right-arrow

Ik heb niet altijd het gevoel dat ik een bestemming écht ken. Daarvoor valt er soms nog te veel te ontdekken. Juist dat maakt reizen zo bijzonder: je kunt teruggaan naar dezelfde plek en toch een compleet andere ervaring hebben. Dat overkwam mij op Sardinië.

Alghero

Mijn eerste keer bracht me een aantal jaar geleden in oktober naar Alghero en de noordwestkust. Enkele jaren later verkende ik in april, vanuit Olbia, het noordoosten van het eiland. Twee plekken, hetzelfde eiland, maar allebei met een heel eigen karakter.

Zicht op Alghero vanuit het zuiden

Alghero is een stad die haar ligging als het ware cadeau heeft gekregen. Aan de ene kant de historische binnenstad met haar smalle straatjes, oude gebouwen en Catalaanse invloeden en aan de andere kant de zee die voortdurend aanwezig is. En weet je dat ze op Sardinië alleen in Alghero Algherees (Alguerès) spreken? Een lokale variant van het Catalaans (naast Italiaans en Sardisch)?

Vestingmuur Alghero

Vestingstad

De stad ligt als een stenen vesting aan de kust, met oude muren en bastions die al eeuwen over de Middellandse Zee uitkijken. Juist die boulevard langs de oude stadsmuren geeft Alghero zijn bijzondere karakter. Je wandelt hier niet zomaar langs het water, maar over een stukje geschiedenis. De ronde torens, de brede stenen kades en de uitzichten over zee maken het een plek waar verleden en heden moeiteloos samenkomen. Overdag zie je boten dobberen voor de kust, terwijl tegen de avond de terrassen vollopen en de zon langzaam achter de horizon verdwijnt.

Wat Alghero zo aantrekkelijk maakt, is dat het geen museumstad is geworden. Binnen de oude muren wordt gewoon geleefd: bewoners doen boodschappen, kinderen spelen op de pleinen en bezoekers schuiven aan op terrassen. Misschien is dat wel de grootste charme van Alghero: je komt er voornamelijk voor de zee en de schoonheid van de omgeving, maar blijft er hangen vanwege de sfeer.

Weer in oktober

Wat me bovendien verrast, is het weer. Oktober voelt hier nog als een verlengde zomer. De zon schijnt uitbundig, de temperatuur is heerlijk en een stranddag hoort er gewoon nog bij. En daarvoor hoeven we niet eens ver te reizen, want het stadsstrand van Alghero ligt letterlijk op loopafstand van het historische centrum. Een ochtend door de oude straatjes slenteren en ’s middags met je voeten in het zand: veel beter wordt een vakantiedag eigenlijk niet.

Ook de natuur rondom Alghero maakt indruk. Zo lijken bij Capo Caccia de kalkstenen kliffen bijna loodrecht uit de Middellandse Zee omhoog te rijzen, tot bijna 190 meter hoog. Het uitzicht is indrukwekkend. Helaas hadden wij geen tijd meer voor de Neptunusgrot die je met een lange trap naar beneden kunt bereiken.

Stranden

En dan zijn er natuurlijk de stranden, zoals bijvoorbeeld Maria Pia. We verblijven gelukkig vlakbij deze heerlijke spiaggia met haar pijnbomen tot bijna op het strand. En al rondrijdend merk je snel dat ieder strand aan deze kust zijn eigen sfeer heeft. Dat maakt het kiezen alleen nog maar lastiger.

Dat jaar ontdekken we ook Stintino. Bij La Pelosa begrijp je direct waarom zoveel mensen dit strand tot het mooiste van Europa rekenen. Het water is zó helder dat het haast ongeloofwaardig lijkt. Toch is het echt zo turquoiseblauw als op de foto’s. Soms heeft de natuur nu eenmaal geen filter nodig.

Onderweg afzakkend langs de kust op weg naar Bosa is het zo warm dat we besluiten op een strandje te gaan genieten van het overheerlijke weertje vandaag. Dat doen we op Spiaggia della Speranza. Jammer dat het nog geen etenstijd is. Anders waren we graag aangeschoven bij het restaurantje hier: wat ziet die menukaart er overheerlijk uit!

Sassari

Tussen de stranden en kustplaatsen door ontdekken we ook Sassari, de stad die weer een heel andere kant van Sardinië laat zien. Hier draait het niet om turquoise baaien of stranddagen, maar om het dagelijks leven op het eiland. Op Piazza d’Italia zitten bewoners op terrassen, in de oude straten hangt de geschiedenis nog voelbaar in de muren en je merkt dat Sardinië meer is dan alleen een prachtige kustlijn. Sassari is misschien niet de stad die je op een ansichtkaart ziet, maar juist daardoor vertelt ze een eerlijk verhaal.

Sassari

Olbia

De tweede keer gaat naar Olbia. Ook nu worden we verrast, want hoewel het pas april is, werkt het weer enthousiast mee. De zon laat zich volop zien en ook nu is het warm genoeg om heerlijk naar het strand te gaan. Dat maakt het voorjaar misschien wel een van de fijnste momenten om dit deel van Sardinië te ontdekken: alles staat in bloei, het is aangenaam rustig en het strand voelt alsof de zomer alvast voorzichtig is begonnen.

Olbia (bron: Rental12)

Olbia is voor veel bezoekers de plek waar de vakantie start, maar de stad verdient het om meer te zijn dan alleen een aankomstpunt. De gezellige straatjes, sfeervolle pleinen en levendige terrassen maken Olbia tot een leuke plek om rustig rond te dwalen. Vooral ’s avonds, wanneer de temperatuur daalt en het stadsleven op gang komt, hangt er een ontspannen sfeer die uitnodigt om toch die tweede Aperol Spritz te bestellen.

Castelsardo

En dan Castelsardo. Het kleurrijke stadje lijkt tegen de heuvel op te klimmen, met het middeleeuwse kasteel als trotse blikvanger. Niet ver daarvandaan staat de beroemde Roccia dell’Elefante. Je vraagt je af hoe wind en regen een rots zo’n herkenbare vorm hebben kunnen geven, maar besluit al snel dat sommige dingen leuk zijn juist omdat je ze niet helemaal kunt verklaren.

De kust rondom Olbia heeft weer een heel eigen gezicht. Stranden die verrassen met glashelder water, soms verscholen tussen grillige granietrotsen, sommige uitnodigend tot lange strandwandelingen en andere die bijna tropisch aandoen.

Costa Smeralda

Niet ver daarvandaan ligt de beroemde Costa Smeralda, misschien wel het bekendste stukje kust van Sardinië. De naam zegt eigenlijk precies wat je hier ziet: de Smaragdkust dankt haar naam aan de bijzondere kleur van het zeewater. Afhankelijk van het zonlicht verandert de zee van helder groen tot diep turquoise.

Caprera

De streek kreeg vanaf de jaren zestig internationale bekendheid toen prins Karim Aga Khan IV het gebied ontwikkelde als exclusieve vakantiebestemming. Er verschenen stijlvolle dorpen, luxe hotels en jachthavens, maar met veel aandacht voor het landschap. De lage bebouwing, het gebruik van lokale materialen en de ronde vormen van de architectuur moesten ervoor zorgen dat de gebouwen opgingen in de omgeving.

Daardoor kreeg de Costa Smeralda een bijzondere combinatie: aan de ene kant de wereld van luxe jachten, exclusieve winkels en internationale bezoekers, aan de andere kant de ruige Sardijnse natuur. Misschien is dat wel het meest opvallende aan dit deel van Sardinië: zelfs op een plek waar de rijkdom zichtbaar aanwezig is, blijft uiteindelijk de natuur de grootste blikvanger.

La Maddalena

Vanuit Palau kijken we uit over de eilandengroep La Maddalena. Natuurlijk kunnen we de verleiding niet weerstaan om deze eilanden van dichtbij te ontdekken en rijden we met onze huurauto de boot op voor de overtocht. Dat alleen is al een belevenis: steeds verandert het uitzicht, over kleine eilandjes, grillige rotsformaties en baaien waar het water alle tinten blauw lijkt aan te nemen.

Eenmaal aangekomen op de eilanden wordt duidelijk waarom deze archipel zo geliefd is. Het is die combinatie van ruige natuur, verlaten strandjes en een zee die zo helder is dat het nep lijkt. We rijden ook de ‘brug’ over vanaf het hoofdeiland (Isola Maddalena) naar Caprera. Waanzinnig mooi om hier over de rode rotsen te klauteren tot beneden aan zee. Daarna is het fijn lunchen bij een terras op een van de pleinen van het stadje La Maddalena.

De ‘brug’ van La Maddalena naar Caprera

Samenvattend

Samenvattend kan ik stellen dat de kust rond Alghero en die rond Olbia ieder een heel eigen sfeer hebben. Rond Alghero wordt het landschap bepaald door ruige kliffen, brede baaien en stranden waar de natuur de hoofdrol speelt. Hier sta je regelmatig stil om simpelweg van het uitzicht te genieten. De kust rond Olbia voelt juist zachter en lichter. Grillige granietrotsen, hagelwitte stranden en een zee die voortdurend van kleur lijkt te veranderen nodigen uit om het water in te lopen. Niet mooier, maar anders.

Ook zijn het heel andere steden: Olbia is modern, er is weinig over van de oude stad, die toch al in de 8e of 7e eeuw voor Chr. werd gesticht door de Feniciërs of Carthagers. Toch heeft het een diep verleden maar minder zichtbaar dan in Alghero, dat in de 11e eeuw werd gesticht door de beroemde familie Doria uit Genua. In de 14e eeuw veroverde koning Peter IV van Aragòn de stad en werd het Catalaans de voertaal. Daarom wordt Alghero nog weleens Barceloneta (klein Barcelona) genoemd. Hier vind je nog veel Middeleeuwse architectuur.

Misschien is dat ook wel precies de charme van Noord-Sardinië. Je hoeft niet te kiezen tussen Alghero of Olbia, tussen west of oost. Beide lieten mij een andere kant van hetzelfde eiland zien. En misschien is dát wel de grootste verrassing: hoe één eiland je twee keer kan verwelkomen en je toch het gevoel geeft dat er altijd weer iets nieuws te ontdekken valt. Misschien volgt ooit nog een derde keer, wie weet …

1 mei 2018

Volgend verhaal
»

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *