right-arrow

Dit is het tweede deel van onze roadtrip door en wandelvakantie in Schotland. Deel 1 vind je hier en deel 3 hier.

DAG 9

Ullapool

Ullapool – aan de noordwestkust van Schotland – is een plaatje als we het binnenrijden: een gemoedelijk vissersplaatsje met wit gepleisterde huisjes. Ook onze B&B is witgepleisterd. We lopen een rondje door het dorp en zien helaas dat de hoofdstraat langs Loch Broom helemaal overhoop ligt. Geen mooie plaatjes dus van de leukste straat in dit dorp. Dan maar op het terras voor een cider, het bier vind ik hier toch nergens te drinken. Zo leuk dat iedereen in Schotland gewoon vrolijk met een fleece of jas aan buiten zit, want heaters hebben ze hier kennelijk niet. Ik zie ze in ieder geval nergens. Wij passen ons graag snel aan.

Het visrestaurant zit vol helaas, dus dat wordt fish & chips aan de picknicktafel. Geen straf in de zon.

’s Avonds is er live muziek in het plaatselijke hotel maar na onze ervaring in Inverness valt daarbij vergeleken alles in het niet.

DAG 10

Op weg naar Thurso

Vandaag wordt een – geplande – lange rij dag. Geen probleem want we zullen allerlei moois treffen onderweg. We ontbijten dus lekker vroeg met overheerlijke zalm. Ik krijg wel steeds meer moeite met die zogenaamde Schotse zalm: we zien hier zoveel gigantische vis kweekfarms en van de verhalen daarover in allerlei documentaires word je dus niet echt vrolijk. Maar dat voor nu even terzijde.

Edelherten

Na nog geen half uur rijden zien we op verschillende plaatsen grote roedels herten staan. Fotograferen dus maar! Na onze derde roedel rijden we maar gewoon door, anders komen we nooit in Thurso.

Ardvreck Castle ligt vrijwel aan de weg die langs Loch Assynt oploopt. Maar dat is hier geen probleem: dan nog is het een ontzettend gave plek! Logisch dat er zoveel films worden opgenomen in dit land: we rijden gewoon door een eindeloze filmset, kilometers en uren lang.

Clachtoll Beach

Ik heb gelezen dat Clachtoll Beach verschrikkelijk mooi moet zijn, dus daar slaan we even af. Het waait stevig. Doeken van tenten die hier op de camping in de baai staan klapperen hard heen en weer. Ik verbaas me steeds over de stoere kampeerders in dit land. En zeg nou zelf: ze hebben ook niets teveel gezegd over dit wilde witte strand. Wat een beauty! Jammer dat we weer door moeten.

Single track roads

Verder noordwaarts gaat het, over een zogenaamde single track road (net breed genoeg voor één motorvoertuig) vol met hidden dips and blind summits zoals ze dat hier zo mooi noemen. De weg gaat omhoog bij een blind summit waardoor je soms niet meer ziet wat daarachter ligt en of er tegemoetkomend verkeer is. Bij een hidden dip is dat precies andersom: de weg heeft een dipje en daardoor zie je niet meer wat er op je afkomt. Met enige regelmaat moeten we ook aan de kant voor een tegenligger.

We wachten dan bij een passing place, waar de weg net even wat breder is gemaakt, zodat je de ander kunt laten passeren. Spannend allemaal wel, zeker omdat je eigenlijk continu om je heen wilt kijken: om iedere hoek volgen de oh’s en de ah’s weer. Want wat een surrealistisch landschap is het waar we doorheen rijden. Zo hier en daar treffen we weer herten en het hele land staat ook vol met schapen, die nu allemaal lammeren hebben. En vaak steken die de weg over ja, het liefst vlak voor je auto.

We vertrouwen dus niet op de rijtijden in Google Maps, want de NC 500 bevat heel veel stukken single track road. Hierdoor ben je al snel veel langer onderweg dan je zou verwachten. We nemen dus ruimschoots de tijd en zien deze lange rij dag dan ook als een reisje en niet als een race.

Het landschap wordt steeds woester en verandert van groen naar grijs en bruin. Hier is het zo leeg dat je ook bijna nergens meer stopt voor een foto of een uitzicht. Dus rijden we door met open mond van verbazing dat zoiets ruigs en moois bestaat.

Passing place

Balnakeil beach

En dan bereiken we Durness in het hoge noorden, waar je niet verder kunt dan links- of rechtsaf als je tenminste niet de zee in wilt rijden. We slaan linksaf, richting Balnakeil Beach, waar een kunstenaarskolonie zou moeten zitten. Nou interesseert die ons niet zo, maar we hebben intussen wel zin in een kop koffie en er was lange tijd natuurlijk niets te vinden langs de weg. Eindelijk weer een klein stukje bewoonde wereld. Iedereen zit hier aan de hot chocolate die op fraaie wijze wordt geserveerd. Eigenlijk best een goed idee met die fikse bries hier.

Eigenlijk willen we hier – lekker opgewarmd – nog wel een strandwandeling maken. Maar het strand bij Durness wacht ook op ons. Dus nadat we plaats hebben gemaakt voor een Nederlands stel en hen hebben geholpen met het parkeren van hun camper op een smal plekje, stappen we weer in. Op weg naar Sangomore Sands bij Durness.

Sango Sands

En wat een goede keus hebben wij gemaakt. Iedere keer denk je dat het niet nog mooier kan worden, maar dat doet het wel! Sangomore Beach is denk ik nog spectaculairder dan Balnakeil: hier loop je tussen hoge rotsen door op het strand (bij eb uiteraard). Wat moet dit nog schitterender zijn in de stralende zon!

Smoo Cave

Deze grot is de laatste bezienswaardigheid waar we uitstappen. We moeten nog minimaal twee uur rijden en het is nu bijna vier uur ’s middags. Het is goed geweest.

De cave is bijzonder omdat de voorkant is uitgesleten door de zee (onder invloed van eb en vloed) en achterin door een zoetwaterstroom, waarvan je het watervalletje binnen ook nog kunt zien. In het groen boven de grot nestelen meeuwen. We zien verschillende paartjes elkaar het hof maken. Echt grappig om te zien.

De weg naar Thurso is lang en – het wordt een beetje vervelend – prachtig en de weg is over het algemeen weer wat beter. Wel zien we steeds vaker huizen. Wandelingen die hier staan aangegeven slaan we maar over: geen zin meer in en weinig tijd. Bovendien is het straks zaterdagavond en moeten we maar kijken of we nog een tafel kunnen krijgen bij een restaurant, zeker gezien onze eerdere ervaringen hier. Hoe dichter we bij Thurso komen hoe minder spectaculair het landschap. Het wordt vlakker en lieflijker met schaapjes grazend in de groene weiden. Wel ligt het land steeds ver boven zee, waardoor we die meestal niet meer kunnen zien. En we zijn er nog wel zo dichtbij…

Thurso

In Thurso regent het pijpenstelen als we onze koffers uit de auto halen bij de B&B. In regenjacks met capuchon op springen we later tussen de plassen door richting centrum. Midden tussen de huizen staat hier de ruïne van Auld St. Peter’s Kirk uit 1125 (!). Thurso heeft dan ook een lange geschiedenis. De Vikingen hebben het stadje destijds gesticht: ze waren hier vanaf de 9e eeuw al aanwezig. Op dit moment oogt Thurso erg triest, zeker in deze natte boel. Zelfs van oorsprong grootse huizen ogen wat zielig. Het voelt echt een beetje aan als het eind van de wereld.

De paar restaurants die het stadje bezit zitten weer goed vol of tafels zijn al gereserveerd. Gelukkig vinden we nog een plekje waar ze mosselen hebben, want daar hebben we allebei zo’n zin in. Ze maken ze hier met knoflook en room en een of ander kruid dat wij in Nederland niet snel gebruiken. Ik kan ook niet meteen thuisbrengen welk. Ze zijn in ieder geval jammie. Als je ze tenminste geserveerd krijgt, want helaas zijn ze vandaag al uitverkocht.

DAG 11

De volgende ochtend ben ik weer vroeg wakker en loop ik naar de zee. Thurso ziet er een stuk vrolijker uit als de zon schijnt. Spreeuwen vliegen af en aan tegen de steile rotsenkust. Ik vermoed dat ze daar hun nesten hebben. Nadat we onze woonplaats hebben gepind op de kaart in onze B&B (dat leek onze gastvrouw een leuk idee: al haar gasten vind je dan terug op de wereldkaart in de ontvangsthal) rijden we in volle zon de Cairngorns tegemoet.

Kustlijn Thurso

De hele weg blijft het mooi weer waardoor alle diepgele gaffeldoornen in volle bloei in het groen nog zonniger lijken. De omgeving wordt steeds zachtaardiger en ook dat heeft zijn charme. Maar eigenlijk missen we nu al stiekem een beetje die ruige, woeste en wilde westkust van Schotland. Na Inverness verlaten we de NC 500.

Carrbridge en Grantown-on-Spey

Onderweg naar ons volgende hotel rijden we twee aftakkingen van de route. De eerste is die naar Carrbridge, de oudste stenen brug van Schotland, gebouwd in 1717. Heel bijzonder zo’n hoge ronde brug waarop de bloemen tussen de stenen groeien. Best eng om eroverheen te lopen ook: ik heb bewondering voor de mensen uit die tijd.

De otters waarnaar we op zoek zijn in de Spey vinden we helaas niet. We wandelen hier langs de rivier op, die nog veel wildlife kent. Ook zalmen schijnen hier nog in groten getale voor te komen. Er wordt dan ook veel gevist. Vliegvissen, een nationale sport in Schotland, die zelfs Koning Charles van Engeland graag beoefent. Toevallig is er een paar weken na onze terugkeer een documentaire over deze rivier op televisie: Reizen langs de mooiste rivieren van de wereld*. Deze omgeving is ook het centrum van de whisky stook. Je vindt hier talloze distilleerderijen. Google maar eens op Whisky Spey of Speyside.

*Deze link werkt nog maar 24 dagen na verschijnen ervan

Cairngorns National Park

Als we Aviemore – het toeristische centrum van de Cairngorns zo’n beetje – inrijden moeten we even slikken. Wat een drukte hier. Als we dat maar overleven na al die overdadige rust.

Inmiddels regent het weer een beetje en daar zijn we nu ondertussen wel aan gewend. Gewapend met een regenponcho in de rugzak stappen we uit. En natuurlijk hebben we die op enig moment gewoon weer aan!

The green loch (An Lochan Uaine)

We lopen naar een Loch dat helemaal groen zou moeten zijn. We zijn benieuwd! Pubers met eenzelfde rugzak, de een geanimeerd pratend met klasgenoten (vermoeden we), de ander zuchtend en alleen, lopen ons steeds tegemoet. Kennelijk is dit een geliefd uitje voor scholen. Dit is weer een heel andere omgeving dan we gewend zijn: een oud bos met hei en heuvels en kaarsrechte dennenbomen. Ook mooi! En als we het groen van het Loch uiteindelijk door de bomen zien glinsteren kunnen we onze ogen niet geloven. Het is echt waar! Dat de miezer soms even onderbroken wordt door een fikse bui deert ons nagenoeg niet. Wat een schoonheid. Hier en daar zien we op de terugweg nog wat sneeuw op de bergen liggen, prachtig!

Loch an Eilein

Voor vandaag resteert nog één hike: die bij Rothiemurchus (ook te zien in die documentaire). Intussen komt het met bakken naar beneden. In de stromende regen starten we de ronde om Loch an Eilein, dat verborgen ligt in het Rothiemurchus forest. Wat een fotogenieke omgeving weer. Mist hangt in flarden om de bergen en in het water liggen stapstenen. Hier word je echt zen van. Regelmatig sta ik stil om dit paradijs in me op te nemen.

Intussen lijkt het gelukkig wat op te drogen (voor zolang het duurt). Gaan we rechts- of linksom vragen we ons af. Een eind verderop in de wandeling zijn we erg blij dat we voor linksom hebben gekozen. De verrassing die ons vlak voor de finish opwacht is dat waard. Loch an Eilein betekent ‘Loch van het eiland’ in het Keltisch (Gaelic). En laat op dat eiland nu een machtig mooie ruïne staan, die precies de zonnestralen vangt die eindelijk doorbreken. Een magisch plaatje.

’s Avonds hebben we gedoe met de hotelleiding: onze gereserveerde tafel voor vanavond blijkt niet mogelijk. We zien de lege tafels en snappen daar niets van. Ook niet na herhaaldelijk om uitleg vragen. We vermoeden dat er niet voldoende personeel in de keuken is, een andere verklaring kunnen wij (en zij) niet verzinnen. Dat is balen. We hadden speciaal gereserveerd hier omdat we wisten dat we moe zouden zijn na deze volle dag. Aan de overkant van het hotel zit een Italiaans restaurant. Ook megadruk op zondagavond natuurlijk, maar er is nog net een (borrel)plekje op hoge krukken aan een hoge tafel vlakbij de ingang. Voor ons geen probleem, we zouden niet weten waar we anders naartoe zouden moeten zonder weer in de auto te hoeven stappen. Want daar hebben we nu echt geen zin meer in!

DAG 12

Het is weer vroeg dag en al snel na het ontbijt bereiken we ons volgende doel: The Falls of Bruar. Gelegen naast het House of Bruar: een sjieke winkelstop waar je antiek, kadootjes, kleding en etenswaren kunt kopen. Hier snuffelen we even heerlijk rond. The Falls zijn leuk en een beetje parkachtig ‘aangekleed’.

The pass of Killiecrankie path

Op naar Killiecrankie, waar we de hike bij Soldier’s Leap doen. Hier schijnt tijdens de Battle of Killiecrankie in 1689 (!) een roodjas (Engelse soldaat) zich van de rots af te hebben gestort tijdens zijn vlucht voor de Jacobieten. We lopen steil naar beneden. Er zouden hier veel rode eekhoorns, marters en andersoortig wild moeten zitten. Dat zien we nu niet. Op het bord bij de ingang stond ook al vermeld dat zij zich pas goed laten zien in de winter, als de bomen kaal zijn. Dan zitten we in mei dus duidelijk in het verkeerde seizoen.

Toch is het heerlijk wandelen onder de oude eikenbomen nu het zo warm is geworden vandaag. Beneden in de kloof horen we het water razen van de rivier de Garry. De pas van Killiecrankie is een zogeheten Site of Special Scientific Interest, beheerd door de National Trust for Scotland. Zij verwijderen voornamelijk boom uitlopers, omdat die de oorspronkelijke natuur hier dreigen te overwoekeren. Dat betreft voornamelijk beuken, zodat originele planten en bloemen hier weer een kans krijgen te groeien. We lopen hier relaxt verder over een oude verlaten spoorbaan in de overheerlijke schaduw. De terugweg valt tegen: na een steile beklimming tegen de heuvel op komen we met natte ruggen weer terug bij de start. Ditmaal niet van de regen.

Pitlochry

Wat een sprookjesdorp is dit zeg. Wist niet dat zoiets nog bestond. Ze beschikken hier over een zogenaamde zalmentrap (Pitlochry Fish Ladder) in de rivier Tummel die best indrukwekkend is. We doen de rondwandeling en steken tweemaal – via de dam en een brug – de rivier over. Niet alleen de dam is giga, ook de visladder mag er zijn met zijn ruim 300 meter lang. Het is reuze gezellig in het dorp dat nu nog niet overlopen is in deze tijd van het jaar.

Blackness Castle en Midhope Castle

Omdat ik toch nog wel wat van de hitserie Outlander (Netflix) wil opsnuiven – zeker als het niet al te ver van de route rijden is – bezoeken we deze twee ‘kastelen’ nog voordat we ons hotel voor de laatste twee nachten in Schotland in Edinburgh betrekken. Ik verwacht grote drukte gezien de populariteit van deze serie.

Er is echt niemand als we de auto parkeren bij Blackness Castle (Fort William in de serie). Ook zonder Outlander zou ik blij zijn dit gezien te hebben: een robuust kasteel dat nog bijna helemaal overeind staat. Gelegen op een landtong in Blackness Bay met uitzicht over de hele baai. Geweldig om hier rond te mogen lopen. Zeker als je hier bijna alleen bent. Onvoorstelbaar!

Het is even zoeken naar Midhope Castle (Lallybroch in de serie). Daar hebben denk ik meer mensen last van want: ook hier is helemaal niemand als we een kaartje kopen. Eigenlijk een beetje belachelijk als je bedenkt dat het alleen maar om de buitenkant gaat, binnen is niets. Maar ja, je kent het, je bent er nu en koopt dus dat kaartje. Het moet per slot van rekening ook allemaal maar onderhouden worden in dit land vol historie. En gelukkig vragen ze niet de hoofdprijs. Toch bijzonder om hier zo te staan. Blij dat ik er ben én dat de zon al de hele dag schijnt. Wat een weelde. We waren het gewoon ontwend. Nu maar hopen dat we in Edinburgh ook zulk mooi weer houden. We kunnen niet wachten.

Tot zover deel 2 van onze roadtrip door en wandelvakantie in Noord-Schotland. Edinburgh komt in deel 3 aan de orde. Nogmaals: deel 1 vind je hier.

9 juli 2023

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *