right-arrow

Ik word ‘s nachts wakker van mijn man, die ligt te ijlen. ‘Ik voel me net een voetbalveld, maar dan in de lengte en niet in de breedte, zeg maar …’ En nú ga ik de dokter bellen, dacht ik.  

Huwelijksreis

Kort daarvoor waren we thuisgekomen van onze huwelijksreis door Gambia. We waren het tweede vliegtuig uit Nederland dat arriveerde in 1994. Het eerste was door de president toegesproken, vernamen we.  

We kozen voor Gambia omdat het een hele goedkope exotische bestemming betrof. De toeristen moesten nog gaan komen, dus we betaalden weinig voor die hele week. En het werd een prachtige week.  

Kotu Beach

Aangenaam verrast waren we door ons verblijf aan Kotu Beach. Weelderige tuinen en een schone kamer. Een mooi zwembad en ontzettend vriendelijk personeel. Onze eerste kennismaking met donker Afrika. Wat een luxe! Tot die tijd hadden we de wereld alleen nog maar vanuit onze rugzak gezien.  

‘s Ochtends naar de bijeenkomst met de hostess (want dat heb je dan). Zij waarschuwde ons vooral niets zelf te ondernemen in dit onbetrouwbare, criminele landje. Je moest ‘s avonds in donker vooral niet op het strand komen. Overdag niet met lokale mensen mee; nee, je kon een taxi nemen, die het hotel regelde. Kostte maar 20 gulden of zo.  

Taxi

We besluiten ‘s middags al een rondje te maken en pakken de eerste de beste taxi, gevuld met lokale mensen, kippen, mango’s en de rest. 40 Cent kost ons dit. We passen ook maar net tussen de 7(!) overige mensen en we hebben lol.

Leuk om de markt te zien, prachtig al die gekleurde jurken van de vrouwen en wat zijn de kindjes knap! Wat wel opvalt is dat er veel jonge jongens met oudere, voornamelijk Engelse, vrouwen lopen. Maar daar storen we ons verder niet aan.  

Na zonsondergang

Als we ‘s avonds een wandelingetje maken naar het strand zijn we onder de indruk van alle krabjes die naar ons lijken te zwaaien in de modder. Na zonsondergang lopen we verder het strand op en komen bij een supergezellig barretje terecht van een Duitse, getrouwd met een Gambiaan. Daar hebben we alle avonden doorgebracht, met onze blote voeten in het zand, genietend van schaaldiertjes die over het strand hollen en vooral van de talrijke sterren in de heldere nacht.  

Excursies regelen we lokaal. Zo gaan we een dagje naar Lamin Lodge in de mangrove en varen hier met een kano, of liever gezegd een uitgeholde boomstam. We genieten er van de vogels en de stilte. Verder naar Abuko park, waar we apen zien.  

Malariapillen

‘s Avonds slikken we trouw onze malariapillen. Ditmaal Lariam. De huisarts had ons verteld dat de muggen in sommige gebieden inmiddels al immuun zijn voor dit middel. We trekken dus ook nog maar een bloesje met lange mouwen aan.  

Tijdens onze fietstocht de volgende dag ontmoeten we James: hij lacht vriendelijk en biedt ons aan met de jeep erop uit te trekken. We rijden over stranden en over de rode aarde van het land. De man blijkt getrouwd met een Engelse, maar heeft nooit willen verhuizen naar Engeland ‘or else I’ll loose my smile’. Snap ik, want als je die zon toch nooit meer ziet…  

Vis en kreeft

We eten steeds onze buikjes rond aan de overheerlijke vis en de kreeft. De Nederlanders die we spreken zijn negatief over het land en teleurgesteld in hetgeen ze aanbieden. Wij snappen daar niets van. Zeker niet nadat we ook nog dolfijnen hebben zien zwemmen.  

Weer thuis is de dokter blij dat ik gebeld heb. We krijgen ook uitslag van het onderzoek van mijn man. Hij heeft Malaria Tropicana: daaraan kun je binnen 24 uur sterven.

Volkskrantreizen.nl, juni 2009

Vorig verhaal
«
Volgend verhaal
»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *