right-arrow

Noord Spanje is bij uitstek geschikt om een mooie en afwisselende wandeling te maken: hikes te over. Bovendien is het hier ’s zomers vaak niet zo heet als in de rest van het land. Hierbij tien toffe wandelingen om een indruk te krijgen van wat deze regio allemaal te bieden heeft. De lengte van de routes loopt uiteen van vier tot 26 kilometer, met een duur van één uur tot zes uur. Go hiking!

1. Aizkorri-Aratz natuurpark (Baskenland) 

Voor een sensationele ervaring wandel je naar het zogenaamde Oog van Aitzulo. Hier zijn in de rotsen grote natuurlijke luchtgaten ontstaan, waar je gieren door voorbij kunt zien vliegen. Ze fotograferen is bijna onmogelijk: in een flits schieten ze voorbij.

We parkeren onze auto iets buiten het dorp Araotz, want voor de hele route van circa 9 kilometer (duurt ruim drie uur) hebben we geen tijd. Dus besluiten we hem een stukje af te snijden. De Baskische mijnheer die we vragen naar een beginpunt vertelt ons enthousiast waar we moeten zijn, maar helaas verstaan we hem nauwelijks. Dus gokken we het er maar op. En dan gaat het bergop, met een waanzinnig panorama over de groene reuzen aan de andere kant van het dal. We passeren een bijzondere plek (zie de foto hier rechtsonder) en lopen over rotsen (sommige begroeid met heide) en daarna door het bos.

Het laatste stuk is wat klauteren en dan openbaart dit wonder zich aan ons: het oog van Aitzulo. De klim waard. Het is hier oppassen dat je niet uitglijdt: het zand ligt er losser dan je denkt en het is er steiler dan je veronderstelt. Wij liepen dezelfde weg terug, wat geen straf is, want je ziet alles weer anders en na de klim zijn je benen blij dat ze weer mogen afdalen.   

Start: Araotz bij boerderijen tegen de berg aan. Gemarkeerd met gele paaltjes, die bergop vanzelf naar het oog leiden. Dezelfde weg terug. Dan loop je ongeveer 5 kilometer. Duur: ruim een uur.

2. Ruta de Cares
(Picos de Europa, Castilië en Leon)

Route der routes wat mij betreft. Langs een waanzinnig diep en lang ravijn wandel je op een smal pad op hoogte langs de rotsen met ver beneden je de rivier Cares. Op het eind zie je hem pas van dichtbij, als de druppels in de rotsentunnels van het plafond op je hoofd vallen. Geen straf, want tot dan heb je weinig schaduw gezien. Afkoeling is dan welkom. Neem dus genoeg drinken mee.

Steile start van de wandeling

Aan het begin klim je al snel een steil pad omhoog, daarna loop je redelijk op gelijke hoogte met hier en daar een klimmetje en afdaling. Stop verder zo min mogelijk in je rugzak, want die zweet alleen maar met die zon op je snoet en in je rug de hele weg. Pas op het eind komen er wat koele plekjes in de tunneltjes die daar uit de rotsen gehouwen zijn (hulde aan de mannen die hier dit pad hebben aangelegd, wat een krachttoer moet dat zijn geweest).

Hoogtevrees tijdens de wandeling

De laatste (ik denk twee) kilometer loop je over een brug en daarna over een rooster boven de kloof, waarvoor je geen al te erge hoogtevrees moet hebben zoals ik. Mijn benen trilden hier in ieder geval weer wat. Aan het eind bij de stuwdam spat het water op en trap je soms in plassen omdat het zo donker is. Soms zie je geen hand voor ogen.

Als je de laatste brug overloopt kijk je rechts in een ansichtkaart lijkt het wel: een redelijk rustige laagstaande rivier stroomt door een vriendelijk ogend groen dal door bergen omzoomd. Dan is het nog maar een klein stukje tot aan een restaurant waar je lekker buiten kunt lunchen of dineren zo je wilt, afhankelijk van wanneer je gestart bent.

Start: iets voorbij Hostal Poncebos, bij het gelijknamige dorp, dat kan niet missen (want iedereen start hier). Dat geldt ook voor de weg: je kunt hier niet verdwalen. Lengte: 13 kilometer heen en eventueel 13 kilometer terug, want je kunt in Cain ook een taxi terug pakken. Wij deden dit niet. Vertrek dan ’s ochtends vroeg want de 13 kilometer loop je in zo’n drie uur. Terug geldt hetzelfde. Duur: 3 uur of 6 uur.

3. Poncebos – Bulnes
(Picos de Europa, Asturië)

Daar waar de ‘Ruta del Cares gangers’ rechtsaf verder lopen sla je linksaf richting Bulnes. Door de smalle kloof van de Rio Tejo gaat het omhoog naar het charmante dorpje Bulnes. En alleen maar omhoog. Ik geloof dat we één keer een afdalinkje in het parcours hadden maar dat is het dan ook.

Je klimt vijf kilometer lang over dit oude ezelspad in dit ruige en woeste landschap. Bulnes was tot 2001 dan ook alleen maar bereikbaar over dit pad. Tot er een kabelbaantje kwam. In Bulnes kun je het Mariakerkje bezoeken en er zijn een paar heerlijke terrassen voor koffie.

Wij liepen daarna nog verder omhoog om een beter zicht te hebben op de Naranjo de Bulnes (2500 meter) maar dat bleek geen succes. Je loopt dan onder de bomen, ziet niets van de omgeving en het wordt er steeds steiler en gladder. Het water stroomt hier met regelmaat over het pad. Na ruim drie kilometer zijn we dan ook afgehaakt en omgedraaid.

Na de lunch in Bulnes ging het weer bergafwaarts richting Poncebos. Vlak na Bulnes passeer je een watertje waar het heerlijk afkoelen is met je blote voeten zo je wilt. Het valt niet echt goed op (want je moet over een paar rotsen klimmen) maar toen wij er zaten en ze ons zagen werd het er best druk.

Start: voorbij Hostal Poncebos. Lengte: ongeveer 5 kilometer heen naar Bulnes. Vind je heen en terug (10 kilometer in totaal dus) teveel dan kun je ook het kabelbaantje naar Bulnes nemen en vanaf daar de 5 kilometer weer teruglopen naar Poncebos. Je doet daar zo’n anderhalf uur over. Totale routeduur: 3 uur en een kwartier, circa 2 uur klimmen en een uur en een kwartier weer afdalen.

4. Rondje Brez
(Picos de Europa, Cantabrië)

Vanaf dit dorpje start een rondwandeling door de bergen, die je eigenlijk met wat minder weer zou moeten doen. De wolken hangen dan laag en dat geeft deze omgeving een mystieke sfeer. Je loopt bijna op wolken zal ik maar zeggen. Of liever gezegd met je hoofd in de wolken. Helaas niet letterlijk, want de klim is best fiks. En hij duurt best lang.

Pas op het eind wordt het wat vlakker en helemaal op het eind daal je via een steile weg weer af naar de auto vooraan het dorp. Ik heb medelijden met de mensen die hier wonen, wat zullen die een kuiten hebben. Je loopt op dit ruime pad voor een groot gedeelte onder bomen met zo nu en dan uitzicht op het dal en de bergen aan de overkant.

Als je bovenaan de berg verder terug rondloopt zie je ze alweer vliegen. In dit geval wel letterlijk: de vale gieren zijn hier dichtbij. Het landschap is ook opeens veranderd: ruwe, rauwe en wilde klippen begrenzen je pad hier. Maar dan ben je ook alweer bijna in het dorp, dat er ook redelijk verlaten bij ligt. Een aantal huizen hier staat echt op instorten. Zo jammer, want wat nog wel overeind staat is zó mooi.

Start: bij de ingang van het dorp Brez. Lengte: 7 kilometer.  Duur: ongeveer een uur en drie kwartier.

5. Nacedero Urederra (Navarra)

De start van deze wandeling ligt al op een prachtige plek: in het dal, omringd door bergen en een hoge muur, de kloof van Urbasa. Je wandelt dus in het dal langs de rivier de Urederra, die je in het begin even niet kunt zien in het bos. Als hij dan eindelijk verschijnt lijkt zich een wonder te voltrekken: het knalturquoise schittert je tegemoet. Uiteraard mag je er niet in. Je loopt hier langs watervalletjes in de rivier die afgezet zijn met palen overal. Er wordt ook gecontroleerd door de boswachter.

Na de laatste waterval en wellicht de bron van de rivier, ik weet niet precies of dat hier is, draai je omhoog de berg op en loop je vrijwel parallel aan de heenweg iets hoger tegen de berg terug naar het dorp. Helaas mag je dezelfde weg niet terug. Geen idee of dat door COVID komt of niet. Anders had dat mijn voorkeur gehad.

Start: bij de parkeerplaats in Baquedano. Het parkeerkaartje is het entreebewijs voor de boswachter dus laat die niet in de auto liggen zoals wij. Lengte: 7 kilometer. Duur: ongeveer een uur en drie kwartier.

6. Las Médulas (Castilië en Leon)

Door het dal van Las Médulas loopt een korte rondwandeling. Een vrij gemakkelijke glooiende wandeling met weinig schaduw, dat dan wel. Het hoogteverschil is hier nog geen 100 meter en je krijgt zo een goede indruk van dit bijzondere gebied.

De hele route kun je genieten van het zicht op rode bergen om je heen met groen begroeid (kastanjebomen, kastanjebomen en nog eens kastanjebomen). Dit pad wordt druk bezocht, met name omdat het bezoekerscentrum deze aanraadt. Desondanks was onze wandeling een aanrader, alleen al om de grot waar je op enig moment tegenaan loopt en waar honderden oeverzwaluwen af en aan vliegen naar hun nesten. Daar hebben we best een paar zweetdruppels voor over.

Bij de finish wachten bijzonder leuke terrassen je op in het ieniemini dorp of eigenlijk gehucht. Zo zaten wij bijvoorbeeld bij Rural Agoga. Je kunt hier ook slapen eventueel. Er zijn overigens ook andere wandelingen, van allemaal rond de vier kilometer zo’n beetje. Routekaartjes zijn te verkrijgen bij de Aula Arqueólogica de las Médulas, waar je je auto kunt parkeren. Verderop is nog een bezoekerscentrum waar je vanzelf langsloopt dan (Centro de recepción de visitantes de las Médulas) Houd rekening dat in Spanje dit soort centra nooit voor 10 of 11 uur openen en tussen de middag ook dicht zijn.

Start: bij de Aula Arqueólogica de las Medulas. Lengte: ongeveer 4,5 kilometer. Duur: een uurtje.

7. Castro Candaz (Galicië)

‘Als jullie geluk hebben staat het water laag en dan kun je de resten van dit Vikingfort zien. Ik woon hier al mijn hele leven, ben 29 jaar en heb het slechts één keer gezien’, vertelt de vriendelijke receptionist van de toeristeninformatie in Chantada ons. Dan moeten we er dus heen. We parkeren de auto in Xillán. Best een opgave, want de weg wordt zo hobbelig en smal dat we vermoeden straks anders niet meer te kunnen keren.

Het is niet ver lopen naar beneden, maar met deze hitte en steilheid valt dat nog niet mee. Zeker de weg terug niet, weer omhoog. Je loopt er tussen wijnranken en hier een daar een bouwseltje van een wijnboer met uitzicht op dat turqoiseblauwe/groene water naar beneden. Een sprookje.

Chantada zelf is trouwens een schattig klein plaatsje aan de rivier met een paar oude huizen waarvan de voordeur soms maar tot aan je schouder komt.

Start: aan de rand van het gehucht Xillán. Lengte: nog geen kilometer, wel heel steil naar beneden. Duur: drie kwartier (heen en terug).

8. Fuente Dé
(Picos de Europa, Cantabrië)

Een grandioze rondwandeling vanaf het hoogste punt van de kabelbaan bij Fuente Dé in de Picos (Cantabria). Ze zeggen dat dit een van de meest toeristische plaatsen is hier, maar wij lopen hier in één streep door. We hadden gerekend op lange rijen dus zijn we vroeg vertrokken. Met een man of tien gaan we de cabine in en binnen tien minuten zijn we boven op de maan zo lijkt het. Ben er nooit geweest maar kan me zo voorstellen …. Kaal grijs gesteente langs het pad en een uitzicht op al dat groen op die reuzen om ons heen. Ik houd mijn petje goed vast want de wind jakkert er hier lekker overheen.

En dan de bocht om: linksaf gaan de diehards en wij dalen rechtsom af, met teveel bergkilometers in onze benen. Even alleen op de wereld, totdat we een gezelschap van Schotse heren tegenkomen die elkaar jaarlijks vergezellen tijdens zwerftochten door de Picos.

Het landschap verandert snel bij deze wandeling

Het landschap verandert snel van een woest grijs in een lieflijk groen tapijt. We zien zwarte gehoornde koeien grazen en gemzen aan het zonnebaden tussen de rotsen. Vale gieren vliegen gracieus boven de rotsen en allerlei soorten kleine vogels schieten snel van links naar rechts van de ene rots op de andere. Links van ons bidt een torenvalk laag boven een dalletje.

Daarna passeren we twee pilaren die de overgang naar een overdadig met bomen begroeid berglandschap markeren. Even is het vrij steil en wordt het ook weer warmer nu de wind weer is gaan liggen. Onze afritsbroeken worden goed gebruikt: het onderste deel gaat er snel af. Oppassen dat we niet naar beneden glijden hier … Verder naar beneden is het bultje op en af in het groen. Best vermoeiend zo op het eind als je verwacht de meeste energie al verspild te hebben op de berg. Zeker als je bellen van koeien hoort, die dan toch nog onverwacht ver weg blijken te staan.

Start: Kabelbaanstation Fuente Dé. Lengte: 14,5 kilometer. Volg route PR-PNPE 24 (Route de los Puertos de Áliva). Je zit hier op 1800 meter. Bij de eerste kruising op de vlakte na het hoog gelegen Hotel Áliva ga je rechtsaf. De rest wijst zich vanzelf. Er is verder geen horeca op deze – onbewoonde – route. Alleen aan het begin (na ongeveer een uur lopen) ligt Hotel Áliva, daarna komt er niks meer. Neem eten en drinken mee. Duur: 4,5 uur.

9. La Passerela del Río Mao (Galicië)

Door een kloof lopen over houten vlonders, heerlijk, wie wil dat nu niet? Sommige planken lijken soms rot, maar dat kan ook mijn verbeelding zijn. Voelt het toch nog een beetje als een avontuur. Je hebt de hele weg uitzicht over de kloof en waant je bijna Jane uit Tarzan. Trap op is uiteraard vermoeiender dan eraf maar dat mag de pret niet drukken. Een prachtige wandeling voor wie niet van over rotsen klimmen houdt. Onderweg heb je uitgebouwde plateaus van waaraf je het uitzicht nog eens rustig in je op kunt nemen.

Wij deden hem na afloop van een lange en hete dag – nadat we alle Miradouros van de Sil Canyon zo ongeveer gezien (en gelopen) hadden – dus we zijn net niet helemaal tot het eind gegaan. Terug bij het begin vergezelt de rivier je op loophoogte en kun je je vermoeide voeten weer even een ijsbadje geven, want jeetjemina wat was dat water koud. Zalig in die hitte. Mocht je meer willen zien bekijk dan dit filmpje.

Wij zagen het hier gelukkig groener in de zomer en het was er ook niet zo druk als in het begin van het filmpje zoals hiervoor genoemd. We kwamen hooguit tien mensen tegen onderweg en dan is het veel.

Start: bij Fabrica de Luz, Parada de Sil. Lengte: heen 2 kilometer, terug dus ook. Duur: een klein uurtje met fotostops.   

10. Fervenza de Aguacaída (Galicië)

Hier loop je in een soort van ‘Lord of the Rings bos’ (best steil) naar beneden tot een waterval, die van zo’n 40 meter hoogte vanaf de rotsen naar beneden stort. Mossen omringen je hier in dit dal. Je verwacht ieder moment dat er een boom gaat lopen zoals in de film. Eenmaal onder het geboomte kun je helaas niet heel veel van je af zien, maar soms wordt je een blik gegund op de bergketen aan de overkant van de kloof.

Start: parkeerplaats (Aparcamiento) Fervenza de Aguacaída bij het dorpje Marce. Lengte: 5 kilometer. Duur: ongeveer een uur.

NB: dit zijn lang niet alle wandelingen die we deze reis gemaakt hebben. Dat voert hier te ver. Wel wil ik het advies geven: start zo vroeg mogelijk of (veel) later in de middag om de hitte van de zomer draaglijk te maken. Ondanks dat het weer hier veranderlijk kan zijn heb ik bijna alle wandelingen uiteindelijk in korte broek of rok met topje gelopen. Hoger in de bergen start je misschien tien minuten met een fleece en afritsbroek die dan vaak snel weer uit kan. Of misschien hebben wij ook gewoon geluk gehad met het weer. Laat in de middag starten kan fijn zijn voor langslapers: dineren doe je hier toch vaak pas vanaf half tien/tien uur ’s avonds. Mocht je nog meer willen weten over de gebieden lees dan dit nog.

Heb jij misschien nog tips voor mooie wandelingen in (Noord) Spanje voor mij? Laat het me aub weten in de reactie hieronder! Dank je wel alvast!

5 oktober 2021

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *