right-arrow

´Hier kun je lekker vis eten en daar uitstekende pizza´, vertelt Vanna, eigenaresse van B&B Tecla in Napels ons, terwijl ze kruisjes op de plattegrond zet. ´Hier zit je tussen Napolitanen, toeristen komen er niet of nauwelijks´.

Stad van 500 koepels

In Napels kun je niet alleen zalig eten, de plaats beschikt ook over een enorme rijkdom aan historische gebouwen. Daarom wordt ze in Italië Città delle 500 cupole genoemd: stad van de 500 koepels. Iemand vertelde ons dat er ruim 450 kerken huizen in Napoli, zoals de Italianen hun woonplaats noemen.

Rondkuieren

Maar laten we eens beginnen met het allerleukste aan Napels en dat is camminare ofwel rondkuieren. Door vico’s (steegjes) en via’s (straten) en over piazza’s (pleinen). Af en toe moet je wel aan de kant springen voor een scooter of auto, want die rijden hier gewoon nog door iets meer dan heup brede weggetjes. En we snuiven vooral de heerlijke geuren op van frisse was, die overal boven ons hoofd hangt te wapperen. Geen idee welk wasmiddel ze hier gebruiken maar mijn wasverzachter is er niks bij.

Centro Storico

Het centro storico is toeristisch en desondanks nog steeds aantrekkelijk. Het verschilt echter waar je bent. Rond de beroemdste straat van Napels Via San Gregorio Armeno – waar de befaamde kerststallenmakers zich van oudsher bevinden – is het wat drukker. Per slot van rekening is de presepio (kribbe/kerststal) een Italiaanse uitvinding. Hoe verder je echter verwijderd raakt van deze kerstsurprise, hoe rustiger het wordt. Grappig dat Maradonna er in een stal prijkt naast Pulcinella*. Of Trump naast Zlatan Ibrahimovic. In Via San Gregorio kan alles.

Een man komt ons hier tegemoet met een reuzentamboerijn in zijn hand. Hij zingt Napolitaanse liederen en slaat verwoed op zijn instrument. Jammer genoeg versta ik zijn dialect niet, al is dat nauw verwant aan het Italiaans. Ook buiten Napels wordt overigens Napolitaans gesproken (in Campania en Basilicata en in het noordelijke deel van Calabrië). Gelukkig zijn Napolitanen bijzonder gastvrij, open en behulpzaam, dus samen kom je er vaak wel uit.

Rione Sanità

De wijk ten noorden van het historische centrum wordt opgevrolijkt door fleurige wandschilderingen. ´Tutti i giorni’ (alle dagen) roept een marktkoopman me toe, als ik hem vraag op welke dagen hier markt is. De kraampjes vullen de straten.  Getoeter klinkt door de lucht. Een drukte van jewelste. Als we een afslag nemen ter hoogte van Palazzo dello Spagnolo, worden we verrast door de barokke trap, die aan beide zijden door het hele pand omhoog loopt. En dat is nog niet eens de enige: er zijn meer van dit soort paleizen in Napels te vinden. Zoals het Trabucco-paleis of het Palazzo Tufarelli.

Salita Capodimonte

Vondsten uit Pompeii zijn te vinden in het Archeologisch Museum (Piazza Museo 19) in de wijk Capodimonte. Wij klimmen hier omhoog via de Salita Capodimonte, een steile smalle weg tussen woonhuisjes door. Ook hier ruikt het naar pas gewassen beddengoed. Tijdens onze wandeling worden we zo nu en dan begroet door buurtbewoners die op het trapje voor hun woning zitten. Vaak moeten we andere voertuigen voorrang geven. En verstaan we elkaar soms niet eens door de herrie die ze maken. Dit deel van Napels leeft enorm en hoe dichter we bij de top – Parco Capodimonte – komen, hoe stiller het wordt. Je passeert er, zoals op meer plaatsen in Napels, kleine kleurrijke kapelletjes ter ere van Maria of Padre Pio**. De uiteindelijke stilte stelt gerust en laat deze bijzondere omgeving nog beter tot zijn recht komen.

Catacomben San Gaudioso

De catacomben van San Gaudioso vind je aan de Via Sanità 17. Het is wel wat zoeken hier, maar de ingang blijkt uiteindelijk in de kerk te zijn (Basilica di Santa Maria di Sanità). Onder de grond, in de kelders van deze kerk, krijg je een kijkje door de eeuwen heen. Zo horen we dat in de 16e eeuw Dominicanen grafruimte voor grof geld verkochten aan edelen. Hoe ze de opstapeling van lijken bij dergelijke populariteit uiteindelijk logistiek hebben ingericht doet verbazen. We verwonderen ons over het feit dat destijds alleen de schedel van overledenen tentoongespreid bleef. Helaas was Cimitero delle Fontanelle door werkzaamheden gesloten: hier liggen duizenden schedels op een lugubere begraafplaats. Er stond jammer genoeg niet bij vermeld wanneer hij weer open gaat voor het publiek. Dit kerkhof vind je in de wijk Mater Dei.

Napoli Sottoterranea

Ook aan Piazza San Gaetano 68 kun je onder de grond. Ditmaal gaan we voor een ander tijdperk van de geschiedenis. Ik verklap twee dingen:
1. de wijnkelder van een oude dame die hier woonde bleek destijds de kleedkamer van een Romeins amphitheater te zijn en
2. je moet geen claustrofobie hebben als je de waterreservoirs van de mensen die zich hier in de Tweede Wereldoorlog schuil hielden wilt zien.

Castel Sant’Elmo en Vomero

Hoog op een heuvel, van waaraf je uitkijkt over de stad, de haven en de Vesuvius, prijkt dit kasteel in de wijk Vomero (Largo San Martino). Daarin wordt werk van Napolitaanse kunstenaars tussen pakweg 1910 en 1980 tentoongesteld. Met de Funicolare (kabelbaan) kom je er. Opstappen bij Montesanto. Wij liepen het eerste stuk en stapten halverwege in. Terug wandelen via de trappen van Via Pedamentina a San Martino. Geniet van het panorama en je komt uiteindelijk weer in Quartiere Spagnoli uit.

Quartieri Spagnoli

Deze wijk bruist. En er komen veel vakantiegangers. We zaten hier ’s avonds meteen naast Nederlanders in het restaurant (en die waren er al nauwelijks, wat zijn we toch een reislustig volkje). Toch is het een gezellige boel hier, helemaal door de rode harten, Napoli shirtjes en Italiaanse vlaggen boven de straten. Terrassen buitelen hier over elkaar.

Piazza del Plebiscito

Op het meest beroemde plein van Napels in het zuiden van de stad duizelt het ons een beetje. De koninklijke pauselijke basiliek die het plein siert en pas begin 19e eeuw is gebouwd doet denken aan het klassieke Rome. Ook heb je vanaf dit plein deels zicht op shoppingparadijs Galleria Umberto I, lijkend op en geïnspireerd door Galleria Vittorio Emanuele II in Milaan. Dit halfronde plein kan niet anders dan imponeren.

Piazza del Plebescito

Borgo Marinari en haven

’s Avonds is Castel dell’Ovo een verzamelpunt voor Napolitanen. Langs de hele boulevard staan families en stelletjes al keuvelend en knuffelend te wachten op de oranjeroze zonsondergang. Roze en paarse neonlichten komen je vanuit de cocktailbar bij het fort tegemoet. Verkopers staan er met kermisachtige spullen voor de kinderen. Verlichte huizen liggen als verstrooide broodkruimels over de heuvels rondom. Vanaf welk terras dan ook heb je er uitzicht over bootjes en jachten in de haven. Wie een avondje romantisch wil tafelen moet hier zijn. Castel dell’Ovo is trouwens gratis te bezoeken.

Buiten de stad

Vlakbij Napels liggen drie belangrijke attracties. Of eigenlijk nog een vierde: de opgravingen van Herculaneum (Ercolano), kleiner dan haar grote zus Pompeii en feitelijk beter bewaard. Hier staan nog huizen van twee etages overeind.

Pompeii

Een totale Romeinse woonplaats zien die op 24 oktober 79 na Christus door as werd begraven, blijft een wonder. Al in de 16e eeuw werd het bij toeval ontdekt toen arbeiders een tunnel groeven op deze plek. Daarna volgden jaren van roof. Men had meer interesse voor de schatten die er lagen dan de geschiedenis van deze fameuze plek. Pas halverwege de 19e eeuw ging men hier serieus mee aan de slag. Tot op de dag van vandaag wordt er nog onderzoek gedaan.

Een indrukwekkend en leerzaam bezoek was het weer. Zo vernam ik dat uit eten destijds niet voor de welgestelden maar voor de armen was. Zij konden zich immers geen keuken veroorloven en woonden met de hele familie in één kleine ruimte. Er waren dus stalletjes waar warm eten werd geserveerd. Een schril contrast met de gigantische villa’s van de hoogste klasse met hun weldadige zuilenrijen, tuinen en beeldenrijen. De bizarre gipsen afdrukken van mensen en dieren die destijds zijn omgekomen veroorzaken tot slot kippenvel.

Amalfikust

Aan deze kust namen sinds eeuwen de rijken der aarde hun intrek. En niet voor niets: de kustweg ademt schoonheid uit al haar poriën. Dorpen als dekens uitgespreid over de bergen, waarvan de huizen soms wit oplichten in de zon. Andere fleuren de omgeving op met huisjes in alle kleuren van de regenboog. Kleine verscholen strandjes beneden waar trappen naartoe leiden. Amalfi, Praiano en Positano vormen de grootste trekpleisters hier. Kleinere dorpjes zoals bijvoorbeeld Atrani blijken niettemin aangenamer voor ons. Het ligt stilletjes naast Amalfi, waar bijna niemand komt. Het water is er doorzichtig en super schoon. Het stenige strand een verademing: zó rustig. Zittend op een rots aan het water kun je hier zalig wegdromen. Zelfs nu, begin oktober, is het hier nog zomer en blijkt zwemmen in zee een weldaad.

Ravello en Maiori

Ravello en Maiori zijn ook een stop waard. Het is wel lastig kiezen: de rondrit vanuit Napels neemt zonder pauzes al gauw zo’n 3,5 uur in beslag. Lunchen doe je hoog boven de Tyrreense zee. Het panorama over het blauw tot aan de horizon vergeet je nooit meer. Wij smulden van vis en spaghetti met mosselen in Furore langs de kustweg. Schrik niet als je je autosleutels moet afgeven: er is weinig ruimte om te parkeren, dus dat doet de ober voor je. 

Vesuvius

De vulkaan is weldadig groen begroeid met hier en daar wat verbrande bomen van de laatste bosbrand in –  ik geloof – 2017. Alleen het uitzicht vanaf deze reus is al fenomenaal. De krater zelf hebben we uiteindelijk moeten missen. Door Covid-19 is het aantal toegestane gasten, evenals de tijd die je er mag doorbrengen, ingeperkt. We hadden hem graag gezien, maar ik heb toch bedankt toen een van de jongens mij bij de ingang toefluisterde dat we met hem voor een zacht prijsje na sluitingstijd nog met gemak naar binnen konden. Dan zouden we ook geen last hebben van andere toeristen. Misschien een tip voor wie wil kennismaken met dat andere karakter van Napels…

*De personage van Pulcinella is een Napolitaanse schelm, afkomstig uit de Commedia dell’arte en stamvader van onze huidige Jan Klaassen.

**Padre Pio (1887-1968) is een monnik en priester die de zgn. stigmata tentoonspreidde: tekenen van de wonden van Jezus. Hij werd heilig verklaard door Paus Johannes Paulus II en zijn druk bezochte heiligdom staat in Giovanni Rotondo (Puglia).

Meer info:

Onder de grond is in Napels veel te beleven. Naast onze vermelde bezoeken kun je ook nog de catacomben van San Gennaro (via Capodimonte 13) en Sottoterranea Napoli aan de Vico S. Anna di Palazzo 52 bekijken. En vergeet de Galleria Borbonica (Vico del Grottone 4) niet.

Verblijf

B&B Tecla ligt super centraal en Vanna, de eigenaresse, is je met alles van dienst (Piazzetta Bianchi allo Spirito Sancto 10). Prettig gelegen bij metrostation Dante, dichtbij station Montesanto en vrijwel aan Via Toledo, dè winkelstraat van Napels.

Eten en drinken

Voor een aperitief kun je naar een van de terrassen achter metrostation Dante. Hier verzamelt iedereen zich na het werk. Als je voor Intra Moenia kiest neem dan niet de borrelplank want hij is hemels. Je lust daarna alleen geen eten meer. Dit literaire café ligt bij de Grieks-Romeinse muur van Piazza Bellini die de grens van de oude stad markeerde. Vandaar de naam die in het Latijn ‘binnen de stadsmuren’ betekent.

Via dei Tribunali herbergt zo’n 50 pizzeria’s. Wij aten er een bij Vesi: veel te groot en veel te lekker (nr. 388)

Pescheria Azzura (Via Portamedina, 3/4 5) verbouwt ’s avonds de straat om haar lokale gasten op plastic stoeltjes te kunnen verwennen met ultra verse vis. Bier drink je er uit de fles en huiswijn komt in karaffen. Ga er ’s middags vast langs, dan kun je de zwaardvis nog zien liggen voordat hij op de grill gaat.

Trattoria A Pignata, Vico Lungo del Gelso, 110/112, serveert traditionele Napolitaanse gerechten. De bediening spreekt perfect Engels.

Dineren bijna tussen de bootjes in de haven bij het fort op het terras van O Tabaccaro (Via Luculliana 28). Perfect eten tussen Napolitanen bij een verder simpel restaurant.

Ben je benieuwd naar het roemruchte streetfood van Napels probeer dan een Cuoppo. Variant op onze zak friet, bestaande uit gefrituurde groente, vis of zoet. Ze staan ervoor in de rij.

Vervoer

Wij vlogen naar Napels en hebben één dag een auto gehuurd voor de route langs de Amalfikust.
Een auto kun je huren rondom station Garibaldi.

Pompeii is te bereiken met de trein (Circumvesuviana, dat wijst zich vanzelf op centraal station Garibaldi)

De Vesuvius bereik je ook met de Circumvesuviana, maar dan heb je nog aansluitend vervoer nodig. Bij de uitgang van het station in Ercolano staat al een busmaatschappij klaar. Je kunt er echter ook zelf een (mini)taxi regelen (halverwege Via IV Novembre) Onderhandel stevig: wij werden de hele dag zowel naar Pompeii als naar de Vesuvius gebracht door onze eigen taxichauffeur voor een zacht prijsje. Reserveer je tickets vroeg genoeg vast online in deze Coronatijd. Wij waren daar helaas net te laat mee.

Covid-19

Ten tijde van schrijven is Italië nog geel. Binnen en buiten draagt men verplicht een mondkapje. In restaurants wordt netjes één meter afstand tussen tafels gehouden. Bij bezichtigingen betracht men overal voldoende ruimte. Sommige straten kunnen druk zijn. Zowel op Schiphol als in het vliegtuig is het erg rustig: afstand houden blijkt geen enkel probleem. In de B&B was het ontbijtbuffet gesloten en kregen we ontbijt op bed.

17 oktober 2020

Volgend verhaal

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *