right-arrow

– met haarspeldbochten, heilige monniken en een bord kalfsbot

Veel mensen kennen de kust van Montenegro, maar wij gingen ook de andere kant op: de bergen in, waar de wegen smaller worden, de koffie zwarter en de koeien nieuwsgieriger.

Vanuit Albanië slingeren we ons een weg omhoog naar Žabljak, het hoogstgelegen stadje van de Balkan. We bezoeken het magische Ostrog-klooster, wandelen rond het smaragdgroene Black Lake (waarvan de naam “Black” vast ironisch bedoeld is), en rijden de Durmitor Ringeen panoramische route waarbij we ons stuur soms net iets té stevig vasthouden.

De eerste avond worden we hier culinair verrast met een bord gestoofd lam (mmm!) én een berg kalfsbotten (huh?). Gelukkig maakt het uitzicht alles goed. Net als het ontbijt op ons mini-terras. En de stilte. En de honing. Veel honing.

Montenegro? 100% aanrader. Maar neem je eigen koffie mee. En een extra maag voor de weg. Dit is deel vier van het verslag van onze roadtrip over de Balkan.

Koffiestop in het paradijs van Montenegro

We zijn vanochtend vertrokken vanaf de camping in Shkodër (Albanië) en maken een koffiestop bij Restoran Niagara, een waar paradijs: glashelder water en een idyllische zwemplek waar je meteen je schoenen uittrekt onder bomen die schaduw geven alsof ze ons persoonlijk willen beschermen tegen de zon. Met een sfeer van waarom-gaan-we-hier-überhaupt-weer-weg? Dit is het soort plek waar je je handdoek uit zou willen gooien en per ongeluk drie dagen blijft hangen. Het is maar een uurtje rijden vanaf ons vorige adres op de camping. Wat een verademing op deze hete dag! De koffie valt helaas wat tegen – die rijke volle smaak van de Italiaanse koffie in Albanië is foetsie. Maar ach, de plek waar we hem drinken maakt veel goed.  Jammer dat we alweer door moeten naar onze volgende verblijfplaats in de bergen.

Vanaf Podgorica slingert onze route verder tot door het indrukwekkende berggebied van Montenegro. We rijden langs steile berghellingen, door diepe valleien, over steeds bochtigere wegen – soms hobbelig, met kuilen en gaten. We hebben zo’n drie tot vier uur rijden voor de boeg, dus we plannen een lunchstop en bezoeken onderweg het beroemde Ostrog-klooster, hoog tegen de rotswand gebouwd. Een mooi vooruitzicht!

Danilovgrad

Onze magen beginnen zachtjes te knorren als we het schattige Danilovgrad met haar gekleurde huisjes en bijzondere sfeertje binnenrijden. Tijd voor lunch dus! We schuiven aan bij de Central Lounge Bar, waar ik een pasta bestel. De smaak? Tja. Laten we zeggen: het mist net die Italiaanse/Albanese ziel. Of überhaupt een ziel. Het lijkt een beetje alsof de pasta zelf ook niet zeker wist waarom hij hier is. Maar ja, wat wil je… we zijn weer in een ander land. Waar ze geen geurige olijfolie gebruiken, zoals Taku in Tirana al zei. 😉

Ostrog klooster in Montenegro

Tussen Podgorica en Nikšić ligt op 900 meter hoogte het Ostrog-klooster (Manastir Ostrog), een Servisch-orthodox klooster en een van de meest spiritueel geladen plekken in Montenegro – en eigenlijk in heel de Balkan. Hier rust het stoffelijk overschot van Sint Basilius, een monnik uit de 17e eeuw die volgens de overlevering talloze wonderen heeft verricht. Het klooster trekt orthodoxe christenen, maar ook moslims, katholieken en niet-gelovigen aan. De sfeer is zo bijzonder dat vrijwel iedereen er iets van voelt.

Vanaf de parkeerplaats lopen we omhoog naar het klooster dat tegen de bergwand lijkt geplakt alsof een monnik ooit dacht: “Ja, hier. Dit is het perfecte plekje voor een spirituele work-out.”

Monnikenzang

Achter ons klinkt ineens luid monnikengezang. Kippenvelmomentje. We draaien ons om, klaar om een processie van mystieke, in het wit gehulde figuren te zien… maar nee hoor – het is een stel bezwete wielrenners met een ghettoblaster voorop. Geen serene psalmzangers, maar een peloton met Spotify. Een soort spirituele rave op wielen. Toch klopt het ergens wel – heilige berg, zwoegende fietsers, gregoriaanse beats uit een JBL-box… het is bijna poëzie. Balkanstijl.

We passeren de hoge toegangspoort, rijk beschilderd met orthodoxe motieven. Gelukkig liggen er sjaals klaar bij de ingang – zonder bedekte schouders had ik weer terug naar de auto gemoeten. Binnenin verwonderen we ons over de structuur van het klooster: een lager en een hoger gedeelte, deels in de rotsen uitgehouwen.

Eenmaal boven hebben we een prachtig uitzicht over de Bjelopavlići-vallei. Tijdens de afdaling neem ik de schitterende muurschilderingen en mozaïeken in me op. Op twee plekken is er een nauwe doorgang naar kleine ruimtes – in een daarvan ligt het graf van Sint Basilius. Bezoekers lopen soms achteruit naar buiten, vermoedelijk uit respect. Er hangt iets in de lucht hier: stilte, eerbied, en een soort verwondering die moeilijk te beschrijven is.

Langs de weg beneden wacht er nog een kleine, zoetere pelgrimstocht: een standje met huisgemaakte honing. Tijmhoning, bloemenhoning, en iets dat waarschijnlijk bijenbier genoemd had kunnen worden. We proeven ons een weg door de potjes en nemen – uiteraard – een voorraadje mee. Gelukkig hebben we nog plek in de auto. Voor nu, althans.

Huisje in Žabljak – Montenegro

Aangekomen in Žabljak – op bijna 1500 meter hoogte – is het even zoeken naar ons verblijf. Er staan hier behoorlijk wat huisjes met puntdaken in allerlei kleuren en maten, en ze lijken verrassend veel op elkaar. Wel zijn er weinig toeristen op dit moment, dus rust zullen we zeker krijgen hier.

Žabljak ligt hoog in het hart van het Durmitor-gebergte. Het maakt deel uit van het UNESCO Werelderfgoed, en terecht. Wat een schoonheid! De toegangsweg naar ons verblijf blijkt allesbehalve vlak: we hobbelen en stuiteren over een steile, onregelmatige grindweg omhoog. Maar de beloning is groot. Wat een uitzicht! Vanaf ons mini-terrasje kijken we uit over de vallei. We horen alleen het getjilp van vogels en het geloei van koeien. Nieuwsgierig loop ik naar ze toe. Ze lijken wat verbaasd dat er ineens iemand op bezoek komt.

’s Nachts slapen we als roosjes in dit knusse houten hutje op de berg en de volgende ochtend staan we op met het geluid van stilte – en plots het zachte kloppen op de deur. Het is onze vriendelijke gastvrouw met een dienblad vol ontbijt met vooral veel … vlees! De zon schijnt weer, maar gelukkig in een iets vriendelijker standje dan in Albanië.

Black Lake: de groenste “Black” ooit

In de ochtendzon maken we een wandeling rond Black Lake – oftewel Crno Jezero – een gletsjermeer dat zó pittoresk is dat je spontaan denkt: “Hebben we per ongeluk de Balkan verlaten en zijn we in Canada beland?” Alles klopt: de geur van dennen, het spiegelgladde water, de stilte… je verwacht elk moment een eland tegen te komen met een houthakkershemd aan.

Maar even serieus: Black Lake? Wie dit verzonnen heeft, zat óf zonder kleurenkaart óf was gewoon in een pesthumeur. Het water is smaragdgroen, kraakhelder, en ziet eruit alsof een Instagram-filter is blijven hangen. Het enige ‘black’ hier is waarschijnlijk de kleur van je sokken nadat je over het parcours bent geklommen.

Want ja – die “wandeling rond het meer” blijkt minder een ontspannen flaneertocht en meer een soort natuurlijke hindernisbaan. We klauteren over boomstronken, glibberen over rotsen en proberen ondertussen niet in het meer te belanden (al zou dat op zich geen straf zijn). Geen walk in the park, eerder een trial by nature, maar wél met een prachtige beloning bij elke bocht.

Het houten restaurant aan het water doet daar nog een schepje bovenop – je ziet er in gedachten zo een Mountie binnenwandelen om koffie te bestellen. Maar nee, we zijn gewoon nog in Montenegro. Alleen voelt het alsof de natuur hier op internationaal topniveau speelt.

De Durmitor Ring: adrenaline met uitzicht

’s Middags besluiten we de beroemde Durmitor Ring te rijden – een panoramische route die klinkt als iets rustgevends en moois. “Een ring, hoe spannend kan het zijn?” Nou… houd je stuur maar goed vast.

Wat volgt is een combinatie van indrukwekkend en licht zenuwslopend. De weg is smal. Soms zó smal dat je bij tegenliggers moet kiezen: óf een vriendelijke groet óf overleven. Er zijn kuilen die zich prima zouden lenen voor een kinderzwembad, en de vangrails zijn … nou ja, slechts een suggestie.

Elke bocht is een verrassing. Soms voorwaarts, soms zijwaarts, soms met het soort uitzicht waarbij je automatisch even een paniekinhaalslag doet op ademhalen. En elke keer denk je: “Wie heeft hier ooit bedacht een weg te maken?”

Maar eerlijk is eerlijk – het is de moeite meer dan waard. De uitzichten zijn zó spectaculair dat je je haast schuldig voelt als je níet een fotostop inlast. Bergen zover het oog reikt, valleien die eruitzien alsof ze rechtstreeks uit een natuurfilm komen, en af en toe een loslopende koe die je aankijkt alsof jij degene bent die verdwaald is.

Vermoeiend? Absoluut. Maar deze rit hadden we voor geen goud willen missen. En de foto’s? Die laten we gewoon voor ons spreken.

Surprise Diner

Op aanraden van onze gastvrouw schuiven we aan bij een restaurant vlakbij. We lijken de enige gasten van de avond te zijn – het voelt bijna alsof ze speciaal voor ons open zijn gebleven.

We vragen de ober wat de specialiteit van het huis is, en krijgen die prompt geserveerd: een heerlijk bord gestoofd lam, sappig en vol van smaak. Daarnaast een bord kalfsvlees… of eigenlijk: kalfsbotten. Veel vlees zit er niet aan, en eerlijk gezegd is het nauwelijks eetbaar. Wij zouden hem in ieder geval eerder in de soep doen.

Montenegro is een prachtig land – met adembenemende natuur, vriendelijke mensen en rust – maar wat betreft het eten… dat is toch niet helemaal onze smaak. Gelukkig hebben ze er wel overheerlijke forellen. De lekkerste die ik ooit gegeten heb is nota bene die van de supermarkt aldaar. En de allerlekkerste warme chocola dronk ik bovenop de berg. Van die lekkere dikke zoals in Spanje, waar de churros rechtop in blijft staan …… jammie!

Curevac Observatiepunt – Uitzicht op Tara Canyon

De volgende dag moeten de benen weer even aan het werk. We beginnen aan de klim naar het Curevac-uitzichtpunt, een korte wandeling van anderhalve kilometer omhoog. Boven aangekomen worden we beloond met een grandioos uitzicht over de Tara-kloof – met 1300 meter de diepste van Europa, en wereldwijd misschien wel de derde na de Grand Canyon en de Yarlung Tsangpo in Tibet.

Je vóélt die diepte. Mijn benen beginnen zelfs te trillen als ik naar beneden kijk in de bek van deze gigantische kloof. Het is magisch – zo’n plek die je niet snel vergeet. Op de terugweg huppelen we bijna naar de auto: naar beneden gaat toch altijd net iets makkelijker.

Kleurrijke wandeling bij Bosaca – Montenegro

Later maken we nog een korte wandeling bij Bosaca, over bergweiden vol bloemen in alle kleuren van de regenboog. Vlinders dwarrelen om ons heen. Het is zó idyllisch dat we bijna vergeten dat we eigenlijk geen idee meer hebben waar het pad gebleven is. Oeps.

Even raken we dus de weg kwijt – niet dramatisch verdwaald, meer het niveau “Volgens mij was die boom net nog links?” Gelukkig is het landschap hier vriendelijk, en ons richtingsgevoel blijkt, wonder boven wonder, net genoeg intact om de juiste richting weer terug te vinden.

Tara Canyon: bruggen, ziplinen en bijna dorst krijgen van schoon water

Aan het eind van de middag besluiten we een kijkje te nemen bij de legendarische Đurđevića Tara-brug — een betonnen meesterwerk uit 1940 dat met zijn vijf bogen maar liefst 172 meter boven de rivier zweeft. Serieus, als je daar niet een klein beetje hoogtevrees krijgt, ben je of een berggeit, of je hebt gewoon geen gevoel meer in je benen.

Voor de durfals is er zelfs een zipline over de kloof — adrenaline gegarandeerd! Wij laten dat ziplinen liever aan de waaghalzen over. Niet omdat we bang zijn, maar omdat ik nog met een blessure zit en we nog één ander belangrijk doel hebben voordat we morgen Žabljak verlaten. Prioriteiten, hè?

Niet ver van de brug ligt het piepkleine St. Michael-klooster, dat zo sereen en vredig oogt dat je bijna verwacht dat er elk moment een zen monnik uit de bosjes komt wandelen. Ik loop hier een stukje naar beneden en zie de Tara rivier — zó helder dat ik er aan de oever bijna zin in krijg om het water rechtstreeks uit de rivier te drinken. Spoiler: dat kan ook echt, want de Tara is een van de schoonste rivieren van Europa. Drinkwater met een bergbriesje, wie wil dat nou niet?

Al sinds 1980 staat dit gebied – Durmitor Nationaal Park – onder UNESCO-bescherming. En dat is maar goed ook, want zo’n ongerept stukje natuur moet je koesteren of je leven ervan afhangt. Wat een ongelooflijke schoonheid heeft dit land, met zijn bergen, kloven, dalen en rivieren die allemaal schreeuwen: kom en geniet, maar doe het wel met respect. Morgen verlaten we dit walhalla en gaan we op naar Servië. Spannend! Benieuwd wat dat avontuur gaat weer gaat brengen — hopelijk iets met minder hoge bruggen en wat meer lekker eten.

Info:

  • Als je net als wij een auto huurt in Albanië en je wilt ermee over de grens, denk er dan aan dat je a. deze huurt onder de voorwaarde welke landen je mag bezoeken en/of b. betaal per grensovergang kosten voor de verzekering, vergelijkbaar met onze groene kaart. Naar Montenegro betaalden we € 15,- en die was tien dagen geldig;
  • Wij verbleven in een houten punthuisje tegen de heuvel gebouwd in Zabljak: Stevovic Bungalow, schoon, klein maar fijn en een vriendelijke gastvrouw die een vertaal app gebruikt voor haar communicatie;
  • De entree voor Durmitor natuurpark bedraagt 5 euro per dag of € 13,50 voor een jaar pas voor alle parken in Montenegro. Zo hadden wij ook nog graag Lovcen bezocht, maar keuzes .. keuzes ..
Durmitor Ring

NB: dit is deel vier van onze roadtrip over de Balkan door Albanië, Montenegro, Servië en Bosnië Herzegovina. Deel 1 vind je hier. Periodiek zullen er nieuwe delen verschijnen, dus houd mijn facebook of website in de gaten! Op mijn instagram vind je nog filmpjes van de andere bestemmingen.

10 juli 2025



Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *