right-arrow

Wandelen aan de Côte d’Azur: je komt er misschien niet zo 1,2,3 op, maar wij vinden het een aanrader. Blauwe luchten, zon, een ultramarijn gekleurde zee, een zeer aangenaam temperatuurtje en veel fraaie vergezichten. Wat wil je nog meer?

Ons geklauter bij de Calanques van Marseille het (voor)jaar daarvoor is ons zo goed bevallen dat we het graag nog eens willen proberen aan deze kust. Dus gaan we op zoek naar nieuwe wandelroutes in de buurt van Nice ‘La Belle’.

Uitzicht vanaf Fort du Mont Alban

Nieuwe en oude stad

De eerste dag maken we een grote rondwandeling door zowel de nieuwe als de oude stad en de haven en beklimmen we Mont Boron. Halverwege is het al genieten van het panorama over de stad, vrijwel aan het eind van de Chemin du Fort Thaon. Bovenop de heuvel staat het Fort du Mont Alban, in een park waarin weldadige rust heerst en je niets hoort van de drukte in de stad.

Het fort werd gebouwd in 1557 en is wonder boven wonder vrijwel intact gebleven en dus behoorlijk indrukwekkend. Je hebt van hieruit een adembenemend uitzicht over de baai van Villefranche-sur-mer en Saint-Jean-Cap-Ferrat, want het bevindt zich zo’n 220 meter boven de stad. In Parc Mont Boron ruik je de pijnbomen als je er onderdoor wandelt en je ziet er veel wilde olijfbomen. Er staan banken genoeg in dit park: een picknickplek bij uitstek dus!

Fort du Mont Alban

Aan zee

Na de afdaling komen we aan bij een prachtig baaitje in Nice, waar je twee restaurantjes hebt (Le Plongeoir en Restaurant du Club Nautique) van waaruit je overzicht hebt over de Mediterranée. Als je wilt kun je er ook meteen een duik nemen om af te koelen. Iets verderop kom je in de gezellige haven met bootjes in alle kleuren van de regenboog, waar wij lunchten op het terras van Le Pointu (8 Quai des Docks).

Richting centrum, de haven uit, langs zee, is aan Quai Rabau Capeau tussen 1924 en 1928 in de rotsen een mooi, gewelfd monument uitgehakt ter nagedachtenis aan de 4.000 gestorven lokale soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Het ‘Monument van de Doden’ is een van de grootste grafmonumenten van Frankrijk en indrukwekkend om te zien. Via de Quai des Etats Unis gaan we richting oude centrum en vlak voor deze overgaat in de – sinds de bloedige aanslag van 2016 beruchte – Promenade des Anglais slaan we rechtsaf.

De haven

La vieille ville

Tussen de grappige caférestaurantjes Topaze en Movida – met hun gerieflijke balkons van waaruit je weer uitkijkt over het strand en de zee – door lopen we onder de bogen ‘La vieille ville’ in. Aan Cours Saleya liggen allerlei restaurantjes en barretjes en er is een dagelijkse bloemenmarkt: dit is echt dè hotspot van de oude stad.

De schitterende kathedraal van Nice uit de 13e eeuw en barok verbouwd in de 17e eeuw, ligt aan de gelijknamige straat (Rue Sainte-Reparate) en het plein hiervoor is ook erg gezellig, vooral als je van onweerstaanbaar lekker Italiaans ijs houdt. IJssalon Fenocchio heeft wel 86 ‘parfums’ ofwel smaken, dus het zou gek zijn als je hier niet iets van je gading vindt. Je moet wel even geduld hebben want helaas weten meer mensen dat.

Cours Saleya

Eze en omgeving

De volgende dag doet de bus er ongeveer een half uur over tot aan de Mairie (=stadhuis) van La Turbie in de bergen, van waaruit we onze wandeling naar Èze starten. Het schattige kleurrijke stadje met haar smalle straatjes wordt gedomineerd door het Tropaeum Alpium, een imposant monument,  opgericht tijdens de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk door keizer Augustus, ter ere van zijn overwinning op de Ligurische stammen in dit gebied. Verder werd het plaatsje in 1982 even wereldberoemd omdat Grace Kelly, prinses van Monaco, hier door een tragisch auto-ongeluk om het leven kwam. Ondanks deze tragische gebeurtenis staat La Turbie tot op de dag van vandaag bekend als een van de mooiere plaatsjes in de heuvels van de Côte d’Azur.

Zicht op Eze

Sentier Nietzsche

De wandeling naar Èze bied je waanzinnige panorama’s over de Mediterranée en het dorp zelf,  magnifiek gelegen bovenop de berg en dat misschien wel de titel van meest charmante kustplaatsje van Frankrijk verdient.  Het eeuwenoude stadje (de Chapelle de la Sainte Croix stamt uit 1306) is toeristisch maar in oktober heb je daar natuurlijk een stuk minder last van en kun je dit lieflijke dorp in redelijke rust bekijken.

Vanaf hier start de Sentier Nietzsche, een pittige en steile afdaling over rotspaden vanaf 427 meter hoogte naar het badplaatsje Èze Bord de Mer. De als getroubleerd bekend staande Duitse filosoof Nietzsche beklom dit pad dagelijks, toen hij hier rond 1880 woonde.  Dit had een helend effect op hem. Nou, op ons dus ook (al doen wij hem andersom): ondanks alle inspanningen tijdens het afdalen over rotsen en losse stenen genieten we volop van deze wonderschone omgeving. Vanuit het lager gelegen Èze nemen we de bus weer terug naar Nice.

Eze sur mer

Saint-Jean Cap Ferrat

De volgende en laatste wandelochtend pakken we de bus naar Saint-Jean-Cap-Ferrat en stappen bij het VVV alhier uit. Een smalle weg leidt beneden naar een strandje en vanaf dan loop je voortdurend langs zee het schiereiland rond, met het ene vergezicht nog fraaier dan het andere. Wat een machtig gevoel om hier over smalle paadjes boven de azuurblauwe zee te lopen met die wonderschone uitzichten.

De eerste helft loop je nog behoorlijk in de schaduw maar eenmaal ‘de bocht om’ ter hoogte van ‘Crique de la Causinière’, waar je met een soort van zwembadtrapje de zee in kunt, wordt de hitte van de zon moorddadig. Als we ter hoogte van ‘Criques de la Carrière’ dan ook een boom zien staan waar we onder passen rusten we hier even uit in de verkwikkende schaduw. De westkant van het schiereiland is overigens voornamelijk groen en de oostkant meer bebouwd, desalniettemin is ook deze zijde de moeite meer dan waard.

Het pad langs de westkant van Cap Ferrat

Villefranche-sur-Mer

De haven van het mondaine Saint-Jean-Cap-Ferrat is bijna één groot terras. Hier verbaas je je over de poenige boten die er liggen. Om de hoek van het terras is een heus palmenstrandje. Iets verderop passeer je het voormalige roze huis van – de intussen overleden typisch Britse – acteur David Niven (The La Fleur du Cap Mansion), wat volgens zeggen nu toebehoort aan Dodi al Fayed, eigenaar van Harrod’s Londen en voormalig lover van Lady Diana.

Voordat je Cap Ferrat verlaat, wandel je nog langs het openbare ‘zwembad’ aan zee: Crique de Rouvier, waar nu slechts een handvol mensen ligt te zonnebaden. Daarna is het nog een stukje lopen tot aan het nog redelijk volle strand van Villefranche-sur-Mer, wat geen straf is, want het zicht op het oranje/geel gekleurde stadje aan de overkant van de baai is weer fenomenaal. Voor de lunch pakken we er nog een superterras aan zee – origineel genaamd: la terrasse – voordat we de bus weer terugnemen naar Nice. De totale wandeling neemt denk ik in totaal zo’n twee tot tweeënhalf uur in beslag (tot aan Port-Saint-Jean zijn geen voorzieningen).

De haven van Saint-Jean-Cap-Ferrat

Terug in Nice

We stappen uit bij eindpunt van de bus op Place Garibaldi, vernoemd naar Giuseppe Garibaldi, geboren in 1807 in Nice en voorstander van aansluiting van Nice bij Italië, toen de stad nog deel uitmaakte van het rijk van Napoleon. Hij wordt beschouwd als een van de Italiaanse ‘Vaders-des-Vaderlands’.  Het plein is een plaatje en vertegenwoordigt ook die bijzondere mengeling van Italiaanse en Franse cultuur in de stad. Het statige barokke plein ligt aan het oostelijk einde van de oude stad.  

Van hieruit lopen we door de prachtig aangelegde groene Promenade des Arts en de Promenade du Paillon met haar grappige fonteinen via de indrukwekkende Place Massena terug naar de grote winkelstraat (Avenue Jean Médecin), vrijwel om de hoek van ons hotel. Nog een laatste tip: ga vooral ook ’s avonds de stad door, alle eerder genoemde plaatsen zijn dan fantastisch verlicht.

Promenade du Paillon

Hoe en wat

Wij vlogen met Transavia ’s ochtends vroeg waardoor je de hele dag nog voor je hebt in Nice, maar vooral kunt genieten van de zonsopgang en de afdaling naar een van de meest spectaculair gelegen luchthavens van het land.  In Hotel Parisien, 10 Rue Vernier, gerieflijk, zeer betaalbaar en op loopafstand van het centrum verbleven we drie nachten.

Ontbijten kun je bij een overheerlijke bakker met een zeer uitgebreid assortiment en lekkere koffie op zes minuten lopen van het hotel: Boulangerie La Petrie de la Gare, 1 Avenue Thiers.

Zowel naar La Turbie en/of naar Èze als naar Saint-Jean-Cap-Ferrat en/of Villefranche-sur-Mer rijden bussen. Raadpleeg hiervoor https://www.lignesdazur.com/en

6 januari 2019

Volgend verhaal
»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *