Er zijn plekken op aarde die klinken alsof ze speciaal zijn bedacht om wijn te drinken en Valpolicella is daar één van. Alleen al de naam rolt als een dronken operazanger van je tong. Val-poliii-cellaaa! Klinkt als iets wat je roept als je net je derde glas hebt ingeschonken.

Een vallei vol wijnverhalen
De naam Valpolicella is afkomstig van de Latijnse uitdrukking Vallis Polis Cellae: vallei van vele kelders — en dat zegt eigenlijk alles. Hier, tussen glooiende heuvels en cipressen, maken wijnboeren al eeuwen wijnen die zowel charmant als eigenzinnig zijn. Geen bombast, geen poespas, maar elegantie met een vleugje Italiaanse bravoure.


Valpolicella ligt in het noorden van Italië, vlakbij Verona — ja, die stad van Romeo en Julia, waar mensen blijkbaar liever sterven dan met iemand anders daten. Maar goed, in de heuvels rondom Verona hebben de inwoners iets véél beters gevonden dan verboden liefde: wijn.
De wijnfamilie van Valpolicella
De Valpolicella-wijnen zijn als een Italiaanse familie: allemaal verwant, maar totaal verschillend en met een eigen temperament. Valpolicella Classico: de vrolijke oom die overal bij is. Licht, fruitig en altijd gezellig. Ripasso: de slimme neef die wijnstudies heeft gedaan. Hij krijgt een tweede fermentatie en daardoor meer diepte. Amarone: de oom met de gouden ketting en een dure auto. Rijk, krachtig en een beetje overdreven — maar iedereen wil bij hem aan tafel zitten. Wij schuiven helaas maar moeizaam aan gezien haar prijzen …
Hoe ze het doen
De truc van Valpolicella zit ‘m in het drogen van de druiven. Amarone bijvoorbeeld wordt gemaakt van druiven die eerst maanden liggen te verschrompelen alsof ze op wijn-sabbatical zijn gegaan. Minder vocht, meer smaak.
Wanneer drink je het?
Een Valpolicella past zich moeiteloos aan het moment aan: de Classico bij een eenvoudige doordeweekse maaltijd, de Amarone bij een feestdiner en de Ripasso op die avonden waarop je niet kunt kiezen tussen de twee. En eerlijk is eerlijk: er zijn slechtere manieren om een dag af te sluiten dan met een glas wijn dat naar Italië ruikt. Maar nog leuker is het natuurlijk om hem in Italië zelf te drinken.
De streek
Zodra je de streek binnenrijdt – op een half uurtje van het veelal overlopen Gardameer – zie je het landschap zachtjes golven en de cipressen staan erbij alsof ze al eeuwen over de wijnranken waken. De oude boerderijen hier hebben die typische Italiaanse charme: een beetje verweerd, maar met karakter. Tussen de heuvels liggen kleine dorpen waar het leven traag stroomt — en waar wijn niet zomaar een product is, maar een manier van leven. Wij zien er in september ook bijna geen buitenlandse toeristen: heel bijzonder!
Dorpen met karakter
Negrar di Valpolicella – het hart van de Amarone
Negrar is het kloppende hart van de Valpolicella Classico-zone en wordt vaak gezien als de bakermat van de beroemde Amarone. Hier ontstond deze wijn per ongeluk in de jaren ’30, toen een vat Recioto nét iets te lang fermenteerde.



Fumane – oude wijnhuizen
Fumane heeft een authentiek, klein-dorps karakter: smalle straatjes, oude stenen huizen, een centrale piazza met de lokale kerk en een gevoel van ’tijdloos Italië’. Hier vind je oude wijnhuizen en wij proeven er een glas wijn met een voortreffelijke pasta bij Enoteca della Valpolicella. Trek er wel wat voor uit want goedkoop is het hier niet, maar je likt er wel je vingers bij af (en niet afvegen aan het strak gestreken witte tafelkleed alsjeblieft!). Wij houden het daarom bij een lunch en kopen ook geen wijnen die achter een afgesloten hek staan.
Sant’Ambrogio di Valpolicella – waar Valpolicella en Garda elkaar raken
Aan de westkant van de vallei, richting het Gardameer, ligt Sant’Ambrogio di Valpolicella. Hier komen wijn en natuur samen: een plek waar de bries van het meer de geur van wijn meeneemt. De sfeer is er open en zonnig.




Wij slapen er bij Agriturismo I Merli. Eigenaar Luca ontvangt ons vriendelijk en leidt ons met verve rond over het terrein en langs zijn olijfbomen. Hij zegt dat er zo’n 100 kg olijven nodig zijn om zeven liter goede olijfolie te verkrijgen. Geen wonder dat het zo duur is (en er daarom ook mee ‘gesjoemeld’ wordt om de prijzen in de supermarkt behapbaar te houden). Hij vertelt ons ook dat er schepen aankomen in Italië vol met olie uit het buitenland, die dan vermengd wordt met de Italiaanse. Desondanks eten wij ook in dit dorp weer overheerlijk en vers op het super gezellige terras van Piano B. (ditmaal voor alleszins redelijke prijzen). ’s Morgens ontbijten we in ons eigen kleine tuintje, omringd door olijfbomen. Bijna onitaliaans, want Luca brengt ons iedere morgen een grote mand waar alles nog maar net in past.



San Giorgio di Valpolicella – het balkon van de Valpolicella
Wie de slingerende weg omhoog volgt vanuit Sant’Ambrogio, komt vanzelf uit in San Giorgio di Valpolicella, een dorpje dat zich als een stenen nest vastklampt aan de heuvel. Het is officieel één van de Borghi più belli d’Italia – de mooiste dorpen van Italië – en dat is geen loze titel. Het ligt hoog boven de vallei, op een natuurlijke balkonrand van kalksteen, met uitzicht over de glooiende wijngaarden, het Gardameer in de verte en de Alpen als vage schim aan de horizon.

Een vleugje geschiedenis
San Giorgio heeft wortels die teruggaan tot vóór de Romeinse tijd. Wie denkt dat hij er zomaar even heen wandelt, komt bedrogen uit. De klim is pittig. Daarom kreeg het dorp vroeger ook de bijnaam San Giorgio Ingannapoltron (letterlijk vertaald: San Giorgio bedriegt de luiaard). Wij besluiten dus met de auto naar boven te gaan en alleen het laatste stukje te lopen. Het uitzicht maakt hopelijk alles goed.






In het hart van het piepkleine, maar sfeervolle dorp staat de Pieve di San Giorgio Martire, een romaanse kerk uit de 8e eeuw, een van de oudste van de regio. En naast de kerk liggen de resten van een oude kloostergang.
Verstoorde rust
Hier wil je langzaam door de stenen straatjes dwalen en ‘s avonds de zon zien zakken over de vallei én begrijpen waarom de Italianen zoveel geduld hebben met hun wijn. Maar: als wij het dorpje binnenlopen scheurt er een file van auto’s met Duitse kentekens langs ons heen. Kwestie van een tourtje vanuit de ADAC. Ook het terras van de Red Zone Artbar, dat we eerder voor ogen hadden, zit afgeladen vol.



‘s Middags wandelen we in alle rust door de heuvels: wijnranken links, olijfbomen rechts, cipressen overal – en vóór ons een uitzicht dat zelfs de heuvels een beetje trots maakt (en bijna net zo goed smaakt als de wijn straks).

Eind van de volgende middag gaan we nog eens terug naar San Giorgio. Gelukkig valt de stilte nu wel over het dorp en is het nog rustig op het terras van Bistro del Borgo. Hier genieten we van een hapje en een glas Valpolicella Ripasso met een prachtig panorama over de wijnranken, cipressen, olijfbomen en sunset. Kun je het nog idyllischer hebben?



Nog één tip: de Valpolicella-route
Rijd of fiets de Strada del Vino Valpolicella, de wijnroute die door al deze dorpen slingert. Onderweg wisselen wijnproeverijen, middeleeuwse kerkjes en uitkijkpunten elkaar af. Neem vooral de tijd — dit is geen streek om in één dag af te vinken.
Tot slot
De Valpolicella is een regio die zich langzaam prijsgeeft — glas voor glas, heuvel na heuvel. En wie er eenmaal is geweest, herkent die geur van zon en wijn overal.
Dit is deel vijf van onze roadtrip door Noord-Italië. Deel 1 vind je hier. Deel zes volgt op niet al te lange termijn, houd daarvoor mijn facebook in de gaten!
26 oktober 2025