right-arrow

De mooiste begraafplaats ooit? Die vind je gewoon in Genua! Ja, echt waar. Maar naast die serene plek bezit de stad zelf ook nog de nodige schoonheid — en vooral de dorpjes eromheen zijn echte pareltjes. Je kunt er ook heerlijk hiken in de bergen met zicht op zee. Ook deze tussenstop op onze roadtrip door Noord-Italië in september blijkt weer een heuse schat.

Bogliasco

Havenstad

‘Vroeger’ kende ik Genua als een rauwe en beetje grauwe havenstad. Nou, die tijden lijken voorbij: de haven heeft een flinke make-over gekregen met een brede, moderne boulevard waar je lekker kunt flaneren. Al ging dat niet zonder slag of stoot — een lokale inwoner vertelt ons dat een hoop bewoners hun huis hebben moeten afstaan voor deze vernieuwing.

En zo probeert Genua met al die nieuwe ontwikkelingen de oude connectie met de zee weer terug te krijgen. En eerlijk is eerlijk: de stad heeft haar ruige charme weten te bewaren. Je struikelt er nog steeds over de smalle, ietwat louche steegjes en middeleeuwse straatpatronen.

Pesto Genovese

Bij de Porto Antico (de haven) is het vandaag een kleurrijk feestje op het plein. Kraampjes uit alle hoeken van de wereld staan zij aan zij en verleiden je met geuren en hapjes uit verre landen — zelfs Hollandse poffertjes duiken op. Al moet ik zeggen: die zagen er wel… creatief geïnterpreteerd uit.

Maar eerlijk is eerlijk: het allerlekkerste blijft toch gewoon een bordje pasta met pesto. Want ja, dit is de stad waar pesto is uitgevonden. Meer dan 35 jaar geleden leerde ik hem zelf al maken — van de ‘mamma’ van onze Italiaanse vrienden, met zo’n vijzel die minstens net zo zwaar was als zijzelf. Toch smaakt hij hier, in Genua, altijd beter. Vraag me niet waarom. Misschien is het de lucht. Of de basilicum. Of gewoon het feit dat je het eet waar het hoort.

Dus wij gaan voor het enige juiste: trofie al pesto genovese — de korte, gedraaide pastaatjes die typisch zijn voor Ligurië. En dat doen we in de gezellig chaotische markthal, tussen druk pratende locals en een paar toeristen met een groene (pesto)vlek op hun shirt. Pesto smaakt thuis prima. Maar hier? Hier is het puur geluk op een bord.

Historie door de eeuwen heen

Paleizen zoals het Palazzo dei Rolli staan er nog fier bij, net als de arcaden langs de Via Sottoripa — één van Italië’s oudste arcade-straten uit de 12e eeuw, pal aan de haven. Slenter vooral ook door Via Garibaldi, want die zit vol schitterende gebouwen uit de 15e tot 18e eeuw.

Heb je daarna nog puf laat je dan meevoeren onder de elegante arcaden van Via XX Settembre. Deze brede, lange winkelstraat ademt 19e- en vroeg 20e-eeuwse grootsheid, maar dan met espresso in de lucht en een Gucci-winkel op de hoek. Overal komt de geur van versgemalen koffie je tegemoet — je zintuigen krijgen het druk.

Garibaldi

En natuurlijk ontbreekt ook meneer Garibaldi* niet in dit verhaal. Want waar in Italië staat hij niét op een sokkel? Hier schittert hij op Piazza Raffaele de Ferrari, waar fonteinen het water enthousiast de lucht in slingeren.

La Superba

Vergeet tot slot niet even te stoppen bij de kathedraal van San Lorenzo — een echte blikvanger met z’n gestreepte façade en dramatisch veel grandeur. Volgens mij is dit ook het lievelingsplekje van Ilja Leonard Pfeijffer, schrijver van de roman La Superba. Dat boek is praktisch een liefdesverklaring aan Genua, de stad die vroeger niet voor niets de bijnaam La Superba kreeg — de Hoogmoedige. Een knipoog naar haar maritieme heldendaden en indrukwekkende schoonheid.

En het mooiste? Terwijl ik een foto sta te maken van dat imposante bouwwerk, draai ik me om — en ja hoor, wie zit daar doodleuk onder de arcaden aan een tafeltje? Juist, Pfeijffer zelf. Wat een toeval! Of nou ja… misschien zit hij er gewoon elke dag, net als een standbeeld. Alleen dan met een espresso.

Begraafplaats

Cimitero Monumentale di Staglieno

De naam zegt het eigenlijk al: Cimitero Monumentale di Staglieno — en monumentaal is het. Deze begraafplaats in het oosten van Genua is geen doorsnee rustplaats, maar een waar openluchtmuseum waar je stil van wordt (en dat komt niet alleen door de setting).

Staglieno overweldigt. Beeldhouwwerken, mausolea, zuilengalerijen — alles ademt grandeur, melancholie en artistieke perfectie. Je loopt er tussen engelen met marmeren vleugels en standbeelden die zó expressief zijn dat je bijna ‘sorry dat ik stoor’ fluistert als je langsloopt. Een beetje dramatisch? Zeker. Maar wat wil je, dit is Italië.

Ligurische dorpen

De Ligurische kust is prachtig. Meer dan 35 jaar geleden kwam ik er al een aantal jaren en ik wilde er altijd nog een keer terug (en nu misschien wel vaker).

De beroemde Cinque Terre zijn intussen wel aardig ontdekt (lees: overlopen), maar gelukkig liggen er rond Genua nog genoeg dorpjes die de massa links laat liggen. En dat maakt ze des te aantrekkelijker: kleurrijk en authentiek. Hier discussiëren oude mannen hele dagen op een stoeltje met elkaar en spelen dames ’s middags kaart op het strand.

Bogliasco is zo’n dorp. En Bocadasse ook. Huizen in alle kleuren van de regenboog staan langs de steile weggetjes door het dorp. De strandjes zijn klein en van steen maar super gezellig. Je drinkt er je Aperol spritz bijna aan de branding en de focaccia smaakt hier zoals hij nergens anders smaakt. Oorspronkelijk komt dit platte brood ook uit Ligurië en bakten de Etrusken hem op hete stenen (focus is haard in het Latijn).

Wandelen en smullen langs de kust

Vanaf Camogli – een wat drukker bezocht stadje ten oosten van Genua – loopt een wandelpad langs de kust, dat we graag gaan ontdekken. We klimmen een heel stuk omhoog, langs en met uitzicht op een paar huizen in de bergen (hoe komen deze mensen in hemelsnaam bij hun huis?). Trap na trap moeten we op en als we daar bijna genoeg van hebben na zo’n 900 treden zien we het gele kerkje van San Rocco staan. Wat een idylle dit plaatsje dat uitkijkt over de Ligurische Rivièra.  

Na San Rocco gaat het gelukkig een stuk bergafwaarts met voortdurend zicht op zee. We volgen een smal pad naar een volgende verrassing: San Nicolò di Capodimonte. Een verbluffend mooi Romaans kerkje (12e eeuw).

We dalen verder af en belanden na enkele trappen (onze bovenbenen beginnen inmiddels te piepen) bij Ristorante Il Mulino da drin. Een soort visserskroegje, waar de netten letterlijk aan de muur hangen en de wijn op temperatuur is, ongeacht het weer. We worden warm onthaald en krijgen een tafel op het terras. Hoog boven dat onwezenlijk turquoise water.  Beneden nemen zongebrande oude mannen in fel gekleurde zwemshorts samen de dag door: la dolce vita!

Lunchen

Nog geen 300 meter verder en wat lager gelegen, ligt Trattoria da Spadin, met een terras zo strak aan zee dat je er bijna af zou kunnen rollen. Zeg nou zelf: wie wil hier nu niet lunchen? En alsof dat nog niet genoeg is, vinden we op amper 200 meter afstand nóg een plek om te eten en drinken: Capitan Mugugno, waar je luncht met het geluid van de golfslag tegen de rotsen als achtergrondmuziek. Terwijl wij er iets drinken, meert er net een boot aan met een vermogend ogend Amerikaans gezelschap aan boord — design zonnebrillen, nonchalante witte truien om de schouders. Wij kijken ernaar en voelen ons al een koning te rijk.

En dan… de steile trappen weer op. Nog even doorbijten, want het einddoel van vanochtend komt in zicht: Punta Chappia. Hier bloeien stevige cactussen op rotsen waar niets zou moeten groeien, en een trap leidt je naar beneden, waar je kunt zwemmen of vissen in een azuurblauwe baai die zo in een reisbrochure kan.

Geen San Fruttuoso

Terug in het piepkleine haventje van Porto Pidocchio, bij Capitan Mugugno, wachten we op de boot naar San Fruttuoso, een baai waar een abdij vrijwel op het strand staat. Maar de boot laat op zich wachten… en blijft uiteindelijk helemaal weg. Het water is te wild, het getij te hoog. Vandaag geen Fruttuoso voor ons.

Teleurgesteld? Heel even. Maar zodra we weer binnenvaren in het kleurrijke, levendige Camogli, is alles vergeten. Wat een welkom. Alleen… we zijn moe. Dus snel terug naar ‘huis’ – met zere benen, volle hoofden en een hart dat een beetje lichter voelt dan vanmorgen.

*Zonder Garibaldi geen Italië: zelf geboren uit een vissersfamilie in Nice vocht hij in de negentiende eeuw voor de Italiaanse eenwording. Tot die tijd bestond het huidige Italië nog uit een lappendeken van zelfstandige vorstendommen en Pauselijke staten. In het noorden zwaaiden de Oostenrijkers de scepter. Maart 1861 werd het Koninkrijk Italië uiteindelijk opgericht en sinds 1946 is het een Republiek.

Dit is deel drie van onze roadtrip door Noord-Italië. Deel 1 vind je hier.

Info:

  • Wij verbleven op camping Genova Est: een reis terug in de tijd. Klein, charmant, voorzien van terrassen en niet al te modern, maar wel schoon sanitair. Bij de ingang vind je restaurant Da Berto met een waanzinnig uitgebreide kaart en een overheerlijke keuken. Vriendelijk personeel ook. Het eten is er super vers: we zagen de visboer er iedere ochtend frisse vis brengen. Daarvoor hoef je de camping ’s avonds dus niet af;
  • Je vindt de camping aan Via Guglielmo Marconi 16031 in Bogliasco;
  • De begraafplaats van Genua (Staglieno) ligt aan Piazzale Giovanni Battista Resasco op nummer 2;
  • De markthal bevindt zich op nummer 75 aan Via XX Settembre en heet officieel MOG – Mercato Orientale;
  • De wandeling vanaf Camogli (half uurtje vanaf Genua) start achter het politiebureau. Daar is ook een parkeerplaats. Het wordt vanaf daar aangegeven. Je loopt eerst een stuk langs het riviertje en dan wijst het zich vanzelf waarschijnlijk. Je overbrugt zo’n 220 hoogtemeters in ongeveer vier kilometer. Zelfde weg terug, tenzij jij wel de boot haalt naar San Fruttuoso 😉
  • Vanaf Porto Pidocchio kun je sowieso de boot terug nemen naar Camogli.
  • In deze regio kun je heerlijk wandelen: er zijn verschillende routes uitgezet. Hieronder een kaartje van de mogelijkheden.
Bron: Parcoportofino.it

18 oktober 2025.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *