaan, met haar prachtige groene vallei. Het Meer van Tiberias (Galilea) met haar discoboten: ik had me het Heilige Land anders voorgesteld. Het Carmel-gebergte. De Golan-hoogvlakte, waar de Jordaan ontspringt. Zalig koel – en vooral fris – is het hier onder de bomen in dit gloeiend hete land. Jeruzalem, Massada en de Dode Zee. Het kan niet op in dit land! We schieten massa’s foto’s van al dit moois. Naar huis moeten gaan is een straf.  

Helaas missen we bij thuiskomst op Schiphol onze koffer. Een week later kan ik hem ophalen. Hij blijkt opengebroken te zijn door El Al. Ze vertrouwden ons dus ook niet.   

Volkskrantreizen.nl, juni 2009    

Vorig verhaal
«
Volgend verhaal
»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *